vrijdag 25 mei 2012

Eerst rood, dan wit, dan zwart

Zwarte mannen kom je op de meest uiteenlopende plekken tegen. In het stuk van gisteren was het Parijs. Onderlinge ontmoetingen vinden meesttijds plaats in de Langeleegte. Het centrum van waaruit ons gedachtegoed wordt verspreid over de gehele wereld. De Langeleegte, het Salt Lake Cty van de zwarte man. Zwarte man Herman doet verslag van zijn toevallige ontmoeting met zwarte man Douwe. Lees hoe gevoel voor locatie de zwarte man niet ontzegd kan worden. Een stukje ruimtebeleving naar de zwarte man toe.


Windvlagen zorgden nu en dan voor beroering in de slotgracht. Een deel van het wateroppervlak was bedekt met kikkerdril. Het zou niet lang meer duren en een nieuwe generatie kikkers zag het leven. Ondanks dat het licht waaide was het goed toeven op het terras van De Boerderij. Gezeten op deze historische plek, al meer dan vierhonderd jaar een baken in het land van Fivelingo, leek de beursgang van Facebook van ondergeschikt belang. Tofik Dibi moest nog voor amok zorgen en Arjen Robben had zijn penalty nog niet gemist.
De Fraeylemaborg maakt nietig. Binnen de muur is geschiedenis geschreven: Daar woonden eens mensen als Osebrandt Johan Rengers, Henric Piccardt, Abraham Johan van der Hoop, Wiardus Hora Siccama en Abraham Johan Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochteren. Zij maakten het landgoed in vierhonderd jaar tot wat het nu is. Ik ben slechts een voorbijganger.
Ik zat alleen aan een tafeltje en wachtte op de dingen die komen gingen. Dat zou zijn: een glas en een goed maal met een vriend uit Slochteren. We hadden afgesproken om zes uur. Het was kwart over zes. Plong, deed mijn iPhone. De afspraak smste dat het wat later werd.
No problemo.
De serveerster, dressed in black, schonk een glas wijn in. Ik nam een slok en keek naar links, naar het pleintje voor de Fraeylemaborg, naar de ophaalbrug, naar het begin van de schitterende 23 hectare grote tuin. Het tuinhuisje aan de zijkant, dat zou een perfecte trouwlocatie zijn. De oude bomen stonden alweder vol in het groen. Dat was zo snel gegaan, daar kon je niet tegen knipogen.
Al eeuwen ligt de Fraeylemaborg aan de Hoofdweg, onderdeel van de oude heerweg van Groningen (via Winschoten, Wedde en Boertange) naar Oldenburg. Het goed herbergt naast de borg een boerderij/schathuis (schat betekent vee), een duiventil, een koetshuis met verwarmde kassen, een houten schuur voor berging, een prieel en een twintigste-eeuwse parkeerplaats.
Fraeylema is een samenvoeging van Ver, wat staat voor adellijke vrouwe en Ailma of Elema, net als Borg Verhildersum bij Leens genoemd is naar een Ver Hilde. Begonnen als steenhuis, in de loop der tijd uitgebouwd en uitgebreid. Tuin en bos waren in eerste instantie in barokke Franse stijl aangelegd, geïnspireerd op Versailles, maar in 1828 werd het volgens een ontwerp van G.A. Blum en L.P. Roodbaard een romantisch park in Engelse landschapsstijl, met slingerende paden, onregelmatig gevormde vijvers en een heuvel. Je kunt Fransen niet gekker krijgen. Die vinden dat zoiets eruitziet alsof een dronken tuinman in de weer is geweest. De Dikke Boom, een stokoude linde, heb ik nooit gezien. Hij waaide in 1963 om, twee jaar voor ik geboren werd.
Ik keek naar rechts, langs het terras (‘nieuwe stoelen en tafels, wat vind je ervan?’, vroeg de waard) en zag in de verte een stel aan komen lopen. Een man en een vrouw. De man droeg een hoed en een lange jas. Ik dacht: het zal toch niet?
Het zou wel, want het was Douwe van der Bijl, vriend en zwarte man.
Met zijn gade had ie het plan opgevat Slochteren op Hemelvaartsdag met een bezoek te vereren, voor een wandeling in dat wat wij het Grote Bos noemen. Het Kleine Bos, daar woon ik tegenover. Toen hij mij zag zitten dacht Douwe hetzelfde als ik: het zal toch niet?
De kans dat men mij aantreft op het terras van De Boerderij is tussen mei en oktober echter vrij groot. Het weerzien was hartelijk, oprecht. We spraken even kort over de dingen van de dag en het ‘lekkere’ weer. Onderwijl was de vriend uit Slochteren gearriveerd. Er werden opnieuw handen geschud en Douwe en partner liepen in de richting van het bos.
Voor de buitenstaander een gewone ontmoeting, maar het was wel degelijk een historisch moment. Waar eens, in de rode kamer op de borg, Johan de Witt sliep, daar waren nu De zwarte mannen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen