woensdag 11 juli 2012

60 minuten per dag

Rust, regelmaat en reinheid. U raadt het al. Het is woensdag, dus zwarte man Mensema laat van zich spreken. De toon is zoals altijd goed, maar als hij zich kwaad maakt! Trouwens de 3 R'en staan aan de overkant van de plas voor relevant, real en remarkable. Geen probleem. Mag ook. Geef toe, Bill zijn schrijven is relevant en onderscheidend. Lees en ervaar dat het echt is.




Het is altijd voor de anderen bedoeld, nooit voor onszelf. Al die spotjes van voorheen Postbus 51 (bestaat niet meer en is sinds een maand vervangen door een of ander telefoonnummer) over dat je elke dag 60 minuten sporten moet, over dat je je niet schuldig mag maken aan hufterig of schofterig gedrag, of over hoe je een kort lontje te allen tijde dient te vermijden, ze zijn altijd voor de anderen bedoeld. Niet voor ons.
Want wij doen dat immers al. Wij zijn immers weldenkende mensen. Wij weten ons – tamelijk archaïsch uitgedrukt – nog te gedragen.

(Wij weten trouwens ook wat archaïsch betekent.)

Wij zijn geen pummels of lummels. Wij scheiden ons afval in de groene en de bruine bin. Wij spreken ons uit voor CO2-neutrale woningbouw. Waarbij het tweetje eigenlijk naar beneden moet. Want dat weten wij ook. Wij zijn sowieso ondubbelzinnig voor klimaatvriendelijk energieverbruik.
We zouden meer de fiets moeten nemen en minder de auto. Dat weten wij heel goed. Dat proberen wij ook. Maar het kan natuurlijk niet altijd. Soms komt het gewoon niet uit. Wij weten dat u dat weet, zoals wij weten dat u weet wat wij weten.
Want wij gebruiken allemaal dezelfde media. Wij lezen de juiste kranten en als we een ander op straat passeren – bij voorkeur te voet of anders te fiets – die dezelfde krant als de onze nauw gekneld onder de arm met zich meedraagt, dan laten wij daar niets van merken in ons non-verbaal gedrag, al glimlachen wij intern minzaam om het zien van een broeder, of een zuster, of een broederzuster, waarvan wij nu reeds weten dat ook die deugt.

Weldenkendheid is een sleutelwoord in ons bestaan. Wellevendheid vanzelfsprekend ook.

Maar wij zijn mensen. Eigenlijk zijn wij supermensen, maar vooruit, voor de goede orde zijn zelfs wij mensen. Ook wij kunnen niet altijd goed zijn. Soms dwalen we even van het rechte pad af. Maar gelukkig zijn er dan weer de Claudia’s en de Youp’s die ons scherp houden, opdat wij allen een Claudia dan wel een Youp blijven, ook al staan we niet op het podium.
De vegetarische hamvraag die wij onszelf steeds weer dienen te stellen is immers immer dezelfde: deugen wij nog?
Daar valt overigens geen simpel Ja of Nee op te geven. Dat zijn natuurlijk de antwoorden, waarmee de anderen zich tevreden stellen.
Voor ons geldt dat niet. Niet omdat we ons verheven voelen boven de anderen (wat wel zo is, maar het hoort niet om dat zo uit te spreken), maar omdat wij weten  - omdat wij heel goed weten – dat het allemaal niet zo zwart-wit gesteld kan worden. De antwoorden op de levensvragen waar elk mens mee geconfronteerd wordt zijn niet in harde, tegengestelde keuzes te vangen, maar dienen op een glijdende schaal te worden gezet. Sec holistisch gezien klopt dat ook beter. Want natuurlijk deugen wij. Maar soms deugen we iets minder, soms deugen we enigermate, soms deugen we redelijk. En soms – heel soms – deugen we zelfs amper. Dat komt gelukkig niet vaak voor, maar laten we elkaar – juist elkaar – geen rad voor de ogen draaien. Vanzelfsprekend deugen we het grootste deel van de tijd heel erg, maar de boog kan nu eenmaal niet altijd gespannen blijven.

Soms kleunen we wis.
Soms miskleunen wij.

Dat zijn dan de momenten waarop we zouden moeten gaan sporten. Wat niet altijd gemakkelijk is, want 30 minuten sporten per dag – zoals destijds als strikt noodzakelijk verkondigd in een Postbus 51 spotje (het is nu een of ander telefoonnummer) – was al een pittige opgave. Maar sinds een jaar is dat verhoogd tot maar liefst 60 minuten per dag. Volgens de laatste onderzoeken is dat in de huidige tijd wel het minste wat we elke dag aan sport dienen te besteden.
Het zijn trouwens onderzoeken die uitvoerig zijn belicht in de kranten die wij lezen, in de kranten die deugen, geschreven door journalisten die deugen, die zich er niet met goedkoop cynisme vanaf maken, maar alles duiden in de context van het zittend werkbestaan, de op handen zijnde obesitas epidemie en de ziektes en kwalen die daarmee gepaard gaan.

Daarom sporten we ook. Want voorkomen is beter dan genezen. En zo moeten we het holistisch ook zien, want met 60 minuten is het klokje rond.
Nietwaar?

Toch blijft het veel, die 60 minuten. Het is erg veel. 30 minuten was al veel elke dag, maar nu is het 60 minuten. Maar ja, het staat in de krant. Het staat in de juiste krant. En er wordt door een telefoonnummer ook op gewezen (was ooit Postbus 51) dat het nu echt noodzakelijk is, willen we het tij nog kunnen keren. Niet 60 minuten bewegen over de hele dag, maar 60 minuten in één ruk door.
Het stimuleert de doorbloeding, het helpt ons van de overtollige kilos af en het is goed voor het persoonlijk welbevinden. Een gezonde geest in een gezond lichaam.

We zuchten diep. Want dit zijn de dagen dat we liever wat minder zouden willen deugen.

Maar we vermannen ons. Eigenlijk vermensen we ons. Maar we weten wat we bedoelen.

We stappen op onze mountainbike, we pakken onze tennisrackets uit de tas, we laten ons in het frisse water van het zwembad zakken, we rennen langs de weg waarbij onze borsten alle kanten uit zwiepen omdat we in de drukte vergeten zijn een sport-bh om te doen.

60 minuten gaan we vandaag rennen. 60 minuten lang gaan we baantjes trekken. Of tennissen. Of mountainbiken.

Wat zullen we ons hierna goed voelen! Een vuurrode kop zullen we hebben, al onze kleding zal zo meteen plakken van het zweet, alles zal straks pijn doen, maar we zullen met een voldaan gevoel over 60 minuten onder de douche stappen. En we moeten niet vergeten na het douchen onder de borsten flink wat talkpoeder te smeren.

Over 60 minuten is het zo ver!

60 minuten…

60…

Godverdomme! Welke kut kanker tyfus fascist heeft dit nou weer bedacht? Alsof we het verdomme nog niet druk genoeg hebben zo, met het scheiden van het afval dat later bij de afvalverwerking toch weer op een hoop gesmeten wordt. Alsof we niet nog een hele dikke zaterdagkrant te lezen hebben, terwijl de kinderen ondertussen ook nog eens opgehaald moeten worden van hockey en voetbal, om vervolgens naar ballet of de Jonge Onderzoekers te worden gebracht en weet die klojo dan helemaal niet hoe verschrikkelijk druk het in de stad is op een zaterdagmiddag, waarbij je op alle verkeersaders hopeloos vastraakt in de files?

60 minuten per dag…

De smeerlap die dat bedacht heeft kan wat ons betreft flink de rambam krijgen, zeg!
En het is ook niet waar dat we van al dat sporten een helder hoofd krijgen, want als we lopen te joggen met onze alle kanten uitspringende borsten, dan worden we helemaal niet overmensd (Overmensd, overmensd? Wat nou, het is godverdomme gewoon overmand!) door een rustgevend gevoel van zen, maar dan denken we in ons hoofd alleen maar uit hoe we die verschrikkelijke, volgevreten tyfus manager die ons doordeweeks het leven zo absurd zuur maakt op kantoor zo gruwelijk mogelijk kunnen vermoorden en daar toch nog mee weg kunnen komen.
Waar denken we werkelijk aan als we smashen met de rackets naar de tennisbal? Dat die bal eigenlijk de smerige rotkop van onze manager is.

We zeggen het nooit hardop. Maar we denken het wel. Op de momenten dat we eigenlijk niet deugen.

De smeerlapperij in onze hoofden en de scènes van moord en doodslag die daarin plaatsvinden, dat zijn de werkelijke redenen waarom onze wangen zo vuurrood kleuren. Als we zwemmen.
Als we tennissen.
Als we rennen langs de weg.

60 minuten…

Hoe lang moeten we nog? We kijken op onze stopwatch. Godverdomme, nog 59 minuten te gaan…

En daar heb je die verdomde anderen weer, voor wie die spotjes van dat telefoonnummer werkelijk bedoeld zijn, in hun tweedehandse autootjes, volgeladen met chips en snoep en bier en cola en droge worst, en hun van vet uitpuilende koppen, die ook nog eens roken achter het stuur terwijl er allemaal kindertjes op de achterbank zitten. Ze lachen ons nu uit, maar wie zal straks het laatst lachten…

Hoeveel minuten nog?

En morgen opnieuw…

Morgen echt opnieuw?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen