donderdag 24 oktober 2013

Tony Joe White


Zwarte Man José Cutileiro schreef op zijn Facebookpagina het volgende stukje naar aanleiding van een optreden van Tony Joe White in De Oosterpoort afgelopen dinsdag 17 september. Het was een vooraankondiging, want het concert moest nog plaatsvinden.
Dit bericht inspireerde zwarte man Mensema het volgende te schrijven. En inderdaad. Mensema heeft zuvere proat. Warren Zevon is ook zo'n instituut. Lawyers, guns & money zeggen wij dan.

“Deze man is een monument! Tony Joe White (1943) scoorde in 1968 een hit met 'Polk Salad Annie' en schreef ook veel hele fijne nummers voor anderen. 'Steamy Windows' van Tina Turner is een voorbeeld. Nog mooier vind ik 'Rainy Night In Georgia' (o.a. Brook Benton), een nummer dat Tony Joe White al op negentienjarige leeftijd had geschreven. Vanavond speelt hij in De Oosterpoort, begeleid door een steady drummer. Meer heeft hij niet nodig om zijn fraai gegromde songs en broeierig gitaarspel over te brengen. Ik zal er zijn, want ik mag vooraf, in de pauze - er is een voorprogramma - en na afloop plaatjes draaien in de foyer. Je kunt natuurlijk ook niet komen, maar dan ga je wat missen.”

Laten we eerlijk zijn: de meeste mensen hebben het concert van Tony Joe gemist. Ook tal van Zwarte Mannen lieten die avond verstek gaan, waaronder ondergetekende.
Niettemin ben ik het hartgrondig met Zwarte Man Cutileiro eens. Tony Joe is een monument, maar net als Warren Zevon een muzikant die met zijn eigen albums nooit echt miljoenenoplagen wist te bereiken.

Zo denk ik er nu over, maar dat heb ik niet altijd gedaan.

De eerste keer dat ik van Tony Joe hoorde was bij Han thuis, op een namiddag in 1978. Proestend van het lachen liet Han me een elpee zien die zijn oudere broer de vorige dag had aangeschaft, terwijl we intussen naar ‘This year’s model’ van Elvis Costello & The Attractions luisterden.

Wat Han me liet zien was het bruingekleurde album ‘Eyes’ van Tony Joe White. Op de voorkant van de hoes stond een foto van een man – Tony Joe zelf – die de vrouw tegenover hem indringend aankeek. De man had een enorme, goed gecoiffeerde bos haar, een open overhemd met veel te grote revèrs, waardoor je een flink stuk van zijn borstkas zag en zoals gezegd een blik in de ogen waarmee hij het hart van de vrouw trachtte te smelten.



Het was een typisch jaren zeventig tafereel, een tijdperk waarin jongens als Han en ik tot wasdom waren gekomen, maar waar wij als jonge generatie inmiddels helemaal klaar mee waren. Onze tijd was aangebroken, met punk en New Wave, met helden van onze eigen generatie. Ook het haar moest weer kort en de kleding moest strak zitten, net zoals bij Elvis Costello.
Ik schoot ook in de lach. Wat een idioot, die Tony Joe. Hoe haalde hij het in zijn hoofd om zo op de foto te gaan!
‘En dan die bakkebaarden van hem,’ zei Han.
‘Net zo groot als die van Elvis,’ reageerde ik.
‘Niet van onze Elvis natuurlijk.’

‘Ben jij gek. Nee, van de dode Elvis.’      



‘Pump it up’ klonk het over de speakers van de Hi-Fi installatie in de woonkamer van de ouders van Han. Maar goed dat we nu alleen in huis waren, anders hadden we het nooit zo hard mogen afspelen.
‘Wat een klasse nummer!’ zei ik.
‘Van onze Elvis,’ zei Han.
‘Niet van de dode Elvis.’
‘Met z’n bakkebaarden.’
‘Heeft-ie nou niet meer.’

Ik begreep niet waarom mannen als de dode Elvis & Tony Joe zulke enorme bakkebaarden droegen – het leek me vreselijk te jeuken – maar ik werd helemaal nerveus van de ogen van Tony Joe.
Op de foto kijkt hij de vrouw aan met ogen die zeggen: ik wil je.
Ik begeer je.
Ik lust naar je.
Ik wil met jou de Hot & Sexy doen.
Ik wil de bowlingbal op jouw kegelbaan zijn.
Ik wil de passer in jouw etui zijn.
Ik wil jouw huis zo doen sidderen van begeerte dat de ramen uit hun sponningen springen. Ik zal daarbij een woordenboek meenemen, zodat we daarin samen kunnen opzoeken wat een sponning nog maar weer precies is.
Ik wil de Ha zijn van jouw Halleluja.
De Aa van jouw erlebnis.
Ik wil het gaatje zijn in jouw elpee. O nee, dat zeg ik verkeerd: jij mag het gaatje zijn in mijn elpee. Lijkt me ook logisch, want jij hebt geen elpee uitgebracht. Ik daarentegen wel. Namelijk deze. En om dit te vieren stel ik voor dat we Lowdown & Dirty gaan doen.
De hokiepokie.
Want ik wil de reus in jouw reuzenrad zijn.
De Enter op jouw toetsenbord. Oké, dat zegt ons nog niets in deze tijd – het is momenteel 1978 – maar de lezers van de toekomst weten dondersgoed wat ik hiermee bedoel.
Over dondersgoed gesproken: ik wil de goed zijn in jouw donders.
Ik wil het spel zijn tussen jouw klokken.
Ik wil de peper zijn van jouw noten.
Ik wil de glorieuze intocht in jouw Lange Leegte zijn.

Ik wil kortom de liefde met jou bedrijven. En laten we daar niet te lang mee wachten, want zoals je ziet is mijn glas inmiddels leeg.

Ook aardig in de jaren zeventig was dat iedereen aan hoor en wederhoor deed, ook als dat slecht voor jezelf uitpakte. Zo ook Tony Joe, die op de achterzijde van de hoes van zijn album ‘Eyes’ een foto liet afdrukken van de vrouw die hij aan de voorzijde met zijn donkerbruine ogen in bed probeert te kijken.


Deze foto spreekt natuurlijk boekdelen. Je ziet de vrouw heel duidelijk denken: Bekijk het maar, Arie!
Ga maar met je eigen pielemosie spelen!
Ik ben Gekke Henkie niet.

Het bleek trouwens een elpee te zijn die Han en ik – na een paar maal afspelen – minstens net zo goed vonden als die van onze eigen Elvis (die zonder bakkebaarden).

© Bill Mensema


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen