zaterdag 20 oktober 2012

SC Veendam - De Graafschap

Het episch centrum van en voor de zwarte man is en blijft de Langeleegte. Gisteravond een prachtige avond op de familietribune. Over familiebanden gesproken. Van der Pavert!


Laten we eerlijk zijn: afgelopen vrijdagavond in De Langeleegte waren de mannen van De Graafschap natuurlijk een stel beestachtig goede voetballers. Allemaal van die potige kerels – niet alleen Tedje ‘I eat broccoli for breakfast’ van der Pavert maar iedereen in het blauwwitte tenue – die waar mogelijk onze jongens in het spel snel stoorden en zodra zich een kans voordeed met zijn allen recht op ons doel afstormden.
Moeke Alberts – die naast ons zat – schreeuwde nog dat Veendam nu echt goed bij de les moest blijven, maar haar goedhartige waarschuwing bleek helaas aan dovemansoren te zijn gericht. Onze jongens lieten een gaatje vallen, wat voor de superboeren uit de Achterhoek net genoeg was. Alleen al hun tweede goal ging er met zo’n rottempo en met zo’n kracht in, dat wij op de tribune even het idee hadden dat het volledige elftal van De Graafschap met bal en al ons doel was binnen getuimeld.
Wat jammer was.
Niet nodig.

     -     Godverdikkie, schreeuwde moeke Alberts het uit.

Wij Zwarte Mannen keken elkaar aan en deden waar wij het beste in zijn: we krulden onze pruillip.
De 0-1 halverwege de eerste helft was al een klap in ons gezicht, want tot dan toe had SC Veendam het beste van het spel. Vooral op links wisten onze jongens geregeld goed uit te breken, met daarbij een glansrol voor onze nummer 11 – Sidney Schmelz – die telkens weer de bal vlak voor het goal van De Graafschap wist te plaatsen.
Maar daar bleef het bij.
De bal ging er maar niet in.

     -     Wat een sukkels! schreeuwde moeke Alberts.

Ja, ze had het over onze eigen jongens, die zich daarna weer groepeerden en het opnieuw probeerden.
Totdat dus de 0-1 viel.

     -     Dit is totaal tegen de verhouding in, reageerde Zwarte Man Fousert.
     -     Niet leuk, sprak Zwarte Man Mensema.
     -     Absoluut niet leuk, sprak Zwarte Man Klein Goldewijk.
     -     Ik ga nu maar even een patatje halen, sprak Sam,
           de zoon van Zwarte Man Klein Goldewijk.

Dat was maar goed ook, want wat moeke Alberts zich op dat moment aan scheldwoorden liet ontvallen, was niet iets waar een jochie van negen naar zou moeten luisteren. Wat zeg ik: zelfs Zwarte Mannen – die nogal wat gewend zijn – steeg het schaamrood naar de kaken.
Niettemin kwam al die vuilspuiterij uit een goed hart.
Uit het hart van moeke Alberts.
Laten we dat niet vergeten.

Na de rust was het net zoals in de laatste 20 minuten van de eerste helft: De Graafschap domineerde het spel en onze jongens sukkelden er achteraan. Met name Veendam verdediger Wagenaar, die er ook vanaf de tribune flink van langs kreeg.

     -     Zit niet zo te slapen, Wagenaar! schreeuwde moeke Alberts.
     -     Ben je overleden of zo, Wagenaar! schreeuwde moeke Alberts.
     -     Godverdikkie, Wagenaar, let nou toch eens goed op met je bolle ogen,
           jij vuile klotenklapper! schreeuwde moeke Alberts.

Die arme Wagenaar had nogal wat te stellen, niet alleen met de tegenstanders op het veld, maar ook met moeke Alberts.
Pa Alberts – die naast zijn vrouw zat met twee dikke stronken broccoli in de oren – vertelde ons tussen de scheldpartijen van moeke Alberts door dat Wagenaar hun inwonende schoonzoon is.

     -     Die kan nou een week lang de afwas doen, glimlachte pa Alberts.

Maar na de 0-2 begon het spel te draaien. Allereerst was daar ineens de goal van onze Griekse Veendammer Vakalopoulos. Een prachtige aanval en een perfecte goal. Ineens was het 1-2. SC Veendam stond op het scoreboard. Het was weer een wedstrijd.
Moeke Alberts danste – of hoste eigenlijk – erop los.
Zo ook wij Zwarte Mannen.

     -     Leuk, sprak Zwarte Man Fousert.
     -     Heel leuk, sprak Zwarte Man Klein Goldewijk.
     -     Ik denk dat ik een colaatje ga halen, sprak Sam,
           de zoon van Zwarte Man Klein Goldewijk.

Terwijl het joch naar de kiosk beneden ging, kregen de Veendam voetballers op het veld van De Langeleegte vleugels. De ban was gebroken. De vloek was verbroken. De Graafschappers wisten niet meer waar ze moesten kijken, want onze jongens waren ineens overal. Alles wat de Veendammers deden was goud. Elke tegenaanval wisten ze nu foutloos te pareren. De bal werd telkens weer aan De Graafschap ontfutseld en naar voren geschoten, waar elke pass nu wel aankwam.
Er volgde tal van aanvallen van Veendam.
De mooiste was die waarbij Lars Hutten zich – weer aan de linkerkant – wist vrij te spelen en met een fantastische krul de bal achter de Doetinchemse doelman plaatste.
2-2.
Als één man schoot de hele tribune omhoog.
Juichen!
Feest!

     -    JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA!
          JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA!
          JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA!
          JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! JA! 
          schreeuwde moeke Alberts.

Niet alleen moeke Alberts, maar wij allemaal, ook wij Zwarte Mannen, we hadden allemaal tranen van blijdschap in de ogen.
En ook daarna bleven onze jongens fantastisch spelen, vooral Wagenaar die – zoals wij inmiddels wel begrepen – doodsbenauwd was dat als hij nu niet zijn stinkende best zou blijven doen, hij de komende week elke dag veroordeeld zou zijn tot de afwas.

     -     Blijf bij de les! schreeuwde moeke Alberts.

Het was niet echt nodig, want ook na de 2-2 bleef het overwicht van het spel bij SC Veendam.

      -     Dit is verdorie echt leuk, sprak Zwarte Man Fousert.
      -     Leuk? vroeg Zwarte Man Klein Goldewijk.
      -     Echt leuk.
      -     Leuk.

Totdat scheidsrechter Van der Pavert – (niet helemaal ontoevallig in het dagelijks leven de vader van Graafschapper Tedje van der Pavert) – een corner toewees aan De Graafschap.
Dat was het moment dat het misging.
Voordat de corner werd genomen ging een Graafschapper ineens zomaar zitten op het gras, wat voor de nodige verwarring bij onze jongens zorgde. Had onze Mitch – die trouwens een voortreffelijke pot speelde – hem een tik gegeven? Welnee. Had hij ineens last van een hartritmestoornis? Zo’n jonge kerel? Natuurlijk niet! Was er misschien een kleine aardbeving ten gevolge van de gasboringen in onze Veenkoloniën geweest? Nou en!

     -     Haal die man van het veld af! schreeuwde Zwarte Man Fousert.
     -     Spelbederf! waarschuwde Zwarte Man Klein Goldewijk.
     -     Schop die kloothommel hartstikke dood! schreeuwde moeke Alberts.

Na deze consternatie werd de corner nog steeds niet genomen, want Graafschap trainer Huistra vond dit het uitgelezen moment om niet één maar zelfs twee wissels in te brengen. Ook dat kostte de nodige tijd en voor we het wisten waren er sinds het fluitsignaal dat er een hoekschop moest worden genomen maar liefst vijf minuten verstreken.
Het moge duidelijk zijn: onze jongens waren door deze tactische flauwekul ineens duchtig uit balans gebracht.

     -     Die smerige, smerige, smerige Huistra, brieste moeke Alberts,
           de volgende keer dat hij bij mij komt logeren,
           kan hij het hele weekend de afwas doen.

Het mocht allemaal niet helpen.
De Graafschap nam de corner en Tedje van der Pavert kopte de 2-3 binnen. Op dat moment totaal tegen de verhouding in en totaal onverdiend.

     -     Niet leuk, zuchtte Zwarte Man Fousert.
     -     Niet leuk, zuchtte Zwarte Man Klein Goldewijk.
     -     Echt niet leuk, zuchtte Zwarte Man Mensema.

Terneergeslagen keken wij moeke Alberts aan, die zich zichtbaar verbeet en trillend van woede de ijzeren reling vasthield. Maar toen vermande zij zich weer, net zoals de jongens van SC Veendam op het veld – en vooral haar schoonzoon Wagenaar – die er opnieuw een tandje bijzetten voor het slotoffensief.

     -     Schop die klootviolen aan gort! schreeuwde moeke Alberts haar jongens toe.
     -     Bij de les blijven, jongens!
     -     Schiet toch eens op, Wagenaar!
     -     Moord!
     -     Doodslag!
     -     De hele week afwassen!
     -     Godverdikkie!

Helaas. Het mocht niet meer baten. Het zou 2-3 blijven.

Maar – en dat moet gezegd worden – het was een fantastisch huzarenstukje van SC Veendam om zich op zo’n wijze terug te hebben gevochten in de wedstrijd.

     -     Godverdikkie nogantoe!!!

© Bill Mensema

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen