vrijdag 1 november 2013

Costello


Als specialist in de woestijngodsdiensten heeft het nummer 'What's So Funny 'bout Peace, Love and Understanding' immer tot de verbeelding gesproken. Het beeld van een man in een roze pak in de stromende regen op een podium in Geleen (Pinkpop) die deze woorden vlammend uitspuugt zal altijd een momentum in de l'histoire du rock blijven. Elvis Costello is een held. Zwarte man Cutileiro doet muzikaal iconigrafisch veldwerk naar de zin, inhoud en betekenis van zijn werk.



Toch is het raar…


Elvis Costello is voor mij altijd een belangrijke artiest geweest.
Als 18-jarige kocht ik de elpee ‘My Aim Is True’.
Zonder de progrock, de punk, David Bowie, Roxy Music of de andere glamrockers, Dylan of de andere singer-songwriters van de seventies te willen afvallen, voelde ik op het eerste gehoor: zo kan het ook! Korte, bondige liedjes met heldere melodieën die terugvoerden naar mijn lagere schooltijd, toen ik met een oor tegen de transistorradio ’s avonds laat lag te luisteren naar The Beatles, de Kinks en de Rolling Stones. Liedjes met drive, die in minder dan drie minuten een punt maakten.

Ik was fan en de twee elpees die Costello na zijn debuut afleverde behoren wat mij betreft tot de canon van de popmuziek: ‘This Year’s Model’ en ‘Armed Forces’.
Wat heb ik aan het eind van de jaren zeventig gezwijmeld bij ‘Allison’, geswingd op ‘Watching The Detectives’ en wat kon je lekker pogo’en op ‘Oliver’s Army’.

Urgente muziek.
Muziek die schreeuwde: luister naar mij!
Muziek die het tijdsbeeld vatte, ook persoonlijk. Als ik ‘Accidents Will Happen’ hoor, denk ik nog steeds aan de metershoge sneeuwhopen van de winter van ’79 waar ik doorheen liep met de papieren tas van platenhandel Hemmes in mijn handen geklemd waar ‘Armed Forces’ in zat.

En die Declan Patrick McManus – zo heet ie in het echt –  bleef maar goeie platen maken. Denk bijvoorbeeld aan de bezeten liefdesballade ‘I Want You’. Hij wees me bovendien wegen die ik nog niet bewandelde. Soul bijvoorbeeld. De elpee ‘Get Happy!!’, gestoken in een wonderschone hoes van Barney Bubbles, was een lange ode aan de R&B en soulklanken van het Stax label. De poster – eveneens van Barney Bubbles – die bij de plaat in zat heeft de hele jaren tachtig in mijn kamer gehangen, boven de gaskachel.
Of countrymuziek: zonder ‘Almost Blue’ was Hank Williams pas veel later mijn leven binnengestapt.
Tot op de dag van vandaag maakt Elvis Costello prima albums.

Maar toch, maar toch…

Zijn mooiste nummer vind ik – vreemd genoeg – een single die hij niet eens onder eigen naam uitbracht. Costello had kennelijk weinig vertrouwen in ‘Pills And Soap’ en slingerde het de wereld in onder pseudoniem: The Imposter. Een singletje in low-budget verpakking – blanco hoesje, alleen het grote gat in het midden onthulde de titel, die op het label te lezen was.
‘Pills And Soap’, dat verscheen rond de Britse parlementsverkiezingen van 1983, was een grandioze sneer naar alles wat Margaret Thatcher in haar eerste vijf jaar als premier teweeg had gebracht:

“The King is in the counting house
Some folks have all the luck”

Ook haalt The Imposter uit naar het sensatiejournaille dat, in plaats van Thatcher kritisch te volgen, goedkoop ging wroeten in steeds stinkender riolen:

“With a microphone in one hand and a chequebook in the other
And the camera noses in to the tears on her face”

Helaas hebben die woorden niets aan actualiteit ingeboet. In onze tijden van onbeschaamd effectbejag door Pow-News, de infantiliteit van het NOS-Journaal waar Jip en Janneke zich volkomen terecht voor zouden schamen, een programma als DWDD waarin materiële welstand wordt aangemerkt als positieve karaktereigenschap, terwijl kwaadsprekers via sociale media binnen 24 uur een carrière kunnen breken… om nog te zwijgen van de steeds grotere verwijdering tussen arm en rijk in de wereld; ‘Pills And Soap’ komt nog steeds hard aan.

De muziek is kaal en spaarzaam.
Uitgekleed tot op het bot.
Delen van de tekst zijn Dylan-eske associaties die ik niet kan duiden.
Dondert niks.
Go with the flow.

Ik wist dat het singletje een bescheiden hitnotering had behaald, maar pas onlangs zag ik voor het eerst The Imposter playback optreden in het Britse tv-programma Top of the Pops. Het is een bizar filmpje. Hij staat wat ongemakkelijk met een hand in de zak en zonder gitaar. Zijn trouwe pianist speelt de voor dit nummer karakteristieke loopjes en op de achtergrond zien we zowaar gogo-meisjes zich uitsloven in danskooien, met wat handclaps als enig ritmisch houvast want meer percussie zit er niet in de track. Hierna zouden ze mogen dansen op Duran Duran, Heaven 17 of ABC, na afloop werden ze waarschijnlijk ook nog onzedelijk betast door ‘gastheer’ Jimmy Saville.

Het is een unheimisch decor voor een van de beste plaatjes ooit gemaakt, dat klinkt alsof het binnen enkele uren in elkaar is gezet op een zolderkamer.
Maar met overweldigend resultaat.

“Give me the needle, give me the rope
We’re going to melt them down for pills and soap”



© José Cutileiro

N.b.: ‘Pills And Soap’ verscheen later in hetzelfde jaar ook op de reguliere Elvis Costello-lp ‘Punch The Clock’. Maar dit betreft een inferieure remake. Het geluid is veel meer gepolijst, de rauwe randjes weggemoffeld. Jammer. Trap er niet in. Zoek naar het originele 7”-vinyl!  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen