dinsdag 22 oktober 2013

Over Rusland, Rehwinkel & Zwarte Man Piet


Het kan verkeren. Krijg je als spreekstalmeester bericht dat er een Zwarte Man is gesignaleerd in het Colosseum van Rome. Zit er vrijwel gelijktijdig in de mailbox een schrijven van dezelfde Zwarte Man over Zwarte Man Piet, Rehwinkel en Rusland. Zoals gezegd het kan verkeren.

In tijden van onzekerheid wordt aan veel getwijfeld. Terecht, maar dat instituties als zwarte Piet geslachtofferd worden, zeg het maar. Dat er in de media tijd en ruimte is voor een burgemeester die heeft gesolliciteerd naar een functie die dan weer wel en dan weer niet schijnt te bestaan, zeg het maar. Dat onze relatie met Rusland vele malen beter kan, zeg het maar. Misschien moet Rehwinkel als diplomaat en verkleed als Zwarte Man Piet in Rusland aan de slag. Zwarte Man Cutileiro bericht. Hij zegt het maar. 


Drie zaken beheersten de afgelopen week onze nationale media:

Rusland, Rehwinkel en Zwarte Man Piet.
Ze zijn in een gordiaanse knoop met elkaar verbonden.

Verwarrend?
Dat valt wel mee.
Leest u verder.

Allereerst de getroebleerde relatie tussen de Nederlanden en de Russische Beer. Het botert al langer niet. Vooral de positie van lesbiennes, homo’s, transgenders en biseksuelen in Rusland is ons Nederlanders een doorn in het oog. U dient echter wel te beseffen dat het immense land wordt geregeerd en gedicteerd door krachten waar wij nauwelijks weet van hebben. Onder- en bovengrondse organisaties maken er de dienst uit die worden beheerst door mores en gewoontes die ieder weldenkend mens liever niet zou willen kennen. De positie van LGTB’s is in het huidige Rusland niet te benijden maar denkelijk al wel stukken beter dan in de Sovjettijd, nog niet zo lang geleden. Toen was alles-behalve-hetero namelijk officieel verboden en werd vervolgd. Dat is tegenwoordig niet meer zo. Al blijft het dubieus dat voor andere dan heteroseksuele relaties geen ‘propaganda’ mag worden gemaakt, kan ik me voorstellen dat de huidige machthebbers zich verwonderen dat juist nu uit het buitenland kritiek komt op de in hun ogen versoepelde houding tegenover minder gangbare belevingen van seksualiteit. De demonstraties in Amsterdam, eerder dit jaar, hebben het Kremlin wellicht oprecht verbaasd zelfs.  

Niettemin is het prettig te weten, dat iedere om wat voor reden dan ook zich bedreigd voelende Rus in Moskou een buitenlandse ambassade binnen kan vluchten. Indien de dienstdoende diplomaat hem of haar bescherming biedt, kan het Russische regime hier niets tegen beginnen. Feitelijk is een Nederlandse ambassade in het buitenland gewoon Nederlands grondgebied. Daar zijn internationale afspraken over gemaakt.

Die afspraken behoren wereldwijd tot het abc van iedere regering. De knulligheid van de Haagse politie in de zaak Dmitri Borodin kent daarom nauwelijks een gelijke. Het is puur amateurisme om een buitenlandse diplomaat uit zijn huis te halen en op te sluiten, hoe de beschuldiging ook moge luiden. En let wel: er is nog helemaal niets bewezen aangaande misdragingen van deze Rus. Maar zelfs al heeft hij zijn kinderen geslagen, het Verdrag van Wenen schrijft voor dat in geval van persoonlijke misdragingen een buitenlandse regering mag worden verzocht een diplomaat terug te roepen. En reken maar niet dat dit in zijn eigen land een maatschappelijke bevordering van ambassaderaad Borodin had betekend.

Nederland roept zoals gebruikelijk eerst heel hard dat het gelijk heeft. Onze minister Timmermans biedt vervolgens tandenknarsend excuses aan. Niet om de ‘vriendschap’ met Rusland te redden, daar gaat het hier namelijk niet om. Die bestaat ook niet. Als gewoonlijk draait het allemaal om handel. In gas vooral. Het Nederlandse aardgas is namelijk uitgeleverd aan de multinationale gigant Gazprom. Hoofdkantoor te Moskou maar met een dependance in Groningen. 

Nederland is er als de kippen bij als het gaat om handel. Keiharde handel. Dat is al eeuwenlang zo. Vanaf pak ‘m beet de 16e-eeuw varen Hollandse schepen over ’s werelds zeeën voor de handel – ook wanneer dit woord een eufemisme was voor roof en plundering. Specerijen, goud, zilver en andere edelmetalen, diamanten… Maar nergens werd ooit zo veel geld mee verdiend als met handel in mensen. Schepen werden aan de Afrikaanse kust volgeladen met zwarte mannen, vrouwen en kinderen die westwaarts werden vervoerd. Ze werden verkocht aan plantagehouders op het Amerikaanse continent (Noord, Midden en Zuid) om onder de meest erbarmelijke omstandigheden zwaar werk te verrichten. Dit werd dusdanig gewoonte door de eeuwen heen, dat het stigma van de blanke mens als superieur aan de zwarte nog immer geldt.

En zo komt het dat wij jaarlijks een kinderfeest vieren waarbij we om onduidelijke redenen een katholieke bisschop uit Turkije opvoeren, die het eeuwige leven heeft, inmiddels om al even vage redenen in Spanje woont en zich omringd weet door een de afgelopen decennia explosief gegroeid aantal zwarte knechten. Nederlandse kinderen worden vanaf hun prilste jeugd vertrouwd gemaakt met de zwarte man als clown, als potsierlijke fratsenmaker, een onderdanige dienaar. Onschuldig vermaak? Voor volwassenen misschien. In het zeer kneedbare kinderbrein wordt helaas een beeld geschapen van zwarte mensen dat mensonwaardig is.

*

Peter Rehwinkel zit ondertussen in zijn werkkamer op het Groningse stadhuis achter het bureau. Hij is een goed en rechtvaardig mens met het hart op de juiste plaats. Plichtsgetrouw bovendien. Het wordt hem echter zwart voor ogen wanneer hij denkt aan de ceremonie die hij in november als burgemeester zal moeten leiden: de intocht van Sinterklaas. Pracht en praal zijn aan Rehwinkel wel degelijk goed besteed – hij staat niet voor niets bekend als royalty-kenner. Maar het bespotten van negers sanctioneren, dat gaat de burgervader te ver. Hij overweegt de ambtsketting af te leggen. Zijn carrière aan de wilgen te hangen.

Zijn gedachten dwalen verder af.

Waar staat Groningen nou bekend om? Wat zal hij achter zich laten? Het gas natuurlijk! Groningen, met zijn schijnbaar saaie uitgestrekte landschap, herbergt ondergronds de bron van Nederlands welvaart. Met alle seismische onrust van dien. En het hart van de Hollandse gashandel bevindt zich nog altijd aan de rand van de stad, in de Apenrots, ingeklemd tussen de ringweg, het Stadspark en de afslag richting Drachten. In Rehwinkels eigen stad wordt de import en export van het blauwe goud geregeld, al is het een illusie te denken dat dit nog steeds wordt gedaan door Groningers. Of Nederlanders. Welnee. In feite wordt alles wat in dat gebouw gebeurt gedirigeerd door de Russen. Een ietwat vreemde en zelfs beangstigende gedachte, ook al omdat Rehwinkels eega van hetzelfde geslacht is als hijzelf.

Peter besluit tot een meesterzet.
Een drie-vliegen-in-één-klap zonder weerga.
Rehwinkel vertrekt naar Barcelona.

Vlieg één: hij komt in gelegenheid de ridiculisering van Zwarte Man Piet bij de wortel aan te vatten. Waar kan hij dit immers beter doen dan in Spanje? Weliswaar ligt Barcelona in het separatistische Catalonië, maar als het puntje bij paaltje komt zijn het natuurlijk gewoon Spanjaarden. Scoorde Andrés Iniesta van FC Barcelona niet de winnende treffer tijdens de WK-finale tegen Nederland? Als adviseur bij rampenbestrijding kan Rehwinkel met een verborgen agenda moeiteloos op zoek gaan naar het hoofdkwartier van het kwaad – het zomerverblijf van de bisschop – en zo mogelijk die verfoeide stoomboot in het ongerede brengen. Semtex, minstens. Nooit meer dat badinerende kindervermaak. Diewertje Blok in haar Sinterklaasjournaal eens écht met de mond vol tanden laten zitten.

Vlieg twee: de sleutel van de voordeur van de Apenrots gaat mee naar Spanje. De Russen én de economische machthebbers uit Den Haag komen er gewoon niet meer in hier. Dat gas zal enige tijd onontgonnen in de grond moeten blijven zitten, totdat de Groningse bevolking het heft in eigen handen neemt, zich loswrikt uit de Haagse dictatuur en zelfstandig de onderhandelingen met Gazprom heropent. Met aansluitend de derde Vlieg: Rehwinkel zal de sleutel pas teruggeven wanneer de Russische regering keihard toezegt dat homoseksuelen en transgenders niet alleen legaal relaties met elkaar mogen onderhouden, maar ook naar hartenlust in de straten van Petersburg tot Vladivostok hun geaardheid uitbundig mogen vieren.

Eind goed, al goed.
We mogen dan eindelijk ook met goed fatsoen gaan bowlen in Moskou.
Yolo!

© José Cutileiro

maandag 21 oktober 2013

Tom & Jerry


Kijken Zwarte Mannen porno op het internet? Welnee, wij behoren immers tot de 0,05% van de mannelijke internetgebruikers die dat niet doen. In plaats daarvan kijken we weleens een Tom & Jerry filmpje op You Tube, zoals dit bowling filmpje dat Zwarte Man Cutileiro onlangsuit de oude doos op het web wist te vissen.


(Pas overigens goed op als je naar een oude doos op het internet gaat zoeken, want voor je het weet krijg je iets anders voorgeschoteld dan waar je op gerekend hebt.)

Tom & Jerry filmpjes bekijken wij met warme gevoelens. Het ontegenzeggelijke vakmanschap van de Hannah & Barbera studio's, waar de tekenfilmpjes geproduceerd werden, vervult ons ruim 60 jaar na dato nog steeds met ontzag. De door de makers ervan in elk frame uitgedrukte liefde voor het medium zelf, het vloeiende en speelse geheel van muziek, beweging, kleuren en zelfs verhaallijn, de indrukwekkend hoogwaardige kwaliteit van het totaal. Het is simpelweg amper te geloven dat dergelijke tekenfilmpjes ooit gemaakt werden, als je ze vergelijkt met het goedkope pulpwerk dat vandaag de dag de toon zet op de cartoon tv-kanalen.

Het is als de oude, prachtig vormgegeven Pink Cadillac, onder meer bezongen door Aretha Franklin en Bruce Springsteen, waarbij het moderne wagenpark – ondanks al z'n hypermoderne gadgets en passagiersstoelen met individuele billenverwarming – maar schril afsteekt.

Wij hebben dat ook. Weliswaar willen we de luxe van nu, maar stiekem blijven we smachten naar het blinkende chroom en de adembenemende staartvinnen van de Cadillac.

Maar ook wij Zwarte Mannen kunnen niet blijven hangen in het verleden. Dat weten we wel.

Sponge Bob Squarepants is bij lange na niet zo goed getekend als Tom & Jerry, en zijn bowlingverhaal is niet zo leuk als dat van onze geliefde muis en kater, maar ook Spongebob heeft wel wat. Om maar wat te noemen: een ontzettend grappig stemmetje.

De tijd schrijdt kortom voort en ooit – ergens in de toekomst – zal de iPhone 5 bekend staan als de Pink Cadillac van die tijd.

Er zal dan een Zwarte Man opstaan die snikkend bekent terug te verlangen naar het chroom en het effectieve vernuft van deze smartphone van wijlen Steve Jobs en consorten.

Zoals wij Zwarte Mannen dus denken over de Tom & Jerry cartoons, die we ooit als jongetjes wekelijks zagen op het Duitse ZDF, direct na het avondeten. Op het tapijt zittend, in de pyjama voor de kachel, de kleuren-tv aan, als ze werden uitgezonden als onderdeel van de 'Schweinchen Dick' tekenfilmshow op de dinsdagavond vanaf 18:40 uur.

Ze werden onderbroken door de commerciële boodschappen. Vandaag de dag ga je dan even zappen, maar destijds – eind zestig – hadden we nog geen afstandsbediening. Daarvoor hadden we bij ons thuis mijn broertje. Mijn pa zei: 'Zet 'm even op 2, Jack', waarop mijn broertje dan naar de tv toe liep en de schakelaar twee slagen omdraaide.
Wij keken dan ook naar de Duitse tv-reclames, met daar weer tussendoor telkens een kort filmpje van Die Mainzelmänchen. Ook die waren niet zo goed getekend als de Tom & Jerry cartoons, maar net als Spongebob hadden ze een grappig stemmetje. Zoals het Mainzelmänchen dat aan het einde van het reclameblok zijn petje lichtte en dan zei: 'Gutentag'.

Genoeg gemijmer van ons. Bekijk het filmpje en mijmer zelf!

© Bill Mensema

zondag 13 oktober 2013

The Man in Black


Zwarte man Cutileiro was samen met zwarte man Hadders ooit in het Thialf-stadion om zwarte man Cash te zien optreden. Zwarte man Hadders heeft hier op de blog reeds verslag van gedaan. Geen paniek. Ieder heeft zijn eigen verhaal en was de grote denker Plato al niet van mening dat de zintuigen niet altijd te vertrouwen zijn. De verstandelijke wereld had hij hoger zitten. Lees het jaloersmakende verslag van onze nieuwe zwarte man en wees bij het lezen zo verstandig een plaat van de zwarte meester als soundtrack te gebruiken. Dit prikkelt de zintuigen. Een win win situatie.


Ik heb de eer en het genoegen gehad Johnny Cash live te zien optreden.
The Man in Black.

We schrijven oktober 1990. In het aangename gezelschap van countryzangeres Alet, Zwarte Man Hadders en de tegenwoordige Miss Crowbar gaat het in een wit autootje richting Heerenveen. Eenmaal in het Thialf-stadion worden wij geleid langs de openstaande deuren van de 400-meterbaan waar de Rintje Ritsma’s hun rondjes rijden, naar de ijshockeyhal. Het is even voor acht uur en bijna alle stoelen zijn al bezet. Wij vinden toch nog mooie plaatsen, op een van de strafbankjes. Een gelukkige greep want we hebben hier goed zicht op het podium en ook het geluid is op deze plek alleszins acceptabel, voor een sporthal.

Stipt om acht uur doven de zaallichten. Tot onze niet geringe verbazing betreden de dansmariekes van Heerenveen in vol ornaat de zaal, jonglerend met olijk verlichte batons en in een goed ingestudeerde choreografie. Ze weten hier wel wat ‘show’ inhoudt. De meisjes worden gevolgd door de plaatselijke fanfare die een blaasarrangement speelt van ‘Ring Of Fire’, een van de grote hits van Johnny Cash. Dit alles is opmaat tot een speech van de met Culturele Zaken belaste wethouder van Heerenveen, die met zwaar Fries accent ‘de heer Johnny Cash’ welkom heet en in een langdradig relaas uit de doeken doet hoe bijzonder deze avond wel niet is voor zijn gemeente. En hoe blij hij en het gemeentebestuur zijn. Bla bla.

Wij kunnen op ons strafbankje hier wel om lachen.
We weten nog niet hoezeer deze avond ons geduld zal gaan beproeven.

Aansluitend beginnen de voorprogramma’s. Een stoet aan Hollandse country-acts trekt voorbij, begeleid door orkestbanden, met in kitscherige galmeffecten verdronken versies van hits die wij niet kennen. Ze zullen origineel wel van Garth Brooks zijn, vertellen wij onszelf. Een van de zangers is de in Hollandse countrykringen zeer gereputeerde Ben Steneker. Waarom hij zo beroemd is ontgaat ons. De meeste van deze acts spelen niet meer dan een of twee nummers maar dat zijn er dan altijd nog een of twee te veel. Ruim vijf kwartier verder wordt de parade van wansmaak nog enigszins gered door een optreden van Captain Gumbo. Een zydecoband die zowaar zelf de instrumenten bespeelt. Ze mogen dan ook maar liefst vijf nummers spelen.

Zaallichten aan.
Geduld.

Ondertussen worden wij bevangen door lichte paniek. Een toeschouwer bij ons in de buurt vertelt dat Johnny Cash eerder die week een optreden heeft geannuleerd wegens een kaakontsteking. Het zal toch niet? Wij hebben toch niet naar al deze bagger zitten luisteren om straks in een lange rij bij de kassa te wachten tot we ons geld terugkrijgen en daarna terug te rijden naar Groningen?

Geduld.

We halen ook geen biertjes, want de bar is buiten de ijshockeyhal en geen van ons vieren wil de opkomst van The Man in Black missen. We keuvelen wat en het is inmiddels al even na tienen. En dan plotseling licht uit, spot aan.

“Hello, I’m Johnny Cash”

‘Folsom Prison Blues’ is het eerste nummer en de toon is gezet. Cash wordt begeleid door een even gedegen als spaarzaam spelende band. Geen solo’s, no bullshit. Links op het podium staan drie vrouwen – onder wie Johnny Cash’ echtgenote June Carter – die de koortjes zingen. Veel ruimte krijgen ze niet in de arrangementen, maar op de momenten dat ze meedoen vallen de sterren uit de hemel. En natuurlijk komt June af en toe naar voren voor een duet met Johnny. ‘Jackson’ bijvoorbeeld. Het geheel klinkt als een lp van het Sun-label uit de jaren vijftig. Allemaal kort en krachtig. Nummers klokken rond de twee minuten, hooguit drie. Johnny Cash is nog niet begonnen aan zijn overigens magistrale zwanenzang, de ‘American Recordings’ onder leiding van Rick Rubin, en is gewoon nog een swingende entertainer uit Arkansas. Een hele goeie.

Zijn kaak ziet er echter wel degelijk gezwollen uit en we hopen maar dat hij de show kan voltooien. We vrezen dat het afgelopen is, wanneer hij na veertig minuten achter de coulissen verdwijnt.

Maar geen paniek: hij maakt slechts ruimte voor zijn zoon John Carter Cash. Een entr’acte die pijnlijk mag worden genoemd. (Ik heb ook eens Dionne Warwick haar zoon het podium zien opsleuren. Niet doen mensen! Geen goed idee om je minder getalenteerde kinderen op deze manier te showen!)
De gitarist pakt de microfoon. Ik moet hier parafraseren maar neemt u van mij aan, dit is een redelijk getrouwe weergave: “Ladies and gentlemen, may I have your attention. Because this very special guy will take the stage. And he will rock y’all. You’re gonna love him! Because he is a true talent! He does not simply step into his father’s footsteps. No sir! This man is an original. He creates his own music. He’s not a copycat. Ladies and gentlemen, a big hand for John Carter Cash!”

Een wat sullig ogende slungel met – in dit gezelschap – volledig uit de toon vallend lang hippiehaar stapt naar voren met zijn gitaar. Hij speelt slechts één nummer, ‘Blue Suede Shoes’. Een opmerkelijke keuze voor zo’n origineel en eigenzinnig talent, vinden wij.

Geduld.
Dit keer gelukkig maar twee minuten.

Vader Johnny komt terug en gaat verder waar hij gebleven was. Een aaneenschakeling van onze favoriete liedjes. ‘Get Rhythm’, ‘Wanted Man’, ze komen allemaal voorbij en de show wordt besloten met het ijzersterke ‘I Walk The Line’ en natuurlijk ‘Ring Of Fire’, waarbij de fanfare van Heerenveen gelukkig niet terugkomt. Even plots als hij opkwam is Johnny Cash ook weer verdwenen.

“Thank you, goodnight”.
Geen toegift.
Zaallichten.

Het is inmiddels al na half twaalf en wij kijken elkaar aan in het besef zojuist een heel bijzonder concert te hebben meegemaakt. We stappen naar buiten, de kou en regen tegemoet.
Terug naar Groningen.
Want de bowlingbaan in Heerenveen is al gesloten.

donderdag 10 oktober 2013

Wir sind die Moorsoldaten



Ab Meijerman, toen nog burgervader van ons Veendam, zei onlangs bij de presentatie van de plannen van de Stichting 250/400, die in 2015 stilstaat bij 250 jaar Stadskanaal en 400 jaar Semslinie, dat je geschiedenis, je achtergrond, het cultureel erfgoed, mede je toekomst bepaalt. Daar heeft ie nu niks meer aan, maar hij sprak een waar woord. De zwarte mannen komen uit het veen en de Emslandkampen behoren tot de geschiedenis van het veen, ook al is het een zwarte bladzijde.
Wat dit verhaal met bowlen te maken heeft?
Niks.
Een bericht van zwarte man Sandman.



ESTERWEGEN – Er werd evenveel gemarteld. De mensen werden er ook uitgehongerd, afgebeuld en zonder pardon doodgeschoten. Ziekte en ellende overheersten en van de misschien wel 280.000 gevangenen die er zaten stierven er 30.000, het merendeel Russen. Maar in vergelijking met Auschwitz, Bergen-Belsen en Dachau zijn de Emslandkampen vrij onbekend. Toch hebben ze bestaan en 80 jaar geleden, in 1933, opende de eerste: Börgermoor.

Dat de vijftien kampen, gelegen langs het noordelijke deel van de Nederlands-Duitse grens, een kleinere naamsbekendheid hebben komt onder meer omdat de vernietiging van Joden al de stoutste verwachting van een ieder te boven ging. Daarbij wilde de Noord-Duitse bevolking deze zwarte bladzijde, die zo dichtbij werd geschreven, het liefst vergeten. Er werd zo weinig mogelijk over gepraat.

Maar als Aafke Steenhuis er in haar boek ‘Het lied van de Eems' uitgebreid bij stilstaat, de compositie ‘Wir sind die Moorsoldaten' nog voor 1945 tot in Amerika bekend werd en zelfs werd vertolkt door de punkrockband Die Toten Hosen kan niet gezegd worden dat de Emslandkampen uit ons geheugen zijn gewist.

Een geschiedenis als dit laat zich ook niet zo maar wegdrukken. In 1983 verscheen het boek ‘Die vergessenen KZ's?' van Detlef Garbe, directeur van KZ-Gedenkstätte Neuengamme bij Hamburg. Na een artikel in het Nieuwsblad van het Noorden in 1986 werd de gepensioneerde leraar Pieter Albers uit Emmen nieuwsgierig naar de uit het collectieve geheugen verdwenen kampen (‘zo dichtbij en zo onbekend'), ging op zoek naar de locaties, deed onderzoek en schreef er een boek over: ‘Gevangen in het veen – De geschiedenis van de Emslandkampen', (Uitgeverij Noordboek) dat dit jaar de tiende druk beleefde. Er bleken op de voormalige kampterreinen resten te vinden die herinnerden aan de gruwelijkheden en sinds 21 oktober 2011 bestaat Gedankstätte Esterwegen (http://www.gedenkstaette-esterwegen.de). Daar is tot en met 24 november een expositie te zien met tekeningen van de Italiaanse ex-gevangene Ferruccio Francesco Frisone, naar aanleiding van zijn (tekeningen)dagboek ‘Fullen' (Lalito, 2013).

Rijksdagbrand

Adolf Hitler vaardigde op 27 februari 1933, net na de brand in de Rijksdag, een wet uit die volk en staat moesten beschermen tegen politieke tegenstanders. Staatsgevaarlijke individuen konden zonder vorm van process en veroordeling opgepakt en gevangengezet worden. Daarvoor werden de Emslandkampen gebouwd, ver weg, in het lege, weinig toegankelijke moerasgebied in Noordoost-Duitsland. Al in de herfst van 1933 waren drie van de uiteindelijk vijftien in bedrijf: Börgermoor, Esterwegen en Neusustrum. Er zaten meteen 4000 man, bewaakt door SA en SS. Tot en met 1939 verrezen ook nog Aschendorfermoor, Brual-Rhede, Walchum, Oberlangen, Wesuwe, Versen, Fullen, Grosz Hesepe, Dalum, Wietmarschen, Bathorn en Alexisdorf.

De gevangenen werden dwangarbeiders. Zonder hulpmiddelen, behalve pikhouweel en spade, moesten ze ontwateringssloten graven, wegen en straten aanlegen en het Bourtangerveen afgraven. De bedoeling was om binnen tien jaar 50.000 hectare woest land te ontginnen, ten faveure van 2.300 boerderijen. Dat lukte niet. Hitler stopte het project in 1941. Hij had de gevangenen nodig voor oorlogsdoeleinden, onder meer voor de Organisation Todt, die bunkers bouwde in Noorwegen en Frankrijk.

Krijgsgevangen

De Emslandkampen boden vanaf 1939 onderdak aan krijgsgevangenen uit Polen, Italië, Frankrijk, Rusland. Ook zaten er Nederlanders en de zogeheten ‘Nacht und Nebel'-gevangenen. Volgens Albers werden van 1933 tot en met 1945 naar schatting 80.000 concentratiegevangenen en tussen de 100- en 180.000 krijgsgevangenen vastgehouden. De omstandigheden waren verschrikkelijk. Daarin deden de Emslandkampen niet onder voor Auschwitz, Dachau en Sobibor. Alles wat de mens kan verzinnen om de ander te laten lijden, behoorde tot de dagelijkse gang van zaken.

Wir sind die Moorsoldaten

Een van de bekendste gevangene was toneelspeler Wolfgang Langhoff die er vanaf de zomer van 1933 zat. Hij werd opgepakt om zijn kritische stukken waarin hij de politiek op de hak neemt. Hij slaagde er in 1934 in, na zijn vrijlating, net voor de grenzen sloten, naar Zwitserland te vluchten. Daar schreef hij zijn boek ‘Die Moorsoldaten' dat in 1935 verscheen en waarin de terreur in kamp Börgermoor staat beschreven. Al geloofde niemand dat toen. Het kon eenvoudig niet waar zijn, dat een bevriend buurland zich schuldig maakte aan dergelijke zaken. Het boek is in 1935 door Nico Rost in het Nederlands vertaald als ‘De Veensoldaten'. Langhoff schreef in gevangenschap ook het ‘Lagerlied van Börgermoor', dat wereldwijd bekend werd onder de titel ‘Wir sind die Moorsoldaten'. Langhoff zegt in zijn boek dat de ‘Nacht der langen Latten' aanleiding was voor het schrijven. Die nacht volgt op een dag waarop de gevangenen bij hoge uitzondering mochten roken. Als na afloop veel rookwaar blijkt verdwenen en verstopt ontsteken de SS-ers in woede en hakken in op de strompelende gevangenen, met geweerkolven en lange latten, aan de bovenkant voorzien van spijkers.

Wir sind die Moorsoldaten

Wohin auch das Auge blicket,

Moor und Heide ringsum.

Vogelsang us nicht erquicket,

Eichen stehen kahl und krum.

Wir sind die Moorsoldaten

Und ziehen mit dem Spaten

Ins Moor.