zaterdag 9 juni 2012

Sportmoment

Zeer positief punt deze week was de komst van éen nieuwe lokale speler in het eerste van de SC. Wij willen meer en hebben een idee. Help Jan Splinter door de winter middels de verhuur van een plaats in het eerste. Henk uit Pekel willen wij ook wel eens in doel. U begrijpt, de zwarte mannen denken mee.  Zwarte mannen zijn ontregelende mannen met een verbindend karakter. Lees zwarte man Van der Bijl's ingenieus voorstel.

Helaas zit ons geliefde club in financiele nood. Een onderwerp dat de zwarte mannen niet onberoerd laat. Tijdens de onlangs gehouden bijeenkomst ten huize van zwarte man Dijkstra kwam zwarte man Hadders op een lumineus idee. Een idee, dat zowel financieel als sportief de mogelijkheid biedt de problemen te lenigen. In al zijn eenvoud is het verbijsterend geniaal: Verhuur wekelijks een van de basisplaatsen van het elftal.

Zwarte man Hadders constateerde terecht dat een elftal vaak beter gaat spelen als éen man uit het veld wordt gestuurd. Werk dit idee uit en maak er een tactisch concept van en doe er je voordeel mee.

De zwarte mannen stellen voor om in de toekomst niet met 10 maar met 9 veldspelers het veld in de gaan. Het tactische voordeel ligt hierin, dat de tegenstander vanaf het begin volkomen de kluts kwijt is. Spelers weten niet wat ze met de ontstane ruimte moeten doen en lopen zich de benen uit het lijf. Resultaat: binnen de kortste tijd uitgeputte spelers en dan kan men zijn slag slaan.

Zakelijk gezien biedt dit concept grote mogelijkheden. De open plek kan worden verhuurd. Er zijn vast lieden die de beurs willen trekken om een wedstrijd mee te kunnen spelen. Men kan de plek per kwartier verhuren; het wisselmoment (al of niet met applaus ) dient extra betaald te worden. Te denken valt verder aan een verzorgingsmoment (Doutzen Kroes als verzorgster!), een schwalbemonent (cursus olv Arjen Robben behoort- tegen betaling- tot de mogelijkheden), een kaartmoment (rood uiteraard duurder dan geel), een verneuk de tegenstandermoment  (workshop o.l.v. Lothar Mattheus). Kortom teveel om op te noemen.

Me dunkt dat de nieuwe directeur van Veendam Jansen (uw man voor ieder betaalbaar sportmoment!) wat ons betreft gelijk aan de slag kan.

donderdag 7 juni 2012

Een kleine zebra

Vanmiddag was het goed toeven op de Langeleegte. Haring en korenwijn. Je zou bijna gaan denken dat de parkstad aan zee ligt. Zwarte man Sandman doet verslag. A je to!


SC Veendam wordt uitgerold, zo bleek vanmiddag op De Langeleegte, tijdens het traditionele haring kakelen in de businesslounge. Met Hollandse Nieuwe van Vishandel Harms uit Oude Pekela, optredens van enkele zwarte mannen en een presentatie van De Gelukscompagnie, met facilitaire ondersteuning van Buurman & Buurman. Tussen de bedrijven door was Henk Eising himself druk om de gebruikte haringbakjes in de vuilnisemmer te donderen, al foeterend op de catering die op zijn Veenkoloniaals was geregeld, oftewel ‘klossen van el bokko’. Mensenmens als hij is, vergat de scheidend directeur niet zo nu en dan een handvol munten op ons tafeltje te gooien, bij wijze van honorarium. Gezellig was het evenwel als altijd.
Met een nieuwe directeur, Wim Jansen (wij dachten hé, maar het was niet die van Feyenoord) uit Sleen, de nieuwe aanvaller Sidney Schmeltz (dat moet zwarte man Mensema, wiens roots in Australië liggen, ongetwijfeld inspireren), het jong talent Arjan Wiegers, (uit het dorp van de glasblazers waar boertje Nienhuis ooit furore maakte), de presentatie van het Doutzen Kroes-shirt (zonder Doutzen) en de onthulling van de vier nieuwe namen van de tribunes ligt de club gewoon op koers.
Wat betreft die tribunes. De Hoofdtribune gaat heten Carel Steenhuisentribune (naar de oprichter van de club), Noordtribune wordt Roelof Meertenstribune (naar een groot sponsor en groot weldoener), de Oosttribune verandert in Parkstadtribune en Westtribune heet nu Windhoek.
De zwarte mannen, nooit benauwd om statements te maken, kunnen zich nu al niet vinden in Windhoek als naam voor de plek waar zij komend seizoen zullen staan. Wij beraden ons op acties en die zullen inktzwart zijn. Hou het in de gaten.
Linksom of rechtsom, er wordt hard gewerkt, maar… er is een aspect dat over het hoofd wordt gezien. Een mascotte. Die is er niet en als ie er is, is het geen aansprekende, want de zwarte mannen weten van niks. Terwijl het zo belangrijk is. Wie kent niet de Afrikaanse vechtadelaar van Vitesse en Hennes, van 1. FC Köln? Het bekendste geitebokje van Duitsland heeft zelfs een eigen kledinglijn. Daarom moet SC Veendam er ook een. Een mascotte dus. Een adder zou kunnen, geïnspireerd op de bekende anekdote van Margaretha Hardenberg, vrouw van de grote vervener Adriaan Geerts Wildervanck, maar een kleine zebra is beter. Zo’n dier is wit/zwart en de kleuren van SC Veendam zijn geel/zwart, dus het ligt eigenlijk voor de hand. We noemen hem: Henk 1 & Henk 2.


Aansluitende quizvraag: Naar wie is Henk 1 & Henk 2 vernoemd?


A: Henk Nienhuis en Henk Eising.
C: Henk Westbroek en Henk Temming, alias Henk & Henk.

Firefox update

Zwarte man Bill worstelt met licenties. Het seizoenkaart houderschap voor de SC staat als een paal boven water. Laat een update nou geen roet in het eten gooien. 


Hoera! Ik kan zo meteen nog sneller en efficiënter surfen over het internet nu mijn browser opnieuw geüpdate wordt. Zo staat het letterlijk aangegeven, terwijl mijn Firefox internet browser op dit moment bijgewerkt wordt.

Ik vind dat mooi.

Het gebeurt allemaal zonder mijn toestemming. Er wordt mij niet eerst gevraagd of ik het wel goed vind dat mijn browser bijgewerkt wordt. Ik wist trouwens niet eens dat het noodzakelijk was. Ik gebruik hem gewoon om me te bewegen over het internet. Dat ging tot gisteravond prima de luxe. Maar blijkbaar kan het sneller, het kan efficiënter, het kan beter. Nou, dat wil ik natuurlijk allemaal, want anders zou ik een dief van mijn eigen portemonnee zijn, of een dief van mijn eigen snelheid, of een dief van mijn eigen efficiency of een dief van mijn eigen beterschap, en dat is natuurlijk niet okay.

Ik heb nog een paar van die programma’s op mijn pc die ouderwets eerst zo’n ballonnetje op de Taakbalk omhoog laten poppen, waarin de producent aarzelend meldt dat er nieuwe updates beschikbaar zijn, en als ik tijd heb, en zin, dan zou ik eventueel misschien op dat ballonnetje kunnen klikken, zodat ook dat programma met mijn goedvinden kan worden bijgewerkt.
Ik zucht dan altijd diep, want vaak moet ik dan alle andere programma’s die ik reeds op mijn pc geopend heb eerst sluiten, soms moet ik na de update zelfs mijn pc herstarten en in het allerergste geval heb ik ook nog een ellenlange licentieovereenkomst door te spitten. Dat laatste doe ik iedere keer braafjes, aangezien ik keurig ben opgevoed en mijn vader me altijd waarschuwde voor de kleine lettertjes, waar alle onheil diep in verborgen ligt.   

Het is een keuze waar ik zo voor gesteld word, waarop ik niet zit te wachten. Het gaat daarbij niet om de keuze of ik een programma als Adobe Reader of iTunes al dan niet zal laten bijwerken. Natuurlijk zal ik dat doen, want het programma wordt daardoor sneller, efficiënter en – vooral – beter. Waar het hier om gaat is de vraag wanneer ik dat zal doen. Zal ik deze actie direct uitvoeren of wacht ik er nog even mee? Zal ik het doen in een doods moment, als ik mijn reguliere taken heb afgerond en even uit mijn neus vreet? Of doe ik het toch maar nu, op dit moment, want stel dat ik zo meteen een nieuwe PDF bestand binnenkrijg – zoals bijvoorbeeld mijn jaarafrekening voor gas en licht die Essent mij dit jaar voor het eerst als PDF bestand heeft toegezonden –, dan is het toch wel fijn als ik die direct met de momenteel meest ultieme versie van Adobe Reader openen kan.

Weifelend staar ik naar de twee boeken naast mijn bureau: het verbazingwekkend dikke “Licentieovereenkomsten voor dummy’s” en het flinterdunne “Licentieovereenkomsten voor de echte man”. Die laatste heb ik van Aisha gekregen, omdat ze het zo langzamerhand niet meer kan aanzien dat ik me telkens weer door zo’n tekst vol juridisch jargon worstel, zodra ik een update van een programma wil installeren. De strekking van dat dunne boekje is dan ook om gewoon overal mee akkoord te gaan en je er verder niet druk over maken, want het leven is nu eenmaal te kort. Ik kan er zeker om grinniken, maar helaas zit ik niet zo in elkaar.
Legt men mij een legaal document voor, dan ga ik het hoe dan ook doorspitten, ook al ben ik juridisch amper onderlegd. Met het handboek voor dummy’s erbij snap ik er wel wat van, maar dergelijke kennis wil al jaren niet meer beklijven en een dag later ben ik het allemaal alweer vergeten. Zodat ik wat dit betreft inderdaad een dummy ben.

Wat ik mooi vind aan Firefox is dat men mij tegenwoordig om niets meer vraagt. Ik hoef geen keuze meer te maken inzake het wanneer van de actie of een ingewikkelde licentieovereenkomst te accorderen. Op een bepaald moment achten de jongens en meisjes van Firefox de tijd rijp om hun product te updaten en dan doen ze dat gewoon, zodra elke gebruiker de Firefox browser opent, zonder toestemming vooraf, ongeacht of de gebruiker er behoefte aan heeft of juist niet.
Voor mij hoeft dat ook niet. Het kost mij namelijk niet meer tijd dan twee minuten, waarin ik naar een klein balkje op het scherm staar waarop de voortgang van de update installatie in het groen wordt weergegeven, zonder dat ik mijn hoofd hoef te pijnigen wanneer ik een plekje in mijn drukbezette agenda vrij kan maken voor deze noodzakelijke werkzaamheden. De jongens en meisjes van Firefox weten immers heus wel wat goed voor mij is en ik leg mij daar graag bij neer.

Terwijl het balkje steeds groener kleurt kijk ik naar het icoontje op het bureaublad van mijn pc, waaronder ik de contractovereenkomst tussen SC Veendam en mij als nieuwe seizoenskaarthouder gisteren als PDF heb gedownload, zoals ik die op het internet had gevonden. Nu mijn Firefox browser zichzelf aan het bijwerken is, is dit even zo’n doods moment om wat anders te doen. Ik bedenk me niet, pak het boek “Licentieovereenkomsten voor dummy’s” erbij en ik rol mijn mouwen op. Aan de slag!

-            Kut, zucht ik.

Want als ik op het icoontje klik, blijkt dat er ook voor Adobe Reader een nieuwe update beschikbaar is.

Tezelfdertijd is Firefox gereed met zijn eigen update en opent zich voor mijn ogen de momenteel meest snelle, meest efficiëntere en meest betere versie van de browser voorhanden. In een extra tabblad wordt kond gedaan van de voordelen van de laatste update en ik kan deze ook nog eens allemaal bekijken in een praktisch YouTube filmpje. 
Maar als ik op de Play button druk, blijkt het programma Adobe Flash Player, waarmee ik mijn YouTube filmpjes bekijken kan, ook al aan een dringende update toe te zijn.

-            Alles voor de vooruitgang, mompel ik.

En ik spuug daarbij in mijn handen.

© Bill Mensema

woensdag 6 juni 2012

Radio

Zwarte man Fousert schrijft over droom en werkelijkheid. Werd de US of A ooit land van droom en wensen genoemd. Voor de zwarte mannen zijn de Veenkolonies het paradijs. Lees en ga mee in de droom van zwarte man Fousert.


Existentiële levensvragen en diepgewortelde dromen werden opgerakeld afgelopen donderdag tijdens het eerste zwarte mannendiner. Daarmee is het bestaan van de zwarte mannen zowel verklaard als gelegitimeerd. Zwarte mannen rakelen op, laten het vuur feller branden door er, ieder op zijn eigen wijze, in te poken.

Zwarte man Mensema dichtte mij een bijzondere droom toe. De Amerikaanse band Wilco speelt op de Lange Leegte. De zanger van Wilco, Jeff Tweedy, met wie ik aldus zwarte man Van der Veen uiterlijk enige gelijkenis schijn te vertonen (zwarte man Van der Veen is een man van het beeld dus die kan het weten), wordt door de verzamelde zwarte mannen gedurende het optreden gegijzeld in een speciaal daartoe aangeschafte caravan. Ik neem de plaats van Jeff Tweedy in op het podium. Niemand merkt het verschil.

Ik ben blij dat het de droom van Bill is en niet de mijne. Je hoeft geen Freudiaan te zijn om je in de duidingen van deze droom te verliezen.

Als kind droomde ik ervan om radioprogramma`s te maken. In de nacht, als bijna iedereen slaapt. Graveyard shift. Muziek draaien voor wie het horen wil. Muziek om oneindige, Kerouac-achtige, autoritten bij te maken. Coast to Coast. Waar ik het romantische beeld destijds heb opgedaan weet ik niet. Ik woonde op een Waddeneiland. Vanuit mijn slaapkamer kon ik zowel de duinen van de Noordzeekust als de dijk bij de Waddenzee zien. Van kust naar kust was nog geen half uur, op de fiets. Een rijbewijs had ik nog lang niet.

Heel kort was het leven de weerglans van het leven dat ik droomde. (1) Op zolder bij een vriendje, wiens vader een elektronicazaak had, maakten we met een zelfbouw FM-zender radioprogramma`s. Radio de Noordergronden. Ik draaide niet `s nachts maar op de zaterdagmorgen plaatjes. Zaterdagmorgen, voordat er gevoetbald moest worden. Ik was keeper bij AVV. Toen leek mijn voetbalcarrière en mijn baantje bij de groenteboer  al snel belangrijker dan het radiowerk.

Nu luister ik vaak naar Radio Paradise, het (internet) radiostation van Bill en Rebecca Goldsmith dat zij vanuit hun huis in Paradise, California bemannen. Bill en Rebecca doen wat ik destijds droomde. Die droom is, merk ik, nog niet gedoofd. 

Het antwoord op de existentiële levensvraag naar de definitieve kleuren van een voetbalshirt, is sinds Radio de Noordergronden en AVV ook al onveranderd gebleven.     
  

(1) Vrij naar Raymond Herreman

maandag 4 juni 2012

Zes tot acht zwarte mannen

Een mens te zijn op aarde in deze wereldtijd. Is leven van ............. Zwarte man Jaap stelde donderdagavond vanuit het niets de vraag naar de zin, inhoud en betekenis van het leven. Was het zwarte man zijn dan zo onduidelijk? Is het antwoord niet simpelweg loven en dienen, of gelegen in de traditie die ooit door de oude Grieken werd ingezet om afstand te doen van het mythische denken. U begrijpt dat zwarte mannen tijdens dit gezellig samenzijn fysica en metafysica niet konden onderscheiden. SC Veendam steunen is dat niet doel en middel samen? Zwarte man Sandman:


Zwarte man Dijkstra hamerde er tijdens het eerste Zwarte Mannen Diner op dat wij ons vooral de vraag moesten stellen: ‘Waartoe zijn wij hier, op aarde?’
Goed punt, al moest ik het antwoord schuldig blijven. Ook in de dagen er na bleef dat uit, ondanks dat spijs en drank allang waren verteerd en de tijd rust had gebracht in de janboel in mijn hoofd, waarmee ik in de auto was gestapt.
Ik zou tot dezelfde conclusie kunnen komen als Oriana Fallaci in Niets en zo zij het, maar dat deed ik niet. Het tegenover gestelde gebeurde zelfs. In plaats van een antwoord doemde er een evenbelangrijke vraag op, want om te kunnen vaststellen waarheen wij gaan, moeten wij eerst weten waar wij vandaan komen. En het een heeft alles met het ander te maken.
Zijn wij zwarte mannen omdat we supporter zijn van SC Veendam of zijn wij supporter van SC Veendam omdat wij zwarte mannen zijn?
Klik.
Het zou aanmatigend zijn om voor mijn vrienden te spreken, maar ik kan wel uitleggen hoe het bij mij zit. Dat ik zwarte man ben is een uitvloeisel van de verschijning van mijnboek De lange leegte (http://programma.vpro.nl/deavonden/Dossiers/Boeken.html?playurn=urn:vpro:media:program:11608092), terwijl het idee voor die verhalenbundel ontstond na het horen van het verhaal Six to eight black men van David Sedaris.
Het zal eind 2008 zijn geweest (Frank den Hollander en ik moesten Wandelcursus Groningen nog schrijven en die verscheen in augustus 2009) dat ik in de NRC een recensie las van het boek Wanneer je omringd bent door vlammen van Sedaris.Daarvan was net de Nederlandse vertaling uit en in die bespreking werd gerefeerd aan de hilarische vertelling over de zes tot acht zwarte mannen, die, zo meldde de recensent, een hit was op YouTube. Ik kende het nog niet, maar ikben gaan luisteren en ik was meteen om. Mijn eerste reactie was: zoiets wil ik ook en toen ik enige bundels van deze Amerikaanse schrijver had gelezen, dacht ik: dat kán ik ook. Op mijn manier dan. Nadat het wandelboek af was zette ik mij aan het schrijven en twee jaar later was er De lange leegte.
Daarin heb ik eerst eens proberen te beschrijven waar ik vandaan kom. Voor een noorderling nam ik de ruimte, 175 bladzijden, terwijl het, achteraf, in twee woorden had gekund: de Veenkoloniën. Het antwoord op ‘Waartoe zijn wij hier, op aarde?’ van zwarte man Dijkstra blijft voorlopig achterwege. Voordat ik daarmee bezig kan, buig ik mij eerst over de vraag wie ik ben. Dat is na 46 jaar nog steeds onduidelijk, al merk ik dat ‘zwarte man’ dicht in de buurt komt.


Six to eight black men, Deel 1:


Sixto eight black men, Deel 2:


Sixto eight black men, Deel 3:



zaterdag 2 juni 2012

Het mooiste meisje van de klas

Zwarte man Bill laat zijn gedachten gaan over mooi, knap, aardig en leuk. Het programma Klasgenoten, maar dan anders. Het is een lang verhaal. Vraag niet hoe het kan, maar profiteer ervan. Wij nemen u als lezer graag serieus.

      
       -   Wilt u een geluksvogeltje? vraagt de caissière van de C1000 terwijl ik
           de boodschappen op de lopende band in mijn tassen stop.

Ze kan de woorden amper uit haar strot krijgen, wat ik wel begrijp, want ze heeft al maandenlang een niet te verbloemen hekel aan mij. Waardoor ik op mijn beurt ook een hekel aan haar heb. Ik merk het telkens weer als ik de kassa’s van de C1000 nader met een vol winkelmandje. Als de caissière mij ziet, dan zie ik direct zo’n blik in haar ogen van “O nee hè, niet hij.” En bij mij is het precies hetzelfde, want ik denk dan “O nee hè, niet zij.” Indien mogelijk ga ik dan voor een andere kassa staan, hoelang de rij daarvoor ook moge zijn.
De oorzaak van de afkeer van de caissière voor mijn persoon kan niet liggen in de begerige blikken die ik op haar werp, want die werp ik niet. Het is niet omdat haar verschijning pijn aan de ogen doet, zeker niet, maar ik verlustig mij deze dagen liever aan leuke, rijpere types.
Toch is de caissière ontegenzeggelijk mooi. Een fijn gesneden gezichtje, lange blonde haren, grote blauwe ogen. Wat dat betreft is ze de Chantal Janzen van Haren, het dorp waar ik tegenwoordig woon. Maar dat zegt natuurlijk niets, want ik schat dat meer dan de helft van de meiden van rond de 17 jaar er onderhand zo uitziet. Allemaal Chantalletjes, dankzij beugeltjes en correcties. 

*

Toen ikzelf zo oud was – onderhand tweederde van mijn leven geleden – was een Chantal een zeldzaamheid. In Delfzijl – het havenstadje aan de Eems waar ik geboren en getogen ben – liepen er destijds maar twee van dat soort gevalletjes rond. De ene was Miss Delfzijl 1975, de andere voelde zich daar te goed voor.

Miss Delfzijl trouwde met haar jeugdliefde Pukkie. Iedereen was van mening dat ze beter kon krijgen. Pukkie zelf ook. Maar Miss Delfzijl vond hem nu eenmaal de leukste van allemaal. Voor haar was dat het enige dat telde.
Pukkie was een vriend van mij, een wilde jongen met halflang haar, een mopsneus en nimmer dovende pretoogjes. Hij droeg een afgedankte goudbruine jas van nepbont en hij was altijd te porren voor een geintje. Zo beklom hij op een warme lentedag in 1977 het statige herenhuis tegenover onze middelbare school. Nadat hij het dak van het drie verdiepingen tellende gebouw bereikt had, maakte hij een buiging waarvoor wij beneden enthousiast applaudisseerden. Maar toen de schoolbel ging durfde hij niet meer naar beneden. Waarop de rector hem daar de rest van de dag liet zitten en pas om vijf uur ‘s middags de conciërge naar buiten stuurde om Pukkie met een lange ladder weer naar beneden te halen.
Op een andere dag in datzelfde jaar zat ik bij hem achter op zijn Puch, toen hij me wilde laten zien hoe behendig hij was met zijn brommer. Het leek heel veel, maar eigenlijk was het niets. Hij zwierde een beetje zus en hij zwierde een beetje zo. Het ging steeds net goed. Totdat we langs de vijver in het Juliana Park in Delfzijl reden. Weer gaf Pukkie zo’n roekeloze ruk aan het hoge stuur en voordat we het wisten belandden we met ons tweetjes midden in de plomp.
Terwijl we nadien in zijn ouderlijk huis opdroogden gaf hij me een viltstift om daarmee een cartoon op de muur van zijn kamer te tekenen. In die kamer stikte het van de citroenplanten, waarmee hij de geur van de joint die hij ’s avonds rookte trachtte te verdoezelen. Wat niet echt hielp, want zijn moeder belde mijn moeder de volgende dag op om zich te beklagen over het feit dat ik haar zoon aan de drugs zou hebben gebracht. Waarop mijn vader mij middels een paar fikse tikken weer op het rechte pad bracht.
Eenmaal getrouwd timmerde Pukkie een bed voor zichzelf en zijn liefste in elkaar. Hij liet het mij zien in hun huurhuis aan de IJslandse Straat. Om het matras had hij een box van multiplexplanken gebouwd die zo breed was, dat die de hele slaapkamer in beslag nam. De kamerdeur kon niet eens meer dicht.
Terwijl de rest van ons na het eindexamen van de middelbare school naar Groningen vertrok om daar verder te studeren, bleef hij als enige achter in Delfzijl. Daar beschilderde hij de ramen van een sportwinkel in het centrum. Hij was er niet echt goed in. Zijn schilderingen van een honkballer, een voetballer en een tennisser zagen er ronduit knullig uit. Maar zo verdiende hij zijn geld. En dat bracht hij dan weer naar huis, waar Miss Delfzijl in het brede bed op hem lag te wachten, met een verleidelijke, uitnodigende glimlach op haar poppengezichtje.

*

-       Wat is een geluksvogeltje?
-        Dat is dit vrolijk oranje poppetje, zucht de caissière, dit krijgt iedereen die voor
     meer dan € 25 aan boodschappen besteedt bij de C1000.
-       Heb ik meer dan € 25 aan boodschappen? vraag ik verbaasd.
-       U moet € 26,70 betalen, meneer, spuugt de caissière er bijna uit.

*

De tweede Chantal in Delfzijl – degene die zich te goed voelde voor de Miss verkiezingen – had het ook voor het kiezen. Alle jongens in de omgeving liepen achter haar aan. Ik ook. Maar de enigen die iets met haar mochten waren de echt coole guys. Daar behoorde ik niet toe. Lars wel.
Lars was een boerenzoon uit de buurt van Loppersum. Hij was maar twee turven hoog. Ook bij Chantal Numero Twee kwam hij hooguit tot bij de oksel. Maar zijn gebrekkige lengte zei niets, want wij scheten allemaal zeven kleuren stront voor dat kleine mannetje. Je moest er niet aan denken ruzie met hem te krijgen. Hij kon je namelijk in een fractie van een seconde vloeren om je vervolgens helemaal lens te slaan.
Daar paste de rest van ons voor, net zoals het mooiste meisje van de klas voor ons paste. Teleurgesteld legden we ons erbij neer nooit het mooiste meisje te mogen bezitten. In plaats daarvan zouden we nu de meisjes van de tweede garnituur, de zogeheten leuke meisjes, het hof moeten maken. Het was een bittere pil om te slikken.

Wellicht had het agressieve haantjesgedrag van Lars met zijn lengte te maken. Destijds wist ik dat niet en dacht ik ook helemaal niet over dat soort dingen na. Voor mij als zeventienjarige waren heel veel zaken nu eenmaal zo omdat ze zo waren. Ik ging naar het Atheneum, kampte met mijn laatste puistjes, luisterde naar Pink Floyd en smachtte naar de meisjes. Waarom het allemaal zo was, was een vraag die in die dagen nauwelijks in mij opkwam. Ik wist alleen maar dat het zo was.
Nu ben ik 52 jaar oud, iets bedaarder en begrijp ik wat meer van oorzaak en gevolg. Neem bijvoorbeeld Wesley Sneijder, de kordate terriër van het Nederlands elftal dat over iets meer dan een week de Nederlandse eer zal gaan verdedigen op het EK2012 in Oekraïne. Ik zie hem dagelijks in mijn buurtsuper. Niet in het echt natuurlijk maar als levensgroot plakkaat. Zogenaamd dan, want als plakkaat torent hij ver boven mijn één meter tachtig uit. Wat nergens op slaat, want in het echt is Wesley slechts één meter zestig groot. Daar laten de commerciële jongens van de C1000 zich echter niet door van de kaart brengen. Een beetje superheld is gewoon twee meter lang. Dus ook Wesley. Punt. Maar in werkelijkheid is hij gewoon een klein mannetje.
Ik durf hier en nu te stellen dat als Wesley van gemiddelde lengte was geweest – zeg één meter tachtig – we nooit iets van die jongen gehoord zouden hebben. Juist dat tekort aan lengte moest hij op de een of andere manier zien te compenseren. Enerzijds door de voortreffelijke middenvelder te worden die hij nu is. Anderzijds door Miss Volendam 2005 van een populaire volkszanger af te pikken.

Als ze niet van verschillende generaties waren geweest, dan had Wesley de tweelingbroer kunnen zijn van Lars.

Lars reed op een Kreidler brommer. In tegenstelling tot de Puch van Pukkie was een Kreidler een echte buikschuiver. Zo’n Puch met een verlengd stuur reed je omdat het gezellig was, omdat je met je lange haar in de wind achterover wilde hangen, maar op een Kreidler ging het om de snelheid, op een Kreidler lag je met je buik plat op de benzinetank.
Lars ging vaak erg snel. Om het iedereen voor de zoveelste keer te bewijzen dat hij de snelste was, reed hij op een dag voor school zo ontzettend hard op zijn opgevoerde brommer, dat hij verderop uit de bocht vloog. Van waar wij stonden zagen we hoe zijn Kreidler recht vooruit racete tot in de tuin van de geschiedenisleraar terwijl Lars zelf alle kanten uit stuiterde over het grimmige asfalt. De meiden in ons clubje dat zich voor de schoolpoort verzameld had sloegen de handen voor de mond, terwijl wij jongens het vol ongeloof aanzagen.
Snel renden we naar de ongelukkige Lars toe, die wanhopig probeerde weer op te staan. Maar telkens als hij daarbij zijn rechterbeen strekte, trok er een van pijn vertrokken grimas over zijn gezicht. Het was niet te doen. Uiteindelijk bleef hij maar op de weg zitten.
Met een gebroken been werd Lars in het ziekenhuis in Delfzijl opgenomen, waar hij een hele week lang moest blijven liggen. Wij zegden allemaal toe hem daar op te zoeken, maar niemand van ons zou het echt doen. De enige die elke dag bij Lars op bezoek ging was Chantal Numero Twee. Ze nam chocolade mee en plakjes worst uit de vleesafdeling van de HEMA in het centrum van Delfzijl, waar zij elke zaterdag werkte. Iemand zei dat Chantal Numero Twee zelfs bloemen voor Lars had meegebracht.

*

-       Maar wat moet ik met een geluksvogeltje?
-       Het is een aardigheidje voor tijdens het EK2012 in de Oekraïne,
     antwoordt de caissière met bijkans samengeperste lippen.
-       Is het niet gewoon Oekraïne in plaats van De Oekraïne?

Ik flap het eruit voor ik er erg in heb, maar de caissière kijkt me nu ongemeen pissig aan. Gelijktijdig voel ik mijn eigen wrevel omhoog komen. Als die trut het mij moeilijk wil maken, dan kan ze van mij hetzelfde verwachten.

-       Zie het geluksvogeltje als een symbolische ondersteuning van onze jongens
     tijdens het EK2012, zegt ze.

Het klinkt alsof ze geïnstrueerd is door het management van de C1000 het zo te zeggen. Feitelijk, aansporend. Toch proef ik er een lichte laag van gal in.

-       Hebben die jongens…

Ik wijs daarbij naar de levensechte plakkaten van Nederlandse topvoetballers als Wesley Sneijder en Klaas Jan Huntelaar.

-        … het echt nodig dat ik ze daarbij ondersteun? Symbolisch of niet?
-       Weet ik veel, zucht de caissière, anders geeft u het geluksvogeltje toch aan uw kleinkinderen?

Nou klinkt ze dus pas echt vals.

*

Ondanks zijn intellectuele capaciteiten zou Pukkie nooit gaan studeren. Hij zou Delfzijl ook nooit verlaten.
Begin jaren tachtig begon hij een kiosk voor oorringetjes op de hoek van de Landstraat en de Singel. Ik ging er eens op bezoek. Het was er erg klein. Piepklein. Qua oppervlakte was het niet meer dan een vierkante meter. Ik bleef buiten op straat staan, terwijl Pukkie binnen zijn minuscule winkeltje een kopje koffie voor me inschonk. Ook dat dronk ik buiten op.
Vanuit zijn kiosk hielp hij zijn klanten – louter middelbare schoolmeisjes – door al zijn ringetjes op een zwart bord te tonen. Hij had een stuk of zes van die borden, met op elk bord 20 paar ringetjes geprikt. Als hij bij een van die meisjes een gaatje moest prikken, dan deed hij dat ook vanuit zijn kiosk. Het was een raar gezicht. Dan boog zo’n meisje eerst haar hoofd naar voren en vanuit de kiosk verscheen zijn hand met een in alcohol gedoopt watje, waarmee hij het oor van het meisje insmeerde en vervolgens zag je dezelfde hand naar buiten steken met het gaatjespistool.
In de herfst en de daaropvolgende winter ging het evenwel zo slecht dat hij erover dacht zijn zaak te sluiten. Gelukkig maar dat Miss Delfzijl onderhand als telefoniste werkte in het ziekenhuis. Zo was er in elk geval nog één bron van inkomsten waar het jonge stel van kon bestaan.
Toch bleef Pukkie altijd de opgewekte snuiter, zoals ik hem kende.

Nog maar net uit het ziekenhuis liet Lars zijn Chantal Numero Twee vallen als een baksteen. Niemand wist waarom. Op zaterdagavond in de dancing versierde hij de ene na de andere meid en dat deed hij dan zo, dat Chantal Numero Twee het wel moest zien. Het brak haar hart en een tijdlang was ze de weg goed kwijt. Aanvankelijk deed ze hetzelfde als Lars, maar voor haar werkte het niet. Ze slow danste met iedereen, maar halverwege het nummer verbrak ze steevast de omhelzing en liep dan naar de kant. We dachten dat het ermee te maken had dat ze eraan gewend was geraakt tijdens zo’n dans het hoofd van de jongen tussen haar borsten te voelen.
Mocht ze al eens tongzoenen met iemand anders, dan kwam Lars prompt tussenbeide, gaf de betrokken jongen een pets in het gezicht en kuste Chantal Numero Twee voor een moment vol op de mond. Zij was dan weer wekenlang daas, zelfs als Lars in de daaropvolgende dagen met de ene na de andere boerentrien achterop zijn Kreidler voorbijreed.  

Het was niet om aan te zien.

In het eindexamenjaar van het Atheneum kreeg Chantal Numero Twee vaste verkering met Dolf. Die was twee jaar ouder dan ons en ook al twee keer blijven zitten. Dolf was een nog groter haantje dan Lars ooit geweest was. En Dolf duldde van niemand tegenspraak. Alles wat Dolf zei was namelijk waar. Aldus Dolf. We lieten hem maar in die waan, maar onder elkaar fluisterden we dat dergelijke grootspraak er vast de reden van was dat hij tot nu toe al tweemaal een jaar gedoubleerd had. Daar was iedereen het over eens, behalve een domme gans die bij hoog en laag volhield dat Dolf bewust was blijven zitten, om zo in de gelegenheid te komen naast Chantal Numero Twee in het klaslokaal te kunnen zitten.
Hoe dan ook liet Dolf zich door niemand de kaas van het brood eten, ook niet door Lars, die vanaf dat moment ver bij Chantal Numero Twee uit de buurt bleef.

*

-       Wilt u dat geluksvogeltje nog of niet?

Ik kan de irritatie in de stem van de caissière nu bijna proeven. Het interesseert me niet of ze me lelijk vind, of oud, of vadsig. Het zal wel. Waar ik nu stiekem van geniet is haar verslagenheid, want juist tegen mij moet dit prinsesje nu klantvriendelijk en behulpzaam zijn. Er is hier niemand die voor deze schoonheidskoningin buigt, maar zij moet dat nu wel voor mij doen. Ha!

*

Toen ik eind jaren zeventig naar de grote stad was verhuisd schakelde ik er al snel een tandje bij. Weliswaar had ik nog steeds geen cent te makken, maar ik feestte erop los dat het een aard had. In mijn studententijd kwam ik volop tot bloei. En als ik ’s ochtends vroeg stomdronken weer naar de studentenflat in Selwerd waggelde, zag ik Chantal Numero Twee geregeld voorbij fietsen met een klein kindje achterop. Eerst eentje, daarna twee en uiteindelijk zelfs drie.
In het begin groetten we elkaar nog, maar op den duur deden we dat niet meer. Als vreemden passeerden we elkaar, ook al wisten we dondersgoed wie we ooit waren geweest.

Zelfs Pukkie zou ik in de loop der tijd uit het oog verliezen. Als ik bij mijn ouders in Delfzijl langsging, dan kwam het er steeds minder van ook mijn oude schoolvriend aan de IJslandse Straat te bezoeken. En in het centrum van het havenstadje zag ik hem evenmin. Zijn kiosk was op een dag gewoon verdwenen.
Van mijn moeder hoorde ik in 1999 dat Pukkie plotseling bezweken was aan een hersentumor. Ik kon het niet geloven, zelfs niet toen mijn moeder mij de overlijdensadvertentie liet zien.
In 2005 vond de laatste reünie van de middelbare school plaats. Ik ging erheen en zag in al die drukte ineens Miss Delfzijl 1975. Ze keek me enigszins verlegen maar vriendelijk aan. Ik had op haar af moeten stappen en haar mijn condoleances moeten aanbieden. Maar ik deed het niet. Ik knikte kort en liep door.

In 2010 werden we allemaal 50. Op een van die feestjes kwam ik Chantal Numero Twee weer tegen. Ze was nog steeds bloedmooi, zelfs nu ze een jonge oma was. Alle drie kinderen waren goed terecht gekomen en het tweede kleinkind was inmiddels op komst. Ik stelde me zo voor dat ze alle reden had om blij en tevreden te zijn, maar dat was ze niet.
Haar echtgenoot Dolf had het plan opgevat om een praktijk te beginnen in het oosten van Frankrijk en er was niets of niemand om hem van dat onzalige voornemen af te brengen. En dat terwijl haar kinderen hun moeder juist in deze fase van het leven extra nodig hadden.
Ik mompelde geruststellende woorden over leven als God in Frankrijk, over het aangename weer daar, over het lekkere Franse stokbrood en hoe men tegenwoordig dankzij budgetvliegreizen, TGV verbindingen en perfecte snelwegen binnen een dag weer terug kan zijn in Nederland, maar het hielp niet. In haar gezicht bleef ik vooral de paniek lezen alsof de bodem onder haar bestaan nu definitief aan het afbrokkelen was.  

*

-       Wilt u deze geluksvogel nu of niet?
-       Ik denk er nog even over na, antwoord ik.

Er staat ook geen andere klant achter mij in de rij vanavond in de C1000, dus de caissière kan mij onmogelijk wegsturen. Dat zal haar leren. Ha!

*

De belangrijkste les die ikzelf eind jaren zeventig leerde was dat de leukste meisjes bijna nooit dezelfde zijn als de mooiste meisjes.
De leukste meisjes staan minder vaak voor de spiegel, maar lezen boeken of beschilderen paaseitjes met hun zusjes.
De leukste meisjes zijn een beetje mollig omdat ze zo graag noga snoepen.
De leukste meisjes helpen hun pa met het schoonmaken van de melkbussen, als die klaar is met het melken van de koeien.
De leukste meisjes hebben een blos op hun wangen van het alsmaar fietsen in tegenwind.
De leukste meisjes hebben gevoel voor humor.
En ook al zijn ze dan misschien niet moeders mooiste, als je het geluk hebt in hun gezelschap te verkeren en wat langer naar ze mag kijken, dan verschijnt hun schoonheid als vanzelf. Dan blijken ze stukken mooier te zijn dan de mooiste meisjes van de klas, sexier ook.

Tegenwoordig kun je amper meer spreken van het mooiste meisje van de klas, want die ene stralende enkeling bestaat niet meer. Met behulp van vroegtijdige correcties, de in kekke boekjes verkrijgbare praktische tips van supermodel Daphne Deckers en tv-programma’s als “Holland’s Next Top Model” en “Catwalk” hoeft geen enkel meisje nog langer meer een lelijk eendje te blijven. Een korte rondgang langs de middelbare scholen leert dat zowat 80% van de aanwezige vrouwelijke scholieren het predicaat van Mooiste Meisje Van De Klas verdient. Waarmee deze kwalificatie dus aan een gigantische uitholling ten prooi gevallen is. Want wat ben je eigenlijk als iedereen nu het mooiste meisje van de klas is? Ja, je bent niet die lelijkerd achter in het schoollokaal, maar wat ben je dan wel?

*

Ik kijk de caissière nu recht in de ogen. Al haar minachting voor mij schuif ik terzijde. Ook mijn eigen weerzin jegens haar. Het enige wat ik zie zijn twee blauwe ogen, met daarachter een jong meisje dat het nu ook nog niet allemaal weet. Mooi is ze wel – dat kan ik ook objectief vaststellen – maar of zijzelf ooit een geluksvogel zal zijn, of juist een pechvogel, dat weet ik niet.

Eigenlijk hoop ik het eerste.

© Bill Mensema

vrijdag 1 juni 2012

Trots

De zwarte mannen waren gisteravond samen voor de eerste officieuze zwarte vergadering. Daar werd weer eens duidelijk waarom we zwarte mannen zijn. We hebben geen agenda en willen ook geen agenda. Om met Spike Lee te spreken 'Do the Right Thing'. Wat je ziet is wat je krijgt. Waarvan akte.


Helaas was zwarte man Ellen gisteravond niet aanwezig. maar wist zwarte man Anton vol trots te melden dat in de thrillergids van Vrij Nederland van deze week het verhaal van Ellen staat afgedrukt dat destijds door hem werd voorgedragen op de laatste competitiewedstrijd van het afgelopen seizoen in de Langeleegte. Zwarte man Ellen wordt door connaisseurs gezien als een schrijver die niet onderdoet voor de succesvolle Scandinavische thriller schrijvers van dit moment. U begrijpt wij zijn trots.

Als we zelf maar geen onderdeel worden Lupko Ellen's volgende plot. Hoe autobiografisch kan een thrillerschrijver zijn. Maar goed, het echte leven is soms vreemder, gekker en bizarderder dan fictie.

Langeleegte, altijd een mysterie gebleven.

Kopen dus.