zaterdag 24 maart 2012

’t Wordt alleen maar minder

Zwarte man Douwe slaakte na afloop dat het een ouderwetse literaire avond was. Kom daar in deze duistere tijden maar eens om. Traditie daar houden de zwarte mannen van. Zeker als het om cultuur gaat. Is literatuur niet een opnieuw rangschikken van universele menselijke themata. Zwarte man Herman doet verslag.


’t Is dat wetenschappelijk kan worden vastgesteld dat Herman Brusselmans getogen is in Hamme en heden ten dage woonachtig is in Gent (je kunt zelfs bij hem aanbellen), anders zouden we toch denken dat de zelfbenoemde Oppergod der Vlaamse letteren (voorheen Jonge Oppergod der Vlaamse letteren) een Veenkoloniaal is.

Dat concludeerde de afvaardiging van de zwarte mannen die op donderdag 22 maart 2012 aanwezig was bij een lezing van de beste beffer van het westelijk halfrond (en misschien het oostelijk halfrond erbij, maar dat kan weer niet wetenschappelijk worden vastgesteld) in een boerderijtje in Leek, dat bij scholengemeenschap De Borgen behoort en dat is de werkgever van zwarte man André, docent in de woestijngodsdiensten (en junglegodsdiensten, poolgodsdiensten en spacegodsdiensten), die zich op deze droge doch frisse avond ontpopte als gids, chauffeur en connaisseur van o.a. het leven en werk van Rudolph de Mepse en meer nog connaisseur van de Leekse zeden en gebruiken.

Dat Brusselmans in wezen een Veenkoloniaal is, bleek uit zijn levensinstelling: ’t Kan alleen maar minder worden. De veelschrijver uit Vlaanderen merkte op dat hij bij om het even welk evenement of activiteit er vanuit gaat dat het toch niks wordt. Het uiteindelijke resultaat viel dan altijd mee. Zeg maar de instelling van de doorsnee Oost-Groninger. De interviewer van dienst probeerde het momentum qua sfeer te redden door met het zweet op het voorhoofd te vermelden dat hij zich wél op deze literaire avond (uiteraard in het kader van de Boekenweek 2012) had verheugd, maar Brusselmans zei, zonder met de ogen te knipperen, dat hij er vanuit was gegaan dat het samenzijn in het noorden van Nederland volkomen in de soep zou lopen. Maar zo zei hij met zowaar een glimlach, het viel hem alleszins mee.

Het goede aan Brusselmans is dat elke avond met hem een succes is. Je moet het als interviewer heel slecht doen om de avond te verknallen en dat lukte dus ook niet (al scheelde het niks), onder meer omdat de Oppergod der Vlaamse Letteren termen als ‘achterwaarts in de poes naaien’ niet achterwege liet. Zoiets doet het natuurlijk altijd goed in een dorp waar het Leekster Voetbalgala het jaarlijkse culturele hoogtepunt is. Wat zwarte man Herman betrof had zijn Belgische collega wat dieper in mogen gaan op zijn technieken in casu het beffen, maar de vraagsteller in dienst vloog over dit onderwerp heen. Wel liet hij merken alle achterflappen van alle zestig boeken van Brusselmans te hebben gelezen.

Het moet gezegd dat zwarte man Herman twijfelde over wel of niet gaan. Hij had hem per slot van rekening twintig jaar geleden nog gezien en wie het oeuvre van Brusselmans een beetje kent (de thematiek is in één regel samen te vatten: een dag uit het leven van een man woonachtig in Gent) weet dat er in die zin weinig nieuws is verwachten. Het bijzondere aan de man is dat je weet wat je kunt verwachten, je hebt het de grappen al duizend keer gehoord en toch blijf je lachen, juist omdat het Brusselmans is. Wat Herman sterkt in zijn visie dat humor in alles de bindende factor is.

Herman Brusselmans was heel lang het idool, voorbeeld zo u wilt, van zwarte man Herman. Hij kocht al zijn boeken, verslond al zijn interviews en kopieerde al zijn uiterlijke kenmerken. Daar stopte hij mee, toen uit de boeken duidelijk werd dat de auteur was gestopt met drinken. Dat zegt misschien meer over Sandman dan over Brusselmans, maar ook al ging hij een andere weg in, oude liefdes verraden zich nooit en toen zwarte man André erop aandrong dat we met hem op de foto moesten, juist omdat Brusselmans zich profileerde als een van de Founding Fathers van het gedachtegoed van De zwarte mannen, beleefde Herman alweder een emotiemomentje. Alleen al omdat ze elkaar een hand gaven en nadat zwarte man Douwe bulderde dat Herman ook schrijver was, Brusselmans oprecht informeerde ‘En… publiceer je ook?’ Dat viel alleszins mee, omdat zwarte Herman nog liever drie dagen op bed ligt met een bos prei in zijn reet (een frase die uit de genadeloze pen van Brusselmans komt) dan ooit op de foto te gaan met welk voorbeeld dan ook.

Waarna Herman na het fotomoment evengoed een goed heenkomen zocht, aangezien hij in tien jaar tijd nog maar acht boeken had geschreven, terwijl Brusselmans twee pagina’s per dag produceert. Oftewel twee boeken per jaar. Oftewel zestig boeken tot dusver.

Wat eveneens indruk maakte was dat de Vlaamse auteur het hem aangeboden hotel niet accepteerde, maar met zijn gevolg om tien uur ’s avonds in de auto stapte richting Gent. Dát is de mentaliteit. Zó worden landen opgebouwd. Niet door na gedane arbeid het moede hoofd ten ruste te leggen, maar door gewoon door te buffelen. Kop der veur. Beuk hom deur de panty. Allah Akhbar!

Een opmerking nog: bij het zien van een van zijn voorbeelden besloot Herman dat hij zijn haar ook weer lang laat groeien. Zoals gezegd zwarte mannen zijn niet bang statements te maken.

1 opmerking:

  1. Als Herman zijn haar weer lang laat groeien, dan ik ook!

    Bill

    BeantwoordenVerwijderen