woensdag 15 januari 2014

Suikerman

Dispuut daar houden wij van. Waren we afgelopen vrijdag nog bij het CDA in de Veenkolonies. Sybrand Buma ontpopte zich in de AE Kerk van Veendam als een ware zwarte man door te stellen dat krimpgebieden als Oost-Groningen vaak van een ongekende schoonheid zijn. Om  deze treurigheid was het hem te doen. Daar moet je ook wat mee doen!

Het was goed om van dichtbij te zien dat de leider van het Democratisch Appel bescheiden aanwezig was en zich niet manifesteerde als een 'wethouder Hekking' door mee te huilen met het verdriet van Groningen.

Maar goed! Eurosonic Noorderslag staat voor de deur. Muziek daar moet het over gaan deze week. De opmerking is flauw, maar Groningen is de komende dagen het epicentrum van de Europese muziek. De Volkskrant kopte of Groningen niet te klein wordt voor zo'n groot festival. Groninger grootheid schuilt juist in het feit dat we door onze omvang en minder centrale ligging juist in staat zijn een muzikaal fenomeen als Eurosonic Noorderslag uit de grond te stampen. Laten we ons daar aan vasthouden.

Zwarte man Sandman heeft als wereldburger oog voor muzikale gebeurtenissen en ontwikkelingen die plaats hebben gevonden buiten het Europese. Zijn stelling is dat we Bob Dylan kunnen vergeten. Lees ik het goed! Robert Zimmerman vergeten. Een aantal zwarte mannen zijn het hier zeker niet met eens. Moet kunnen. We zijn ook geen politieke partij, die uit één mond moet praten. Zoals gezegd. Dispuut daar houden wij van.


'How’s that grab ye Bob'

Vergeet Bob Dylan. Fake shit. Ondanks het aura van authenticiteit, eigenzinnigheid en zogenaamde afschuw van elke vorm van verering acteert His Royal Bobness als een golddigger, in vergelijking met de suikerman, oftewel Sixto Rodríguez (1942). Als er iemand is die weet waar ie het over heeft in zijn songs, dan is dat deze man, zo blijkt uit de documentaire ‘Searching for Sugarman’, die ik onlangs voor nog geen zeven euro op de kop tikte.
Er is een rauwheid in zijn stem waar Dylan slechts van kan dromen. Daarbij: zijn karakter, zijn niet gespeelde nederigheid en de ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’-mentaliteit (die wij Veenkolonialen, grootgebracht met slaag en regen, zo goed kennen) reduceert iedere poging van elke andere muzikant om als stem van het volk te opereren tot een lachertje.
Zijn verhaal is een sprookje op zich. De man werkt als een soort sloper, haalt verlaten huizen leeg, zoiets en maakt tussen de bedrijven door muziek. Niet heel succesvol. Rodríguez produceerde twee albums, Cold Fact (1970) en Coming from Reality (1971). Hij treedt nu en dan op, voor anderhalve man en een paardekop en lijkt veroordeeld tot een bestaan in de marge. Minder dan dat, want zijn muzikale carrière strandt, aan de kant gezet door Sussex Records.
Echter… wat Rodríguez niet weetiemand nam op een goede dag een cassettebandje met zijn muziek mee naar het Zuid-Afrika van de apartheid. Het bandje werd gekopieerd, nog eens, nog eens en hij werd de stem van de onderdrukten. Een beroemdheid, een held, een legende. Maar even onwetend over zijn groeiende faam in een ander werelddeel, was dat ander werelddeel onwetend over Rodríguez. Niemand kende hem, wist waar hij woonde en zelfs of hij leefde. De wildste geruchten deden over hem de ronde.
Hij zou zelfmoord hebben gepleegd. Op het podium nog wel, tijdens weer een optreden waar geen hond op af kwam en dat zo slecht was dat hij geen andere uitweg zag dan voor de ogen van het weinige publiek de hand aan zichzelf te slaan. Door zichzelf in brand te steken, nee, door zichzelf een kogel door de kop te jagen.
Een intrigerend verhaal en journalisten uit Zuid-Afrika gingen op zoek naar de man achter de muziekNadat alle pogingen vastliepen, deden ze op een site kond van hun zoektocht, met een oproep. Mochten er mensen iets over hem weten, please. Dat werd gelezen door een dochter van Sixto, met als gevolg dat de journalisten de doodgewaande man himself aan de lijn kregen. Die was helemaal niet dood, wist niks van zijn zelfmoord en keek op toen ze hem vertelden dat ie een beroemdheid was.
Zuid-Afrika stond op de kop bij dit verhaal, helemaal omdat er een toernee wordt gepland. Uitverkochte zalen, tot zes keer aan toe en de man wordt gefeteerd op een manier die hij in zijn stoutste dromen niet heeft kunnen vermoeden. Nieuwe optredens volgen en de Zweedse regisseur Malik Bendjelloul bracht in 2012 de documentaire Searching for Sugar Man (2012) uit, in februari vorig jaar onderscheiden met een Oscar voorbeste documentaire.
Alle reden voor Rodríguez, zou je denken, om zich nu wel op de borst te kloppen, maar neen. Hij bleef de innemende, bescheiden man, die zijn werk bleef doen en bijna verlegen is onder de nieuwe status. De manweigert zelfs zo hardnekkig voor zichzelf op te komen, dat alle platenmaatschappijen die zwaar aan hem verdiend hebben er mee weg komen. Van alle revenuen en daar verbaast Bendjelloul zich ook over, heeft ie nooit een cent gezien. Nog steeds niet.
Om met Johnny Cash te spreken: ‘How’s that grab ye Bob?’

Herman Sandman.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen