zaterdag 29 september 2012

Echt Hema

Het kan verkeren. Zwarte man van der Veen had nog tegoed openstaan bij de Hema in Veendam. Over conceptual continuity gesproken.



Ze heet Mirjam en is bedrijfsleidster van de Hema in Veendam. Ik wist dat ook niet, maar voor de zomervakantie had ik een product aangeschaft waar de kwaliteit niet des Hema's was en ik noodgedwongen met haar in contact kwam. 'Moet niet mogen' waren haar geruststellende woorden toen ik kwam reclameren. Bij een volgende aankoop zou het bedrag in mindering worden gebracht.

Tot voor donderdag was dit er niet van gekomen en lopende in het centrum van de parkstad bedacht ik dat het wel een idee zou zijn het nog uitstaande tegoed om te zetten in wijn. Zwarte man Vos uit Maastricht, geboren en getogen in Borgercompagnie, zou de volgende avond langskomen. Een avond vol zwarte mannen praat verdient tenslotte een goed glas. Wijn moest er komen en aangezien de Hema een aantal aardige sterwijnen in de collectie heeft was dit momentum een zogeheten win win situatie.

De bedrijfsleidster was verbaasd dat ik nog steeds geen geld had gekregen en ik zei flauw dat ik haar weken had gestalkt, maar dat zij nooit in de winkel aanwezig was. Zij wist te melden dat dit kon kloppen daar ze net terug was van drie week vakantie aan de andere kant van de plas, oftewel de US of A. 

Terwijl op de kassa de nodige knoppen werden ingedrukt om het tegoed te verrekenen vroeg ik hoe ze Amerika had ervaren? Ze vertelde dat ze verslaafd was geraakt aan het land van droom en wensen, en vertelde terloops dat ze Obama had ontmoet. Met haar wederhelft was ze vorige week dinsdag bij de opnames van de David Letterman show geweest en het toeval wilde dat Obama hoofdgast was.

Ze oogde gekerstend, want Obama live is natuurlijk niet niks. Obama bestaat dus echt! 

Toen ik bij het verlaten van de winkel vroeg of ze nog meer leuke dingen in New York had gezien zei ze dat dit niet het geval was omdat ze de volgende dag weer op doorreis ging naar New Jersey om een concert van Bruce Springsteen bij te wonen.

Het kan verkeren.

Ongelogen.

Echt Hema.

dinsdag 25 september 2012

Ere wie ere toekomt

Zwarte Man Hadders zat even in een dip en maakt ons deelgenoot van zijn muziek en gedachten.

Soms denk je wel eens: waar doe ik het allemaal voor?
Nou, hiervoor dus.


Aan het eind van het liedje (3'33) Jogie, dat trouwens over een mislukte Veendam-voetballer gaat, hoor je een jongetje in het publiek tegen zijn vriendje zeggen: 'Nee, dat is een Zwarte Man. Die heeft het stadion van Veendam gered. Ok? Begrijp je dat?'

maandag 24 september 2012

Bestaat niet

Misschien is het u ontgaan, maar Obama bestaat niet. Zwarte mannen houden van rookgordijnen en complottheorieën. Mochten we ooit het niveau van het volgende filmpje bereiken dan doen we het ervoor. Zwarte mannen zijn echt en houden van humor om te lachen.


zondag 23 september 2012

Ik droomde van Henk Nienhuis

Afgelopen week viel niet mee. Twee zwarten mannen waren aanwezig bij de wedstrijd tegen AGOVV. Wat zij daar aanschouwden kunnen ze nog niet helemaal plaatsen. Voetbal is voetbal, een rode kaart is rode kaart, dat moge duidelijk zijn. Maar de vraag kwam boven of het wel zo goed gaat met de club. Observaties en gesprekken moeten nog geduid worden. Zwarte mannen hadden een droom inzake de club aan de Langeleegte. Een 'cultclub'. Zwarte man Sandman maakt u deelgenoot van zijn droom. Aan u de vraag of droom en werkelijkheid door elkaar loopt. Een mooie opdracht voor deze zondag. De dag die bij uitstek geschikt is voor duiding en reflectie. Wordt zeker vervolgd.


Vakantie is er niet voor niets. Een tijd om tot rust te komen, voor bezinning, ter contemplatie en om nieuwe plannen te maken. De dagen worden gevuld met wijn drinken, de nachten met dromen. Dit alles ter verwerking van het voorbije jaar en wat mij deze keer voor het eerst overkwam: Ik droomde over SC Veendam. Meer precies over Henk Nienhuis.
In die droom zaten we op een bank. Ongeveer zoals Tom Engelshoven van Oor een interview zou hebben met Eddie Vedder. De lichamen op een meter van elkaar, dwars op de ligrichting van de bank, de gezichten tegenover elkaar, ieder een been over de ander. Henk had een grijs pak aan. Henk vond mij negatief.
‘Wat jij allemaal schrijft dat vind ik soms niet leuk. Beetje beledigend.’
‘Dat is niet negatief. Dat is ironie. Zelfspot. Dat hoort bij een cultclub.’
‘Oh nou. Ik ben opgegroeid in Nieuw-Buinen. Daar doet niemand aan ironie. Daar is het erop of eronder.’
‘Snap ik. Ik kom uit Stadskanaal. Dat ligt daar vlakbij. Ik ken veel mensen uit Nieuw-Buinen. Ik meen het eigenlijk ook niet zo. In wezen ben ik een aardige jongen. Het is een beetje mijn humor. Zo moet u het zien.’
Of Henk er in mijn droom mee akkoord ging weet ik niet meer. Maar ik veranderde snel van onderwerp: ‘Maar Nienhuis? Mag ik u wat vragen?’
Waar ik vandaan kom spreken we oudere en wijzere mensen aan met u en met hun achternaam. Als je vroeger jij en jou zei tegen een volwassen mens kreeg je een abbedoedas. Bij wijze van spreken dan, want ik ben nooit geslagen. Een keer, maar die trap in de kont had ik verdiend…
‘Nou?’
‘U was er op die avond. Dat hele plan. Die hele Pact van Kiel-Windeweer, daar klopt toch geen reet van?’
‘Wattan mienjong?’
‘Die bouwboeren, dat die investeren, dat is helder. En die rijke figuren die ieder drie jaar lang 15.000 euro per jaar schokken, dat kan ik ook begrijpen. Maar wat ik niet snap is dat de verkoop van seizoenkaarten van komend seizoen (2012-2013 dus, hs) naar voren is geschoven om de afrekening van 2011-2012 kloppend te maken. Bovendien is in de begroting geen rekening gehouden met het salaris van de nieuwe directeur. Dan heb je aan het eind van dit seizoen toch weer een probleem?’
Toen was de droom voorbij.

Herman Sandman

dinsdag 18 september 2012

Pavel Wacslaw Hoiti

Zwarte mannen kiezen duidelijk voor Europa. Wij vinden ook dat de Veendam selectie moet worden uitgebreid met een Pruis uit het grensgebied. Leer, Bunde of Meppen zijn plaatsen die best verbonden mogen worden met de Parkstad. Zwarte mannen zijn deze zomer ook Europa ingetrokken. Dit alles onder het motto 'Een wijde blik verruimt het denken'. Zo stuitte zwarte man Mensema op het verhaal van de bijna vergeten Pavel Wacslaw Hoiti, de Tsjechische Raaf. Door de geschiedenis verstaan wij het heden moet u maar denken.


Eenmaal in Praagdient men vanzelfsprekend een bezoek te brengen aan het graf van Pavel WacslawHoiti, de grootste voetballer uit de Tsjechische geschiedenis ooit. Ja, zelfsuit de Tsjecho-Slovaakse geschiedenis.
Praag. Stad aan deMoldau. Parel van midden Europa. Het Parijs van het oosten. Er is al zoveelmoois. De Karelsbrug met het standbeeld van de Wrede Turk op het einde, deStaro Mesa, het café aan de rivier de Moldau waar Franz Kafka zichdagelijks bedronk met zijnghostwriter Vlockr Zsinski (sommige tijdgenoten fluisterden dat ze niet alleende drank deelden, maar ook het brood), de Sint Vitus kathedraal aan de andereoever, het Goudstraatje, de oude Joodse wijk.
En zelfs dit allesverbleekt onder de ook postuum nog zo overduidelijk aanwezige glans van PavelWacslaw Hoiti.

De Tsjechische Raaf.
De Godenzoon uitPilzen.

Een fenomeen – zowelbinnen als buiten het voetbalveld.

Toegegeven, dezeglans wordt vooral in Tsjechië zo gevoeld. In de rest van de wereld is PavelWacslaw Hoiti zelfs nu nog bij vrijwel iedereen een onbekende naam.
Wat ook wel weerlogisch is, want Pavel Wacslaw Hoiti was oorspronkelijk nationalist van beroep.Hij wist wel dat er een buitenland was, hij erkende dat zelfs Tsjecho-Slowakije– en later dan Tsjechië – grenzen had met landen waar men anders sprak, waarmen anders at en waar men er anders uitzag.

- Die mensen zijnbuitenlanders, zei Pavel Wacslaw Hoiti
misprijzend tegen zijn zonen PavelWacslaw Hoiti Junior
en Pavel Wacslaw Hoiti III.
- Wat zijn buitenlanders?vroeg een van zijn zonen
(uit de annalen is niet bekend of dit Pavel WacslawHoiti Junior
dan wel Pavel Wacslaw Hoiti III was).
- Het zijn vooralgeen Tsjechen, luidde het klip en klare antwoord
van hun vader Pavel WacslawHoiti.

Hij had natuurlijkde Russische bezetting van zijn vaderland meegemaakt. De bloedig onderdrukteopstand in 1968. En hij was de 230e ondertekenaar van Charta 77, diedaar trouwens ook rond voor uit kwam, wat in die tijd van nogal wat lefgetuigde.
Vooral met de Russenstond hij – als volbloed nationalist – op gespannen voet, want hij was immersook jarenlang raketgeleerde, in dienst van het ruimteprogramma van deSovjet-Unie. De zijwaartse achteruitbesturing – bij de Amerikanen bekend als deHoiti Reversal – was van zijn hand, net als de kleur van het hoogste dopje vande Sojoez van het type 7K-TM (voorheen rood, onder zijn auspiciën nugroen).
Toen de Amerikaansetv-presentator Dick Cavett hem hierover in 2007 voor de zender NBC interviewde was zijn enig commentaar omtrentdit pijnlijk debacle uit zijn persoonlijke geschiedenis de volgende:

- Het zijn geenTsjechen.

Nog voordat PavelWacslaw Hoiti begin 2000 zou doorbreken met zijn Praagse haute couture van internationale allure (de latervooral in Tsjechië zo fameuze WH Lijn, maar misschien herinnert men zich hier nog‘De AH BH van WH’ uit de C&A najaarscollectie van 2001), was hij degrootste voetballer die de Tsjechische – dan wel de Tsjecho-Slovaakse –geschiedenis ooit heeft voortgebracht.
Hij was een man vanhet midden, niet echt een goaltjesdief. Op het veld was hij een man van hetoverzicht, een man van de loeiharde strakke starre streep, een man van de passop maat. Hij was met andere woorden de Wesley Sneijder van zijn tijd.

- Maar dan welvan Tsjechië, zou hij hier ongetwijfeld aan toevoegen.

Want hij was vooraleen nationalist. Eentje van de oude stempel. Eentje die niets moest hebben vandie rare fratsen van al die buitenlanders.

- Het zijn nueenmaal geen Tsjechen, verklaarde hij zijn
weerbarstigheid in een tijd datsteeds meer grenzen
om hem – en ook om ons – wegvielen.

Alle oproepen van deTsjechische bondscoach ten spijt zou Pavel Wacslaw Hoiti zich nooit roeren opinternationale toernooien.

- Een EK, een WK,tegen wie moet je dan spelen,
zei hij eens in een interview met Praha Pravda,ja,
tegen buitenlanders.
Prima en wel, maar wat zijn buitenlanders anders dangeen Tsjechen?

En zo kan hetgebeuren dat wij hier in het westen amper weet hebben van de Godenzoon uitPilzen, de Tsjechische Raaf, die AC Sparta Praag bijkans in zijn eentjejarenlang op de nummer één hield in de Tsjechische voetbalcompetitie. Wijhebben nooit kunnen genieten van zijn kunsten op de groene mat, waarvoor deTsjechen jarenlang in grote getale togen naar de stadions van Karlovy Vary,Praag, Pilzen, Brno en Ostrava.

Maar toch…

Er was eenNederlander die Pavel Wacslaw Hoiti ooit zag spelen – in zijn nadagen, al op67-jarige leeftijd, in dezelfde tijd dat de Tsjechische wondervoetballer opdoordeweekse dagen het plafond van de Praagse Sint Vitus kathedraal beschilderdemet een fresco van Het Tsjechische Oordeel – en dat was niemand minder dan onzeeigen Wesley Sneijder, op dat moment zelf nog een hummeltje van acht. In hetPraagse voetbalstadion hield zijn vader zijn broertje op de nek en die hield opzijn beurt Wesley op de nek, die zijn ogen werkelijk uitkeek. Want zelfs alsinmiddels platinagrijze Raaf was Pavel Wacslaw Hoiti nog steeds de Godenzoon ophet veld, zoals hij 50 jaar eerder uit Pilzen op het oude treinstation in deTsjechische hoofdstad was gearriveerd.
Het is niet moeilijkom nu allerlei kruisverbanden te leggen tussen de beste speler van het huidigeNederlandse elftal Wesley Sneijder en de Tsjechische alleskunner Pavel WacslawHoiti, zeker niet als je de naam van de laatste met de voor de hand liggendespelfout op de linkerarm van de eerste getatoeëerd ziet, maar laten wij hiervolstaan met de melding dat de langste dagen van de huidige mevrouw Sneijdergeteld zijn, nu de kleindochter van Pavel Wacslaw Hoiti steeds vaker in Milaan enbij de Nederlandse uitwedstrijden te zien is.
Haar naam luidt – passend– Pavela Wacslaw Hoiti, ze is bloedmooi en vooral – wat haar vijf jaar geleden helaasverscheiden grootvader immer dankbaar van trots stemde – ze is volbloedTsjechisch.

Een tweede Praagselente ligt – zo moge duidelijk zijn – in het verschiet.

© Bill Mensema

zaterdag 15 september 2012

A.G.O.V.V.

Vrijdagavond 22.45 uur. Tevredenheid aan de Langeleegte.



dinsdag 11 september 2012

Frans Derks

Bij een lezing van Jan Mulder werd de vraag gesteld wat het grofste was dat hij ooit als voetballer had meegemaakt. Het antwoord kwam zonder nadenken. Jan speelde bij het grote Ajax en tijdens een wedstrijd floot Frans Derks voor vermeend buitenspel. Johnny Rep accepteerde dit niet en liep op scheidsrechter Derks af onderwijl de opmerking makend dat hij Frans niet meer ging pijpen vanavond. Over deze Frans gaat het schrijven van zwarte man Bill. Zwarte mannen winden er geen doekjes om.


Verliezen is niet erg. Verliezen moet kunnen. Sommige mensen hebben er zelfs een professie van gemaakt. Die staan elke ochtend op, niet met het idee om de zaken recht te strijken die gisteren verkeerd zijn gegaan, maar om er ook vandaag maar weer eens een potje van te maken.
Dit soort lieden noemen we gewoonlijk: losers.
In de huidige tijd – in het Chinese Jaar van het Uilskuiken – zijn de jongeren merkwaardig genoeg vooral gefascineerd door het Rechts van Rutte. Het is natuurlijk allemaal bling. Want jong als ze zijn, zijn ze niet alleen mooi, maar willen ze ook nog eens rijk zijn, prachtige, peperdure huizen bewonen, minstens een continent verderop hun vakanties vieren, geliefd en bewonderd worden (ook al kunnen ze eigenlijk geen reet behalve jong en mooi zijn), en willen ze tot slot wijs genoeg zijn om zo nu en dan iets zinnigs te zeggen te hebben, al komt dat bijna nooit verder dan Jort Kelder achtig geneuzel over dat iedereen zijn eigen broek dient op te houden.
Wij noemen ze: de klootzakken van de toekomst.

De ironie is dat Rutte eigenlijk een enorme loser is. Want wat heeft Rutte eigenlijk gepresteerd met zijn kabinet? Denk er maar even rustig over na. Weet je het al?

Dat wou ik maar zeggen.

Ook al mag je nu dan 130 kilometer per uur rijden op de snelweg, het is vooral de staat van dienst van een loser

Maar dan wel eentje die het goed doet in de media. Wie het ook goed doet in de media: Patricia Paay. Ze is al 96 jaar maar wat ziet ze er nog goed uit! En wat is ze nog geil!
Wie ook zo geil was – destijds – en het ook zo goed deed in de media – destijds – was scheidsrechter Betaald Voetbal Frans Derks. In de jaren zeventig was die man heel vaak op tv. Floot wedstrijden in de Eredivisie. Er waren meer scheidsrechters in de Eredivisie, maar Frans viel op omdat hij altijd een zeer korte broek aanhad.
Dat gold ook voor de voetballers. In die jaren hadden de voetballers eveneens erg korte broekjes aan. Maar niemand droeg z’n broekje zo geil als Frans Derks.

Overigens: in Australië gebeurt dat in de meest mannelijke aller sporten ooit – te weten Ozzy Rules Football of gewoon Footy – nog steeds. De spelers Down Under dragen zulke korte, strak zittende broekjes dat hamer en klokkenspel niets meer aan de verbeelding overlaten. Ter verdediging van deze modieuze faux pas stellen de Australiërs dat die broekjes vooral zo kort zijn om de vrouwen te verleiden ook naar de wedstrijden te komen. Dat valt tegen. Dat lukt niet echt goed. Nee, de eerlijkheid gebiedt te erkennen dat zelfs de meest rechtschapen Australische kerel het op den duur wel gehad heeft met al die schapenkonten en ook weleens iets anders wil zien.

In de jaren zeventig droegen onze voetballers net zulke korte broekjes als onze Australische tijdgenoten en tussen alle passes door liep dan Frans Derks op zijn fluit te blazen. Fel rende hij dan steeds weer over het veld heen en weer, trok een gele kaart, sprak de spelers vermanend toe en telkens weer met die fluit in zijn mond.
Maar was het nou dat Frans Derks opviel omdat hij zo’n goede scheids was, zoals bijvoorbeeld onze eigen Roelof Luinge of Mario van der Ende? Nee, natuurlijk niet. Hij viel vooral op omdat hij zijn korte broek nog korter droeg dan al die voetballers om hem heen. Hij droeg het destijds zo kort dat hij de eerste man was die vrijwillig zijn schaamhaar begon weg te scheren.
Grace Jones was toen nog totaal onbekend, maar zelfs deze zwarte topmodel/actrice/zangeres – die het ooit presteerde een voorwaartse thong te dragen waarvan ik het nog warm krijg, alleen al bij de herinnering daaraan – zou diep haar hoofd buigen voor wat Frans zoal vermocht in het geaccentueerde kruiswerk.

Vreemd genoeg stond Grace Jones in de jaren tachtig bekend als een androgyne zangeres, net zoals David Bowie in de jaren zeventig. Ook Mick Jagger van The Rolling Stones deed alsof hij homo was in die jaren, of op z’n minst bi. En zelfs de jongens van The Sweet staarden zwaar opgemaakt in de camera, als ze weer eens in Toppop hun hit ‘The ballroom blitz’ mochten playbacken.

     -     We haven’t got a clue what to do…

De jaren zeventig vormden nu eenmaal zo’n tijd waarin het vrouwelijke en het mannelijke een beetje door elkaar heen werden gemengd. En in het kader daarvan was een scheidsrechter met zo’n korte broek niet echt bijzonder, maar juist passend. Of passend…
Frans Derks dacht altijd: het kan nog krapper. En dat deed hij dan ook – soms met hulp van couturier Frans Molenaar – zodat het textiel allemaal nog strakker om het kruis en om de billen ging zitten.
En wij puberende jongens thuis voor de buis geraakten dan steeds weer in paniek, want soms voelde je verdomme een halve erectie als Frans Derks in zijn veel te korte broekje over het scherm rende, terwijl je onderhand toch echt zeker wist dat je op meisjes viel.
Gelukkig maar dat ik een foto van Patricia Paay uit de Muziek Expres geknipt had, waarin zij een slipje modelleerde. Plus net zo’n foto van Jerney Kaagman. In uren van vertwijfeling brachten deze twee foto’s mij telkens weer terug op het rechte pad.
Of rechte pad…
Nou ja, we weten wat we bedoelen. 

Ik voor mij was blij dat Frans Derks zijn fluit op den duur aan de wilgen hing. Begin jaren tachtig verdween hij van de tv en een tijdlang hoorden we niets meer van deze klojo, die onze seksualiteit in het voorgaande decennium zo vaak zo duchtig op de proef had gesteld.
Toch zou Frans zich opnieuw roeren, ditmaal als voorzitter van FC Dordrecht. Gewoonlijk sympathieke sukkelaars in de eerste divisie, tooiden de spelers zich onder zijn bewind voor het eerst in een paars tenue. Of was het violet? Hoe dan ook, het deed verschrikkelijk zeer aan de ogen.
Paars?
Welke gek bedenkt zoiets?
Welke idioot haalt het in zijn hoofd zijn jongens in het paars gehuld het veld op te sturen?

Frans Derks dus.

Over wie trouwens ook een boek verscheen getiteld ‘Op z’n Frans’. Nou, dan weten wij genoeg!

Toen ik hoorde van het verlies van ons SC Veendam vorige week tegen die Dordtse malloten was ik niet echt verbaasd. Het was niet eens een smadelijk verlies – 2-1 voor FC Dordrecht – maar ik kon het onze jongens niet kwalijk nemen.
Inmiddels heeft FC Dordrecht het pimpelpaarse tenue – of was het purper? – vervangen door een witgroen (waar kennen we dat nog maar weer van?) en is Frans Derks bijna net zo oud als Patricia Paay, maar de angst zit er nog steeds goed in. Die is in al die jaren van generatie op generatie overgegaan, die heeft zich onderwijl diep geworteld in de genen. Je kan immers voetballen wat je wilt – ook in het mooie stadion van Dordrecht – maar je blijft telkens op je qui-vive, want Frans Derks zit daar nog steeds in het publiek en ook al is hij ondertussen de 80 ruim gepasseerd, je moet er niet aan denken dat hij in zijn korte broek ineens het veld op stormt, nu dan achter zijn rollator.

Maar – en dat moeten we Frans nageven – hij kan het hebben. En verder zit het bij Frans nog steeds allemaal zo strak, dat niemand hem hoeft te helpen zijn broek omhoog te houden.

© Bill Mensema