zaterdag 14 juli 2012

Een zwarte man in de oriënt

Herman Sandman ging twee jaar gelden met het Groninger Museum op persreis naar de Orient, als voorbereiding op de expositie Het onbekende Rusland - Orientalistische schilderkunst 1850-1920. Hij deed daarvan verslag op de website van de Groninger Gezinsbode. Het bleken, achteraf, de observaties van een zwarte man. Een feuilleton in vijf dagen.

Dag 1

Een even gekmakende als ontroerende eigenschap van de Groninger is dat hij niet graag te laat komt. Ook kan hij niet best zonder slaap en aangezien het inchecken op woensdag om 05.10 uur stond gepland, togen collega M. van het Dagblad van het Noorden en ik op dinsdagavond naar Schiphol, alwaar een via internet geboekt hotelletje op ons wachtte en we, na een biertje, of misschien een wodkaatje, het vermoeide lijf nog even ten ruste konden leggen. De andere optie was de Schiphol-taxi, maar die vertrok al om één uur uit de Martinistad, want die moest nog over Kampen, Emmeloord, Bakkum, Vriezenveen en meer van dat soort negorijen.
Op de luchthaven bleek dat het hotelletje zich achter de douane bevond en daarvoor hadden wij paspoorten nodig en die konden we pas de volgende dag ophalen bij de balie van SRC-Cultuurvakanties. De Russische ambassade moest daar immers een visum in plakken. Dus hadden wij een probleem.
‘Een uitdaging’, vond de douanier.
‘Stik me je uitdaging’, dacht ik, ‘dit is kloten.’
‘Zelfs al laten wij je door, dan heb je morgen nog een probleem want dan moet je weer terug’, legde de grenswacht uit.
‘We hebben een probleem dus’, zei ik.
Dat vond collega M. ook, vooral omdat het al elf uur was en het niet veel zin had een ander hotel te zoeken. Je was zo een uur verder en we zouden er vroeg uit moeten, rekening houdend met vervoer van hotel naar airport via shuttlebus. Er restte ons nog maar een ding: een bar zoeken en bier drinken.
Dat werden er twee, vier, zes, acht (halve liters uiteraard, ook M. groeide op in Stadskanaal) en nog één voor de road, zodat wij om half vier, toen de dag nog moest beginnen, aan het eind van onze krachten waren. Met holle ogen en een bieradem gaven wij onze medereizigers een hand. We waren met zijn zevenen. Collega-journalisten, naast M. nog vier en Josee van het Groninger Museum, op wiens uitnodiging we gretig ‘ja’ hadden gezegd voor de persreis die ons naar St. Petersburg, Moskou en de Armeense hoofdstad Yerevan zou voeren, als voorbereiding op de expositie Het onbekende Rusland – Oriëntalistische schilderkunst 1850 – 1920. Na het ophalen van de paspoorten viel collega M. als een blok in slaap op een ijzeren bankje in Vertrekhal 1.
De nacht had zich in een David Lynch-achtige setting voltrokken, in een zo goed als verlaten luchthaven. Ik had bij Schiphol het beeld van een bruisende metropool, ‘de leukste stad van Nederland’ volgens M., maar we zagen dichte rolluiken. De hallen waren leeg, met hier en daar een eenzame ziel (of een mens op doorreis), die zich in een hoekje terugtrok. We kwamen een heel eind met de wereld naar de noden en wensen van de mens in te richten, dat wil zeggen, als een pretpark, maar het lukte op momenten als dit nog niet helemaal. Gewend als ik was aan de leegte van de Veenkoloniën vond ik het niettemin ontroerend om te zien hoe een ouder echtpaar achter een biertje zat. Toch mooi als je het samen zo ver had geschopt dat je op een goede dag om half drie ’s nachts met zijn tweetjes in een bar op een verlaten Schiphol zat.
We, collega M. en ik, kwamen tot de conclusie dat Eelde een volwaardige luchthaven moest worden, met zes keer per dag een vlucht op Schiphol, zodat je als Groninger niet op een godsonmogelijk tijdstip je nest uit hoefde als je een keer de wijde wereld in wou.
We praatten verder over het leven in het algemeen en dat in het noorden in het bijzonder, over de toekomst van de krant en, wijzend op het wezen van zijn iPhone kwamen we nogmaals tot de conclusie dat er vanaf Eelde zes keer per dag naar Amsterdam moest worden gevlogen. Probeer dat nou eens voor elkaar te krijgen, zeiden we in gedachten tegen onze bestuurders. Denk niet lokaal, denk niet provinciaal, denk internationaal en na een filosofisch debat over zijn iPhone kwam collega M. zo rond drie uur tot de conclusie dat: ‘het wezen van de mens niet bestaat’.
Dat leek me een belangrijke mededeling en het leek ook belangrijk om te gaan inchecken, want ineens, uit het niets, was Schiphol weer volgestroomd met mensen. In het vliegtuig, een cityhopper van de Lufthansa, ratelde de gezagvoerder, zonder dat iemand naar hem luisterde door over ‘das die Wettervorherzage gut ist, herzlich wilkommen übrigens danke dass sie mit uns fliegen, wir, die Bemannung sind auf jedenfals froh und ich bin captain Heinrich Do ist de Bahnhof und links sehen sie Frankfurt und rechts Dusseldorf und wir vliegen zwischen die 600, don’t mention the war und 800 kilometer pro Stunde, das weiss ich auch nicht mehr ein schonen Tag noch scheisse, oh nee, doch nicht. Grüss Gott’.
Het verlangen naar een vet Duits ontbijtje met Bratwurst und Sauerkraut werd niet ingewilligd. Een zakje met twee minieme sandwiches en een bekertje koffie was al. Bij het taxiën wel het mooiste woord van vandaag gezien: Bremsklötze.
Manni, wo hast du die Bremsklötze gelassen?
Ulli, du Arsch, die bissen dir doch fast in der Nase. Links hinter die Klapkiste.’
In het vliegtuig van München naar Sint Petersburg zat, afgaand op zijn stem, Franz Beckenbauer aan het roer en konden we wat slaap inhalen en in de meer dan ruime hotelkamer kwam ik weer tot mijzelf. In de bus van vliegveld naar hotel praatte gids Inessa ons in een uur bij over de geschiedenis van Sint Petersburg sinds 17nogwat, dat beurtelings Leningrad en Petrograd had geheten, 65 riviertjes herbergde en we reden langs veel grote gebouwen en ik zag een Chevrolet Tahoe met een kogelgat in de voorruit en tijdens de gezamenlijke maaltijd, waarbij we Russische champagne dronken, verklapte Josee dat ze inzette op een spectaculair figuur om de expositie te openen.
Wij gokten op Borat.

vrijdag 13 juli 2012

Weltpokalsiegerbesieger



Tijdens het recente bezoek dat Zwarte Mannen Van der Veen en Fousert brachten aan het stadion van die andere cult club, St Pauli uit Hamburg, maakten zij kennis met  het prachtige woord ‘Weltpokalsiegerbesieger’. Een geuzennaam de werd bedacht nadat St Pauli won van (het gehate) Bayern München dat zelf net de wereldbeker gewonnen had. Inmiddels is er geloot voor de KNVB-beker. De veenkolonialen nemen het op tegen AZ uit Alkmaar, het Noord-Hollandse equivalent van de veenkoloniën en geboorteplaats van Zwarte Man Fousert. Dit vraagt om een eigen versie van de Weltpokalsiegerbesieger. Landskampioen-kampioenen, is dat wat?

woensdag 11 juli 2012

60 minuten per dag

Rust, regelmaat en reinheid. U raadt het al. Het is woensdag, dus zwarte man Mensema laat van zich spreken. De toon is zoals altijd goed, maar als hij zich kwaad maakt! Trouwens de 3 R'en staan aan de overkant van de plas voor relevant, real en remarkable. Geen probleem. Mag ook. Geef toe, Bill zijn schrijven is relevant en onderscheidend. Lees en ervaar dat het echt is.




Het is altijd voor de anderen bedoeld, nooit voor onszelf. Al die spotjes van voorheen Postbus 51 (bestaat niet meer en is sinds een maand vervangen door een of ander telefoonnummer) over dat je elke dag 60 minuten sporten moet, over dat je je niet schuldig mag maken aan hufterig of schofterig gedrag, of over hoe je een kort lontje te allen tijde dient te vermijden, ze zijn altijd voor de anderen bedoeld. Niet voor ons.
Want wij doen dat immers al. Wij zijn immers weldenkende mensen. Wij weten ons – tamelijk archaïsch uitgedrukt – nog te gedragen.

(Wij weten trouwens ook wat archaïsch betekent.)

Wij zijn geen pummels of lummels. Wij scheiden ons afval in de groene en de bruine bin. Wij spreken ons uit voor CO2-neutrale woningbouw. Waarbij het tweetje eigenlijk naar beneden moet. Want dat weten wij ook. Wij zijn sowieso ondubbelzinnig voor klimaatvriendelijk energieverbruik.
We zouden meer de fiets moeten nemen en minder de auto. Dat weten wij heel goed. Dat proberen wij ook. Maar het kan natuurlijk niet altijd. Soms komt het gewoon niet uit. Wij weten dat u dat weet, zoals wij weten dat u weet wat wij weten.
Want wij gebruiken allemaal dezelfde media. Wij lezen de juiste kranten en als we een ander op straat passeren – bij voorkeur te voet of anders te fiets – die dezelfde krant als de onze nauw gekneld onder de arm met zich meedraagt, dan laten wij daar niets van merken in ons non-verbaal gedrag, al glimlachen wij intern minzaam om het zien van een broeder, of een zuster, of een broederzuster, waarvan wij nu reeds weten dat ook die deugt.

Weldenkendheid is een sleutelwoord in ons bestaan. Wellevendheid vanzelfsprekend ook.

Maar wij zijn mensen. Eigenlijk zijn wij supermensen, maar vooruit, voor de goede orde zijn zelfs wij mensen. Ook wij kunnen niet altijd goed zijn. Soms dwalen we even van het rechte pad af. Maar gelukkig zijn er dan weer de Claudia’s en de Youp’s die ons scherp houden, opdat wij allen een Claudia dan wel een Youp blijven, ook al staan we niet op het podium.
De vegetarische hamvraag die wij onszelf steeds weer dienen te stellen is immers immer dezelfde: deugen wij nog?
Daar valt overigens geen simpel Ja of Nee op te geven. Dat zijn natuurlijk de antwoorden, waarmee de anderen zich tevreden stellen.
Voor ons geldt dat niet. Niet omdat we ons verheven voelen boven de anderen (wat wel zo is, maar het hoort niet om dat zo uit te spreken), maar omdat wij weten  - omdat wij heel goed weten – dat het allemaal niet zo zwart-wit gesteld kan worden. De antwoorden op de levensvragen waar elk mens mee geconfronteerd wordt zijn niet in harde, tegengestelde keuzes te vangen, maar dienen op een glijdende schaal te worden gezet. Sec holistisch gezien klopt dat ook beter. Want natuurlijk deugen wij. Maar soms deugen we iets minder, soms deugen we enigermate, soms deugen we redelijk. En soms – heel soms – deugen we zelfs amper. Dat komt gelukkig niet vaak voor, maar laten we elkaar – juist elkaar – geen rad voor de ogen draaien. Vanzelfsprekend deugen we het grootste deel van de tijd heel erg, maar de boog kan nu eenmaal niet altijd gespannen blijven.

Soms kleunen we wis.
Soms miskleunen wij.

Dat zijn dan de momenten waarop we zouden moeten gaan sporten. Wat niet altijd gemakkelijk is, want 30 minuten sporten per dag – zoals destijds als strikt noodzakelijk verkondigd in een Postbus 51 spotje (het is nu een of ander telefoonnummer) – was al een pittige opgave. Maar sinds een jaar is dat verhoogd tot maar liefst 60 minuten per dag. Volgens de laatste onderzoeken is dat in de huidige tijd wel het minste wat we elke dag aan sport dienen te besteden.
Het zijn trouwens onderzoeken die uitvoerig zijn belicht in de kranten die wij lezen, in de kranten die deugen, geschreven door journalisten die deugen, die zich er niet met goedkoop cynisme vanaf maken, maar alles duiden in de context van het zittend werkbestaan, de op handen zijnde obesitas epidemie en de ziektes en kwalen die daarmee gepaard gaan.

Daarom sporten we ook. Want voorkomen is beter dan genezen. En zo moeten we het holistisch ook zien, want met 60 minuten is het klokje rond.
Nietwaar?

Toch blijft het veel, die 60 minuten. Het is erg veel. 30 minuten was al veel elke dag, maar nu is het 60 minuten. Maar ja, het staat in de krant. Het staat in de juiste krant. En er wordt door een telefoonnummer ook op gewezen (was ooit Postbus 51) dat het nu echt noodzakelijk is, willen we het tij nog kunnen keren. Niet 60 minuten bewegen over de hele dag, maar 60 minuten in één ruk door.
Het stimuleert de doorbloeding, het helpt ons van de overtollige kilos af en het is goed voor het persoonlijk welbevinden. Een gezonde geest in een gezond lichaam.

We zuchten diep. Want dit zijn de dagen dat we liever wat minder zouden willen deugen.

Maar we vermannen ons. Eigenlijk vermensen we ons. Maar we weten wat we bedoelen.

We stappen op onze mountainbike, we pakken onze tennisrackets uit de tas, we laten ons in het frisse water van het zwembad zakken, we rennen langs de weg waarbij onze borsten alle kanten uit zwiepen omdat we in de drukte vergeten zijn een sport-bh om te doen.

60 minuten gaan we vandaag rennen. 60 minuten lang gaan we baantjes trekken. Of tennissen. Of mountainbiken.

Wat zullen we ons hierna goed voelen! Een vuurrode kop zullen we hebben, al onze kleding zal zo meteen plakken van het zweet, alles zal straks pijn doen, maar we zullen met een voldaan gevoel over 60 minuten onder de douche stappen. En we moeten niet vergeten na het douchen onder de borsten flink wat talkpoeder te smeren.

Over 60 minuten is het zo ver!

60 minuten…

60…

Godverdomme! Welke kut kanker tyfus fascist heeft dit nou weer bedacht? Alsof we het verdomme nog niet druk genoeg hebben zo, met het scheiden van het afval dat later bij de afvalverwerking toch weer op een hoop gesmeten wordt. Alsof we niet nog een hele dikke zaterdagkrant te lezen hebben, terwijl de kinderen ondertussen ook nog eens opgehaald moeten worden van hockey en voetbal, om vervolgens naar ballet of de Jonge Onderzoekers te worden gebracht en weet die klojo dan helemaal niet hoe verschrikkelijk druk het in de stad is op een zaterdagmiddag, waarbij je op alle verkeersaders hopeloos vastraakt in de files?

60 minuten per dag…

De smeerlap die dat bedacht heeft kan wat ons betreft flink de rambam krijgen, zeg!
En het is ook niet waar dat we van al dat sporten een helder hoofd krijgen, want als we lopen te joggen met onze alle kanten uitspringende borsten, dan worden we helemaal niet overmensd (Overmensd, overmensd? Wat nou, het is godverdomme gewoon overmand!) door een rustgevend gevoel van zen, maar dan denken we in ons hoofd alleen maar uit hoe we die verschrikkelijke, volgevreten tyfus manager die ons doordeweeks het leven zo absurd zuur maakt op kantoor zo gruwelijk mogelijk kunnen vermoorden en daar toch nog mee weg kunnen komen.
Waar denken we werkelijk aan als we smashen met de rackets naar de tennisbal? Dat die bal eigenlijk de smerige rotkop van onze manager is.

We zeggen het nooit hardop. Maar we denken het wel. Op de momenten dat we eigenlijk niet deugen.

De smeerlapperij in onze hoofden en de scènes van moord en doodslag die daarin plaatsvinden, dat zijn de werkelijke redenen waarom onze wangen zo vuurrood kleuren. Als we zwemmen.
Als we tennissen.
Als we rennen langs de weg.

60 minuten…

Hoe lang moeten we nog? We kijken op onze stopwatch. Godverdomme, nog 59 minuten te gaan…

En daar heb je die verdomde anderen weer, voor wie die spotjes van dat telefoonnummer werkelijk bedoeld zijn, in hun tweedehandse autootjes, volgeladen met chips en snoep en bier en cola en droge worst, en hun van vet uitpuilende koppen, die ook nog eens roken achter het stuur terwijl er allemaal kindertjes op de achterbank zitten. Ze lachen ons nu uit, maar wie zal straks het laatst lachten…

Hoeveel minuten nog?

En morgen opnieuw…

Morgen echt opnieuw?

maandag 9 juli 2012

Goede week begin

Nu Komrij vanuit Portugal niet meer over de poëzie kan regeren en wij de 10.000 zijn gepasseerd is zwarte man Mensema zo vrij om aan het begin van de week in dichtvorm te laten weten waar de zwarte mannen voor staan. Volgens de auteur moet je er niet teveel over nadenken. Het is wat het is. In de terloopsheid der dingen schuilt zich de meester.


Wij zijn een mannenclubje
Wij zijn voor SC Veendam
Wij zijn voor Veendam
Wij zijn voor de Veenkoloniën
Sommigen van ons stammen uit de Veenkoloniën
Anderen weer niet

Maar we hebben allemaal een zwart hart
We zijn gepokt en gemazeld
Wij zijn nu geen mannetjesputters meer
Maar dat waren we wel
Ooit…
Maar toen waren we nog geen Zwarte Mannen
Nu zijn we dat wel

Sommigen van ons zitten op zwart zaad
Een paar van ons hebben goed zaad
Ze hebben zoons
Zwarte zoons
Die zullen ooit Zwarte Mannen worden
Die voor Veendam zijn
Voor de SC

Elke Zwarte Man heeft een zwarte bladzijde
Moet kunnen
We hebben allemaal weleens een mindere dag
Maar dan is er weer morgen
Nieuwe ronde, nieuwe kansen
Geldt niet voor de Zwarte Man
Als wij een zwarte bladzijde omslaan
Dan is daar weer een volgende
Een volgende zwarte bladzijde

Zwart zit in ons bloed
Zwart bloed
Het is natuurlijk een metafoor
Je moet er niet aan denken dat je bloed echt zwart kleurt
Dan zit je met de gebakken peren
Zwarte peren
Dan kan je beter een Zwarte Man zijn
In plaats van een peer
Een zwarte peer

Mensen vragen ons weleens:
Kan ik ook een Zwarte Man worden?
Nee
Je kan alleen maar een Zwarte Man zijn
Als je ertoe gevraagd wordt
Als je ertoe geroepen wordt

En dan nog…

Je zult droge worst moeten meenemen
Naar De Lange Leegte
Waar de Zwarte Mannen staan
Juichend voor Mitch
Juichend voor Jonathan
Dromend over de nul
Op het scoreboard
De nul die een één kan worden
Als een switch
Bijna binair

Hopend op glorie
Maar wetend wat onvermijdelijk komen zal

De Zwarte Leegte

Waarin de Zwarte Man

Opnieuw zijn mannetje zal staan

zondag 8 juli 2012

Zondagavondgevoel

Deze week werd veel duidelijk. Je weet dat het er moet zijn, maar je weet niet wat het is. In de wereld van de theologie werd het cirkelen rondom het geheim genoemd. In de natuurkunde Higgs Boson.


God is blijkbaar een vriendelijke calvinist uit Schotland. Roepnaam is Peter, Hij is dus Peter. Ik heb die lijkwade uit Turijn nooit vertrouwd. Altijd al gedacht dat het een soort kilt was.

10 x 1000

Vanavond gaat het gebeuren. De 10.000ste bezoeker van de zwarte mannen blogspot. Alvast bedankt voor het in ons gestelde vertrouwen. De zwarte mannen hopen u ook in de toekomst niet teleur te stellen.


Foto uit 1969 naar aanleiding van 1000ste doelpunt van Pelé.

woensdag 4 juli 2012

Het grote herijken

Es hat sich wieder herumgesprochen. Mensema ist wieder da. Zwarte man Bill zet hoog in. Hij toont lef en schuwt het onderwerp niet. Als je vroeg in een discussie met WO 2 op de proppen komt kun je het wel schudden. Een teken van zwakte. Bij Bill niet. Als een ware Sebastiaan Haffner (Zeer gewaardeerd Duits historicus, die voor het eerst sprak over de 'successen' van het 3e Rijk) neemt hij ons mee. En ook nog eens geheel van deze tijd.
Of op Twitter.
Of op Facebook.


In Duitsland is de Grote Herijking begonnen, zoals u ongetwijfeld heeft kunnen volgen in de media.
Of op Twitter (volg ons op Twitter).
Of op Facebook (volg ons op Facebook).

Moet er bijvoorbeeld nog langer aantrekkelijk en aanvallend gevoetbald worden, nu bijna alle landen dat doen?
En is het überhaupt wel zo aantrekkelijk om een uur lang steeds maar weer de bal in het zestienmetergebied van de tegenstanders te trappen. De hoop dat een van de spitsen hem er dan wel in knalt is nauwelijks ergens op gestoeld. Het enige wat zeker is, is dat de lange, behendige verdedigers van het andere team dat telkens weer weten te voorkomen.  
Wat is er eigenlijk mis met stug en onverdroten voetballen, met een stevige, ondoordringbare zwart-witte muur van achteren, met zo nu en dan een counteraanval of de lange pass naar voren?
Het zijn vragen waar de Duitsers zich de laatste tijd op beraden. Zoals u allen weet, als u de media volgt.
Of Twitter.
Of Facebook.

Dat geldt ook voor de Tweede Wereldoorlog. Ja, u leest het goed, ik heb het inderdaad gezegd: de Tweede Wereldoorlog.

WO2.

(Maak uw borst maar nat.)

Natuurlijk worden de schandalige, verschrikkelijke misdaden van de Nazi’s in het huidige Duitsland niet goedgepraat. Wat de grootouders en overgrootouders destijds geflikt hebben, het ontzeggelijke leed dat ze miljoenen hebben berokkend, dat wordt nog steeds allemaal erkend, het wordt bekend, het wordt herkend, het wordt onderkend, ook door Ken van Barbie en al helemaal door Ken van Klaus Barbie (een snaakse kwinkslag naar allen die de media 25 jaar geleden ook al volgden, ver voor Twitter, ver voor Facebook).
Wat WO2 betreft: het gaat in de Grote Duitse Herijking nu even niet om de smeerlapperij destijds, maar om de toenmalige verpakking, om het uniform van de Duitse soldaten. Velen dachten het altijd al, maar niemand durfde het te zeggen. Ja, in Nederland kwam de briljante striptekenaar Joost Swarte er halverwege de jaren zeventig al eens beschroomd voor uit dat hij de swastika eigenlijk – eerlijk gezegd – best wel een fraai logo vond. Maar dat zei niets, want bijna niemand wist toen wie Joost Swarte was.
Laat staan dat men direct begreep wat een logo was. Tegenwoordig zoek je dat direct op via Google. Of Twitter. Of Facebook. Maar destijds was je wel gedwongen er een woordenboek bij te pakken, als je iets even niet wist. Of het L-deel (de L van logo) van de 23-delige encyclopedie (denk hier gerust even over na) die je ouders ooit via een deur-aan-deur verkoper hadden aangeschaft.
Met Bryan Ferry was dat een paar jaar geleden wel anders. Want iedereen kende hem als zanger van Roxy Music. En anders wel als de ex van de vrouw van Mick Jagger van de Rolling Stones, onderhand zelf ook een ex.
Toen Ferry hardop verklaarde wat menigeen met ook maar enig gevoel voor stijl allang stiekem dacht – namelijk dat de Duitsers het mooiste en meest stijlvolle uniform droegen gedurende WO2, met nadruk op de prachtig vormgegeven helm – kreeg hij de hele goegemeente over zich heen. Hij verweerde zich nog even door erop te wijzen dat hij puur vanuit een esthetisch standpunt redeneerde, maar dat hielp niet. Hoe durfde hij!? Was hij niet goed bij zijn hoofd!? Wat een antisemiet! Wat een Nazi!
Bijna alle booswichten uit WO2 zijn inmiddels niet meer onder ons, en gelukkig laten moraalridders als Elsbeth Etty zich de laatste jaren ook amper meer gelden om alles alleen maar in het zwart en het wit te duiden.
Ook in Duitsland gebeurt dat steeds minder. Zodat er nu eindelijk iets neutraler en objectiever op het verleden kan worden teruggeblikt. En het moet gezegd worden: de Nazi’s hadden bijna alles fout, maar qua kleding en ook qua logo wisten ze wel degelijk van wanten. Hun vormgevers waren gewoon verdomd goed bezig in de jaren dertig en veertig. Dat mag best wel eens gezegd worden.

Wat de huidige kanselier Angela Merkel betreft, daar is geen kruid tegen gewassen. Ook voor Duitsers doet haar dagelijkse verschijning op de beeldbuis pijn aan de ogen.
Natuurlijk zou dat met een paar gedegen stylisten gemakkelijk opgelost kunnen worden, maar nu de periode van het Grote Herijken aangebroken is – zoals u heeft kunnen lezen in de media, of anders wel via Twitter, of anders wel via Facebook – is het niet zozeer het uiterlijk van mevrouw Merkel dat amper meer te verdragen is, maar haar onverzettelijkheid wat de EU betreft.
Nog steeds is dergelijke volharding een karaktertrek die veel Duitsers aanspreekt, maar dat wordt minder als het een verloren zaak betreft. Als geen ander volk ter wereld, zijn onze oosterburen zich hiervan bewust. Men beseft steeds meer dat een economische, politieke en monetaire unie op het Europese continent een onhaalbare kaart is, en in het gunstigste geval twee stappen te ver (denk ook hier gerust even over na).
Gaat het hier niet eerder om het prestige van politici die nog steeds aan een dood paard blijven trekken? En is Merkel daar niet een symbool van, die ons allen dagelijks een onbehagelijk gevoel geeft van aanstaande doem? Dat is de werkelijke reden waarom ze pijn aan de ogen doet, want ze vreet aan ons gevoel van welbehagen.
Aldus de Duitsers dan.
Want die herijken momenteel als een dolle.
U had het kunnen weten, als u dagelijks de media volgt.
Of Twitter.
Of Facebook.

Het thema dat de Duitsers tijdens deze herbezinning thans het dichtst aan het hart ligt is evenwel het volkslied. We hebben het allemaal kunnen zien tijdens de halve finale van het EK2012, toen de Duitsers in Warschau aantraden tegen de Italianen.
Als eerste werd het Italiaanse volkslied gespeeld. We zagen direct het verschil. Hoe Buffon vanuit zijn tenen de hymne woord voor woord zong, hoe Pirlo daarin meeging. En Balzaretti. En Chiellini. En Montelivo. En zelfs enfant terrible Balotelli zong mee. Het ging van falderie, het ging van faldera. Maar met passie dus. En wat voor een passie! De passie spatte met elke gezongen strofe bijkans van de beeldbuis af.
Daar hadden de Duitsers totaal geen weerwoord op, met hun slome, statige “Deutschland, Deutschland über alles”. Je zag het vooral aan de gezichten van Neuer en Podolski. Paniek in hun ogen. Hoe moesten ze hier in godsnaam nog overheen? Het was natuurlijk niet te doen en zo was de wedstrijd op voorhand al een verloren zaak. Dat ze vervolgens met 2-1 door de Italianen werden uitgeschakeld viel nog alleszins mee. Het had veel erger gekund.
Aldus de Duitsers tijdens de Grote Herijking die inmiddels in volle gang is, van Hamburg tot München, van Keulen tot Berlijn.
Want zo kan het niet langer.
Zie ook Twitter.
Zo kan het echt niet langer.
Zie ook Facebook.

Op heel veel vragen zijn er momenteel nog geen eenduidige antwoorden te geven. Qua voetbal zouden de Duitsers verder kunnen gaan als de nieuwste lieverdjes van het aanvallende voetbal, maar of dat zo’n goed idee is?
Dat geldt ook voor de vraag of het echt een goed plan is dat de Duitsers bijna unilateraal de EU nog jaren in de lucht moeten zien te houden, terwijl de banken en de Zuid-Europese magnaten er een potje van blijven maken. Is het dat allemaal werkelijk waard, alleen maar om het gezichtsverlies van de politici te beperken?
Wat het outfit van de Duitse Wehrmacht betreft, stilzwijgend wordt het nu in steeds bredere kringen als het mooiste uniform van WO2 erkend. Maar niemand zal er voorlopig nog ronduit voor durven uit komen. Herijking of niet, je moet er niet aan denken wat er dan over je gezegd gaat worden op Twitter.
Of op Facebook.

Het enige waar de Duitsers het nu al roerend over eens zijn is dat het Duitse volkslied zo echt niet langer kan tijdens internationale toernooien. Hoe moet het vuur ooit ontbranden uit zo’n dramatisch trage kneus als het huidige volkslied? Hoe moet de testosteron gaan borrelen die nodig is om een overwinning te behalen? Hoe moet het bloed weer gaan koken? Met dit volkslied – dat moge duidelijk zijn – zal het in elk geval niet gaan gebeuren.  
Uitgerekend de tweemaal in de halve finale gepasseerde Duitse keeper Manuel Neuer kwam afgelopen maandag met de oplossing. U had het ook kunnen weten als u hem zou volgen op Twitter of op Facebook.
Eigenlijk lag het voor iedereen voor het grijpen, maar het was Neuer die zelf het idee opperde. Het was hem – zo gaf hij grif toe – te binnen geschoten tijdens het zingen van het Duitse volkslied voorafgaand aan de wedstrijd tegen de Italianen.
Ik las het en ik was stomverbaasd. Niet vanwege het alternatief zelf, maar juist dat het zo verdomde voor de hand ligt en dat er desondanks niemand eerder aan gedacht heeft.

Het alternatieve Duitse volkslied? “Marmor Stein und Eisen bricht” van Drafi Deutscher!
Dat was een knaller van een hit in de jaren zestig. Ik kon het als kind net zo goed meezingen als “She loves you” van The Beatles. Ik kan het nog steeds, want het is na verloop van tijd gewoon in mijn genen gaan zitten. Net zoals dat bij de Duitsers zelf ongetwijfeld ook het geval zal zijn.
Joop Portier van het Groninger jongerencentrum Vera was een uitgesproken fan van deze Duitse rocker, een van de eersten in het land van onze oosterburen.
Ik was een fan van het nummer.

De tekst van deze Duitse hit begint als volgt:

Weine nicht, wenn der Regen fällt (Dam Dam, Dam Dam)
Es gibt einen der zu Dir hält (Dam Dam, Dam Dam)

Marmor, Stein und Eisen bricht
aber unsere Liebe nicht
alles, alles geht vorbei
doch wir sind uns treu

In het nummer zelf gaat Drafi op den duur te keer, zeg. Dat wil je niet weten. Steeds als hij het refrein zingt, dan schreeuwt hij het er op den duur gewoon uit. Vanuit zijn tenen. Met hart en ziel. Net zoals de Italiaanse keeper Buffon.
Neuer stelt terecht op Twitter en op Facebook dat als de Duitse voetballers juist dit lied mogen zingen tijdens een internationale wedstrijd, het bloed als vanzelf weer gaat koken en dat er dan nooit meer een tegenstander te sterk voor hen zal zijn.
Niet de Grieken.
Noch de Spanjaarden.
Noch de Italianen.

Door de bank genomen ben ik het van harte met hem eens. En op zijn Facebook pagina ben ik dan ook een van de vele duimpjes omhoog.
Maar zijn tweede voorstel om tijdens dergelijke wedstrijden in het vervolg met een Duitse Wehrmacht helm op te spelen vind ik nu nog een stap te ver.

De Duitsers kunnen immers wel herijken, maar ik kan dat niet.
Ik ben nog niet zo ver.



© Bill Mensema