Posts tonen met het label Johnny Cash. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Johnny Cash. Alle posts tonen

zondag 13 oktober 2013

The Man in Black


Zwarte man Cutileiro was samen met zwarte man Hadders ooit in het Thialf-stadion om zwarte man Cash te zien optreden. Zwarte man Hadders heeft hier op de blog reeds verslag van gedaan. Geen paniek. Ieder heeft zijn eigen verhaal en was de grote denker Plato al niet van mening dat de zintuigen niet altijd te vertrouwen zijn. De verstandelijke wereld had hij hoger zitten. Lees het jaloersmakende verslag van onze nieuwe zwarte man en wees bij het lezen zo verstandig een plaat van de zwarte meester als soundtrack te gebruiken. Dit prikkelt de zintuigen. Een win win situatie.


Ik heb de eer en het genoegen gehad Johnny Cash live te zien optreden.
The Man in Black.

We schrijven oktober 1990. In het aangename gezelschap van countryzangeres Alet, Zwarte Man Hadders en de tegenwoordige Miss Crowbar gaat het in een wit autootje richting Heerenveen. Eenmaal in het Thialf-stadion worden wij geleid langs de openstaande deuren van de 400-meterbaan waar de Rintje Ritsma’s hun rondjes rijden, naar de ijshockeyhal. Het is even voor acht uur en bijna alle stoelen zijn al bezet. Wij vinden toch nog mooie plaatsen, op een van de strafbankjes. Een gelukkige greep want we hebben hier goed zicht op het podium en ook het geluid is op deze plek alleszins acceptabel, voor een sporthal.

Stipt om acht uur doven de zaallichten. Tot onze niet geringe verbazing betreden de dansmariekes van Heerenveen in vol ornaat de zaal, jonglerend met olijk verlichte batons en in een goed ingestudeerde choreografie. Ze weten hier wel wat ‘show’ inhoudt. De meisjes worden gevolgd door de plaatselijke fanfare die een blaasarrangement speelt van ‘Ring Of Fire’, een van de grote hits van Johnny Cash. Dit alles is opmaat tot een speech van de met Culturele Zaken belaste wethouder van Heerenveen, die met zwaar Fries accent ‘de heer Johnny Cash’ welkom heet en in een langdradig relaas uit de doeken doet hoe bijzonder deze avond wel niet is voor zijn gemeente. En hoe blij hij en het gemeentebestuur zijn. Bla bla.

Wij kunnen op ons strafbankje hier wel om lachen.
We weten nog niet hoezeer deze avond ons geduld zal gaan beproeven.

Aansluitend beginnen de voorprogramma’s. Een stoet aan Hollandse country-acts trekt voorbij, begeleid door orkestbanden, met in kitscherige galmeffecten verdronken versies van hits die wij niet kennen. Ze zullen origineel wel van Garth Brooks zijn, vertellen wij onszelf. Een van de zangers is de in Hollandse countrykringen zeer gereputeerde Ben Steneker. Waarom hij zo beroemd is ontgaat ons. De meeste van deze acts spelen niet meer dan een of twee nummers maar dat zijn er dan altijd nog een of twee te veel. Ruim vijf kwartier verder wordt de parade van wansmaak nog enigszins gered door een optreden van Captain Gumbo. Een zydecoband die zowaar zelf de instrumenten bespeelt. Ze mogen dan ook maar liefst vijf nummers spelen.

Zaallichten aan.
Geduld.

Ondertussen worden wij bevangen door lichte paniek. Een toeschouwer bij ons in de buurt vertelt dat Johnny Cash eerder die week een optreden heeft geannuleerd wegens een kaakontsteking. Het zal toch niet? Wij hebben toch niet naar al deze bagger zitten luisteren om straks in een lange rij bij de kassa te wachten tot we ons geld terugkrijgen en daarna terug te rijden naar Groningen?

Geduld.

We halen ook geen biertjes, want de bar is buiten de ijshockeyhal en geen van ons vieren wil de opkomst van The Man in Black missen. We keuvelen wat en het is inmiddels al even na tienen. En dan plotseling licht uit, spot aan.

“Hello, I’m Johnny Cash”

‘Folsom Prison Blues’ is het eerste nummer en de toon is gezet. Cash wordt begeleid door een even gedegen als spaarzaam spelende band. Geen solo’s, no bullshit. Links op het podium staan drie vrouwen – onder wie Johnny Cash’ echtgenote June Carter – die de koortjes zingen. Veel ruimte krijgen ze niet in de arrangementen, maar op de momenten dat ze meedoen vallen de sterren uit de hemel. En natuurlijk komt June af en toe naar voren voor een duet met Johnny. ‘Jackson’ bijvoorbeeld. Het geheel klinkt als een lp van het Sun-label uit de jaren vijftig. Allemaal kort en krachtig. Nummers klokken rond de twee minuten, hooguit drie. Johnny Cash is nog niet begonnen aan zijn overigens magistrale zwanenzang, de ‘American Recordings’ onder leiding van Rick Rubin, en is gewoon nog een swingende entertainer uit Arkansas. Een hele goeie.

Zijn kaak ziet er echter wel degelijk gezwollen uit en we hopen maar dat hij de show kan voltooien. We vrezen dat het afgelopen is, wanneer hij na veertig minuten achter de coulissen verdwijnt.

Maar geen paniek: hij maakt slechts ruimte voor zijn zoon John Carter Cash. Een entr’acte die pijnlijk mag worden genoemd. (Ik heb ook eens Dionne Warwick haar zoon het podium zien opsleuren. Niet doen mensen! Geen goed idee om je minder getalenteerde kinderen op deze manier te showen!)
De gitarist pakt de microfoon. Ik moet hier parafraseren maar neemt u van mij aan, dit is een redelijk getrouwe weergave: “Ladies and gentlemen, may I have your attention. Because this very special guy will take the stage. And he will rock y’all. You’re gonna love him! Because he is a true talent! He does not simply step into his father’s footsteps. No sir! This man is an original. He creates his own music. He’s not a copycat. Ladies and gentlemen, a big hand for John Carter Cash!”

Een wat sullig ogende slungel met – in dit gezelschap – volledig uit de toon vallend lang hippiehaar stapt naar voren met zijn gitaar. Hij speelt slechts één nummer, ‘Blue Suede Shoes’. Een opmerkelijke keuze voor zo’n origineel en eigenzinnig talent, vinden wij.

Geduld.
Dit keer gelukkig maar twee minuten.

Vader Johnny komt terug en gaat verder waar hij gebleven was. Een aaneenschakeling van onze favoriete liedjes. ‘Get Rhythm’, ‘Wanted Man’, ze komen allemaal voorbij en de show wordt besloten met het ijzersterke ‘I Walk The Line’ en natuurlijk ‘Ring Of Fire’, waarbij de fanfare van Heerenveen gelukkig niet terugkomt. Even plots als hij opkwam is Johnny Cash ook weer verdwenen.

“Thank you, goodnight”.
Geen toegift.
Zaallichten.

Het is inmiddels al na half twaalf en wij kijken elkaar aan in het besef zojuist een heel bijzonder concert te hebben meegemaakt. We stappen naar buiten, de kou en regen tegemoet.
Terug naar Groningen.
Want de bowlingbaan in Heerenveen is al gesloten.

donderdag 1 november 2012

Echte piraten

Zwarte mannen zijn nimmer te beroerd zich te laten bijpraten over alles en nog wat. Het leven is tenslotte één groot leermoment nietwaar. Zo hebben wij ons laten influisteren dat dit het echte volkslied van de veenkolonies schijnt te zijn. William W met zijn "De turfstekers van het veen".

Het YouTube filmpje bevat alleen maar een logo van De Etherpiraten, maar dat is wel een logo dat ons direct doet denken aan dat van Sankt Pauli.

De muziek zelf? Wij weten het niet. Qua tekst: Turfstekers van het veen? Dat doen ze in de koloniën allang niet meer. Etherpiraterij, dat was wat er in de donkere tijden veel gedaan werd, zo herinner ik me. Trouwens ook in de Friese Wouden, weten wij uit betrouwbare bron. Qua muziek: er zit een lekker agressieve slaggitaar in (bijkans ska), maar ook een verschrikkelijke accordeon.

Het is weer eens wat anders dan de zeer correcte muziek die wij Zwarte Mannen voorstaan. Het is geen Johnny Cash, het zijn geen Black Keys. Nee, het is William W.





zaterdag 1 september 2012

Een warm welkom voor de heer Johnny Cash

Ondanks de zon is het een vandaag een zwarte dag. Opstaan met 3 punten uit vier wedstrijden stemt een mens niet vrolijk. De Veendam aanhanger gaat in deze eerste periode al door een dal van diepe duisternis. We hebben er in totaal vier te gaan, waar eindigt dit. Het is goed dat zwarte man Bert hieronder bericht over zijn concert ervaring met uber zwarte man Johnny Cash. Warm en troostrijk tegelijk. Kan deze dag wel gebruiken. Johnny Cash vreest geen kwaad.


Had ik al eens verteld dat ik ooit naar een concert van Johnny Cash geweest ben?

Al van jongs af aan ben ik gefascineerd door Die Stem.
Vooral het nummer 'A Boy Named Sue kon me als kind erg bekoren.
Aan het eind  is in de zin "I'm the -------- that named you Sue!" een 'peeeep' van de censor  te horen.
Mijn oudere broer zei dat dat was omdat Johnny daar een vies woord zong.

Er was een tijd dat ik weinig sprak over mijn liefde voor Johnny Cash.
In kringen van Punk- New Wave of Neue Deutsche Welle-fans werd de Man In Black gezien als een rechtse redneck en diende dientengevolge genegeerd te worden.
Toen ik later Hank Williams, Blue-Grass en de countryelpees van Jerry Lee Lewis ontdekte kwam ik automatisch ook weer bij Johnny terecht.

Groot was dan ook de opwinding toen eind jaren tachtig aangekondigd werd dat hij zou optreden in Nederland.
Tot drie keer toe werd het concert afgelast. Officieel omdat Johnny aan zijn kaak geopereerd moest worden en daarvan herstellende was maar er werd gefluisterd dat het vooral kwam omdat hij moest afkicken van de pijnstillers.

Nu was Johnny Cash in die jaren nog niet ontdekt door het hippe VPRO-publiek. De come-backplaten met Rick Rubin moesten nog worden opgenomen en wat hij nog aan fans had bestond voornamelijk uit wat we toen Tros Kompas-publiek noemden.
Tegenwoordig is dit deel van de bevolking vooral bekend als Henk en Ingrid.

En wij natuurlijk: een Veendamse Modinette die niet alleen graag kleren naaide, een nogal wild meisje dat nu een gerespecteerde Punk-kroeg in Stad runt, mijn Zuid-Europese vriend wiens dossier ondanks een IQ van 160 vanwege zijn onuitsprekelijke achternaam jarenlang in de bak onbemiddelbaar van het Arbeidsbureau verdween (dit laatste overigens tot volle tevredenheid van zowel mijn vriend als het Arbeidsbureau) en ik.

In die tijd deed ook de House zijn intrede.
De muziek kon me gestolen worden maar de bijbehorende drugs interesseerden me in hoge mate.
Die nieuwe XTC-pillen wilde ik ook wel eens proberen. 
Dat kon, maar het kostte wel vijftig euro per stuk.
Een fors bedrag maar daarvoor kreeg ik een vuilgrijs exemplaar te grootte van twee op elkaar gestapelde pepermunten.

Ik had een halfje uitgeprobeerd tijdens een avondje Nederlands elftal kijken bij een vriend thuis.
Nederland speelde gelijk tegen Egypte (1-1) Iedereen was zwaar teleurgesteld en gevreesd werd voor het verdere verloop van het toernooi.
Niet door mij. Ik had de wedstrijd met stijgend enthousiasme gevolgd en had warme gevoelens, om niet te zeggen liefde voelen groeien voor de jongens van Oranje.

Drie dagen later sliep ik nog niet. Af en toe lag ik een paar uurtjes schuimbekkend en knarsetandend naast mijn vriendin op de matras maar pas de donderdag daarop viel ik uitgeput in een diepe slaap.

Voor het Johnny Cash-concert leek het me dan ook raadzaam de dosering wat aan te passen.

Met z'n vieren pastten we net in de Cinquecento van de Modinette. Behalve dat we fan waren hadden we niet veel gemeen maar ieder zag er op zijn of haar manier heel speciaal uit.
In ieder geval in de ogen van de vijfduizend Tros Kompas-lezers die zich in de Thialf-ijshal hadden verzameld. Die hadden nog nooit een meisje met een knalrode beehive en gescheurde netkousen gezien. Portugezen waren in Friesland ook dun gezaaid en in wat de modinette voor zichzelf had genaaid zou zelfs Nina Hagen zich niet hebben durven vertonen. En dan was er nog die graatmagere gast met ogen als theeschoteltjes. Kortom, we hadden meer bekijks dan het voorprogramma.

In de pauze nam de burgemeester  van Heerenveen het woord.
Hij heette namens de gemeente de heer Johnny Cash, zijn familie en zijn orkest van harte welkom en om hun waardering voor zijn komst uit te laten blijken had de plaatselijke fanfare een Johnny Cash-lied ingestudeerd.
En daar marcheerde 'Excelsior' de zaal binnen. Uit tientallen toeters klonk de 'Orange Blossom Special'.
Het was prachtig.

Of het daardoor kwam maar Johnny en zijn band speelden daarna of hun leven er van afhing.
De een na de andere hit knalde van het podium in een tempo waarvoor de Ramones zich niet hadden hoeven  schamen.

Nederland spuugde zichzelf dat jaar uit de achtste finale, tussen de XTC en mij is het nooit meer echt goed gekomen maar mijn liefde voor Johnny is groter dan ooit.

Bert Hadders 2012

dinsdag 29 mei 2012

Ondertussen in

Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen. Zwarte man Hadders heeft een lief in Amsterdam. Nu is het goed om te weten dat de meeste mensen uit de hoofdstad hun roots hebben in de provincie en dat de meeste van origine Amsterdammers inmiddels in de provincie wonen. Zal onze zwarte man binnenkort ook tot de Amsterdamse scene gaan behoren. Een zekerheid heeft zwarte man Hadders al. Hij hoort bij de scene van SC Veendam. Niet onbelangrijk.


Mijn grote liefde woont in Amsterdam zodat ik noodgedwongen nogal wat tijd in onze hoofdstad doorbreng.
Tot voor kort bezag ik de stad voornamelijk vanuit haar raam op de hoek van de Kinkerstaat en de Bilderdijk.
Altijd wat te doen daar..

Na de recente verhuizing naar Oud Zuid kreeg ik van haar een fiets.
Waarschijnlijk met het idee dat ik dan ook eens zelfstandig onze hoofdstad kon ontdekken.

Deze week was het zover. Op de fiets de stad in.
Het grote verschil met Groningen is dat je er niet om de haverklap een bekende tegenkomt.
Als je wel begroet wordt is het meestal een Groninger die een dagje Amsterdam doet.

's Avonds kwam ik op een terras aan het water terecht.
Grote groepen buitenlandse studenten vermaakten zich daar met elkaar.

Een man viel op. Hij droeg een grijze baard en een zwarte hoed hetgeen me gelijk voor hem innam.

Na wat gedraal mijnerzijds trok ik een stoel bij en vroeg of ik bij hem plaats mocht nemen.
Hij gebaarde dat het goed was en ik stelde me voor.

Hij schudde mijn hand en zei: 'Hello, I'm Johnny Cash.'
Ik zei:' Hello Johnny, nice to meet you.'
'Have you ever shot a man in Reno?'
'Just to watch him die.', antwoordde hij.

U begrijpt, het ijs was gebroken, we lieten drank aanrukken en het werd laat en luidruchtig.

'Johnny' was afkomstig uit Bosnie-Herzegowina en woonde al zeventien jaar in Amsterdam.
'Gevlucht voor de oorlog zeker?' vroeg ik.

'Nee', sprak hij. 'De drugs zijn hier veel beter.'

zaterdag 26 mei 2012

Boys don't cry

Traditiegetrouw vult zwarte man Van der Veen de pinksterdagen met muziek in het Limburgse. Oordoppen in en het aangename met het nuttige verbinden. Wat wil een mens nog meer. Bizar om te vernemen dat zwarte man Van der Veen op de festivalweide ook als zijnde zwarte man wordt herkend, terwijl hij in een korte broek rondloopt en geen moeite doet zwarte man te zijn. Ook in deze 'Pink' omgeving worden zwarte mannen gezien en gewaardeerd.



Als er iemand na Johnny Cash het fenomeen zwarte man een geheel eigen dimensie heeft gegeven, dan is het Robert Smith van The Cure wel. Zwarte man van der Veen stond vanavond oog in oog met deze zwartgerande vleermuis die de indruk wekt dat zijn finale vlucht weleens niet meer zover weg kan zijn. Belegen en bedaard klonken zijn composities over de weide van Landgraaf. Ontegenzeggelijk heeft Robert Smith de Eeuwige Jukebox voorzien van een handvol melodieën die de tand des tijds moeiteloos doorstaan. Maar als je de 'fieftig veurbie' bent en 'd'r als malle Tjabbe bie loopst' roept dat bij een nuchtere Groninger wel vragen op. Als er een traan over het met mascara geplamuurde gezicht zou rollen zou de slotscène uit 'Dood in Venetië" live op Pinkpop worden overgedaan. Misschien moet Robert Smith om bovenstaande gedachte wel lachen, want was hij in de jaren tachtig niet al een parodie. Vanavond speelde hij misschien wel een parodie op een parodie. Deze humor spreekt de zwarte mannen aan. Misschien is Robert Smith toch een echte zwarte man. Inderdaad zwarte mannen huilen niet. Rooie lippenstift ten spijt.