donderdag 5 april 2012

De Veenkoloniën, de enige echte Energy Valley

Henk Eising opende deze week het bal door in diverse media kond te doen van de slechte vooruitzichten van de club. Voor de zwarte mannen reden om het offensief te starten en te proberen publiciteit te genereren. Zwarte man Herman heeft zijn werkterrein mede op advies van zwarte man Heuvelman gebruikt ten bate van SC Veendam. Er moeten gewoon keiharde dollars komen om de club te behouden. Even geen tijd voor goede doelen als CliniClowns of Make a Wish. Zwarte man Van der Veen heeft vandaag tijdens een elftal Paasvieringen uitgebreid stil gestaan bij 'Het Laatste Avondmaal'. Laat deze beker aan SC Veendam voorbijgaan was zijn gedachte. De wens van de zwarte mannen is dat het licht aan de Langeleegte blijft branden. Herman maakt het volgende punt in de Groninger Gezinsbode. Stelling nemen, daar houden wij van. Is nu nodig.


De Volkskrant-correspondent schreef het mooier op dan ik het zei. Het ging natuurlijk over de Veenkoloniën, waar ambtenaren en op subsidie beluste boeren windmolens willen hebben. Maar, zo verwoordde ze mijn tegenwerpingen, ‘dit karakteristieke landschap heeft zijn energie al lang aan de wereld gegeven’. De streek, de provincie, het land, ze werden verwarmd door de turf die langs de lange kanalen naar de huizen werden gebracht. Net zoals de Slochter gasbel nu welvaart brengt.
Blijkbaar is het niet genoeg. Oost-Groningen, heel Groningen, blijft de machinekamer van ons land. Er moeten windmolens komen. Kolencentrales in Delfzijl. Liever nog kerncentrales. En o ja, CO2, dat kan hier ook onder de grond.
Dat is het gevolg van een rekensom die een kind van vijf kan maken. Het is het dunstbevolkte gebied van Nederland, dus hebben zo weinig mogelijk mensen er last van. Zit iets in, behalve als je zelf in dat gebied woont. Er zijn er, die vinden dat we niet moeten zeuren. Windmolens zijn nog altijd beter dan kerncentrales. Alsof dat de twee enige mogelijkheden zijn. Ook in de Veenkoloniën liggen dertig soorten chips in de winkel, maar qua energie komen we dus maar tot twee. Terwijl ik geleerd heb dat je van de wind niet kunt leven. Dat blijkt, want de boeren zijn geïnteresseerd omdat er subsidie op zit. En als er subsidie op zit, is het dus niet rendabel. Die rekensom wil ik wel maken.
De komst van de windmolens is niet de enige onheilspellende mededeling van de laatste tijd, want directeur Henk Eising van SC Veendam deed maandag een noodkreet de deur uit. Want ondanks ‘een bescheiden winstje in het boekjaar 2010-2011’ ligt er voor komend seizoen een ‘serieus begrotingstekort’. Eising windt er geen doekjes om: ‘op dit moment veel te groot om te kunnen starten, in augustus. We kunnen dus zó absoluut niet de toekomst in.’
De strekking van zijn noodkreet richting bedrijven en organisaties is simpel: kom met geld. Anders is er volgend seizoen geen voetbal op De Langeleegte.
Ik heb geen geld. Althans, niet genoeg. De andere zwarte mannen hebben ook geen geld. Tenminste niet dat ik weet.
Maar dat hoeft ook niet, want dat geld is er al. Dat zit in Energy Valley Top Club, een orgaan waarin BAM, Gasunie, GasTerra, Groningen Seaports, Imtech en Essent de krachten bundelen als ‘groenpartner’ van FC Groningen (voetbal), GasTerra Flames (basketbal), Abiant/Lycurgus (volleybal) en Nic./Alfa-college (korfbal).
Dat geld komt alleen niet ten goede aan SC Veendam, de club uit Oost-Groningen, daar waar echt energie gemaakt wordt.

dinsdag 3 april 2012

Bokwerder Belang

Zwarte man Douwe ziet uit naar de wedstrijd van vrijdag. Zijn motivatie.

Mannen,

Ik ben er klaar voor. Als geboren workumer heb ik altijd al een hekel gehad aan de lui uit de Hoofdplaats. Of om het Bokwerder Belang maar eens te citeren: 'De hoofdplaats dondert het over de balk en de dorpelingen moeten skraberen. Doeke Vaartjes, voorziter van Plaatselijk Belang zal ons van harte steunen. Harke Heidstra, plaatselijke kroegbazin zal ongetwijfeld opperen 'ze de kont teren'. Maar ja die komt uit de wouden en die lui zijn natuurlijk wat ruw in de bek.'

Zwarte groet,

Douwe.

Lou Reed

Zwarte man Hadders weet uit betrouwbare bron het nodige te vertellen over de fiets aspiraties van ome Lou.


Een goede vriend van mij, hoewel afkomstig van de zandgronden van Drenthe in zijn hart een echte zwarte man, is artiestenbegeleider en dient uit hoofde van zijn functie anoniem te blijven.

Hij is de man die er voor moet zorgen dat hier ter stede spelende topartiesten niets te kort komen.

Dat houdt in dat hij ze van Schiphol haalt, naar het hotel brengt en zorgt voor nieuwe snaren, pizza's, weed, geile wieven en andere plaatselijke versnaperingen om ze vervolgens op tijd af te leveren bij ons prachtige Cultuur Centrum.

Men zou verwachten dat mijn vriend die artiesten rondrijdt in een limousine. Niks is minder waar.
Zoals zwarte man Jaap ongetwijfeld kan beamen wordt in cultureel Groningen elk dubbeltje omgedraaid.

In mijn vriends Opel Astra uit 2003 hebben al plaatsgenomen: Willy de Ville, Ray Davies, Brian Wilson, the Everly Brothers, Bonnie Raitt en driekwart van de voormalige Velvet Underground.
Zo ook Lou Reed.

Aangezien dhr Reed wat met zijn ziel onder de arm rondliep als zijn vrouw met het orkest repeteerde was de taak van mijn vriend hem gezelschap te houden.

Lou was duidelijk gewend dat alles voor hem gedaan werd.
Zo bleef hij voor elke winkel staan dralen totdat iemand anders voor hem open deed.
Later bleek dat hij niet wist wat 'duwen' en 'trekken' betekende en hij wilde niet betrapt worden terwijl hij met de deur stond te schutteren.

Ook de bediening van de verwarming op de hotelkamer ging Reed boven de pet.

En deze man zou op de fiets door onze provincie....nee, dat geloof ik niet.

Mijn vriend de zandgronddrent heeft een bescheiden en positief karakter, een onmisbare eigenschap voor iemand in zijn professie, en heeft dan ook geen slecht woord over voor Lou Reed.

Wel over John Cale die volgens hem de grootste klootzak is die hij in al die jaren ontmoet heeft...
En dat lijkt me nou weer wel iemand die gaat fietsen...

zondag 1 april 2012

Bob Dylan in Noordpolderzijl

Donald Duck niet in de Veenkolonien, wel Bob Dylan in Noordpolderzijl. Een kort verhaal van zwarte man Herman uit de nog niet zo oude doos. Ook Veendam komt er (uiteraard) in voor. Saillant detail. De columns in De Groninger Gezinsbode, die de basis van dit verhaal vormen, waren voor zwarte man Bill Mensema inspiratiebron om het boek 'Fietsen met Bob Dylan' te schrijven. Zwarte man Douwe van der Bijl speelt in het verhaal een aangevende rol. Zwarte man André van der Veen en onze man uit Maastricht, Siebrand Vos, hebben op de dag van het concert van Dylan in de stad een aantal keren de weg van Paterswolde naar Groningen afgelegd in de hoop een fietsende Dylan tegen te komen. Zonder dat we het op dat moment van elkaar konden weten is het bezoek van Dylan aan Groningen misschien wel de bron voor de zwarte mannen. Is 'His Royal Bobness' ook een zwarte man?


De eerste keer dat ik het verhaal hoorde dacht ik: ‘ja hoor en Aretha Franklin is gek op haring’. Albert, die mij inwijdde in wat een van de best bewaarde geheimen van Groningen moest zijn, kende ik echter als een serieuze man. Hij vertelde het verhaal ook zonder met de ogen te knipperen.

Bob Dylan, dé Bob Dylan, bracht tijdens Europese tournees wel eens een bezoekje aan het noorden van Groningen. De beroemde Amerikaanse singer/songwriter ging dan fietsen in de buurt van Noordpolderzijl. Hij vond het Hogeland mooi. De streek, het landschap, deed hem denken aan het gebied waar hij vandaan kwam, Duluth, Minnesota.
Ik had geen reden om aan de woorden van Albert te twijfelen, maar het klonk te mooi om waar te zijn. Tot ik enkele weken later met Douwe in café De Drie Uiltjes zat. Douwe was een echte Dylan-fan en ik vertelde wat ik had gehoord.
“Hm”, zei hij.
Daarop kwam hij met een nog mooier verhaal.
Henk Scholte, onze Henk Scholte, in stad en ommeland bekend als verhalenverteller en folkzanger, was op een goede dag in Noordpolderzijl en stapte ’t Zielhoes binnen.
“Hou is t?”, vroeg Henk aan de waard, de fameuze (inmiddels overleden) Siert van Warner.
“Rustig”, was het antwoord, “d’r zit allennig n gekke Amerikoan aan de bar kovvie te drinken.”
Waarop de blik van Scholte richting hoek van de bar ging en hij bijna een hartverzakking kreeg.
Bob Dylan.
Scholte begon vervolgens tegen de kroegbaas uit te varen: “Dat is gain gekke Amerikoan. Waist doe wel wel dat is??!! Dat is Bob Dylan!!!”
Van Warner was niet onder de indruk: “Dat kin mie hailemoal niks schelen. As hai zien koffie moar betoalt.”
Een regel in de journalistiek was dat je kon publiceren als een verhaal door drie onafhankelijke bronnen werd bevestigd. Ik vond twee mooi zat en schreef er een column over in de Groninger Gezinsbode. Het – naar het zich laat aanzien waargebeurde – verhaal zong zich binnen de kortste keren rond in Groningen en omstreken. Iemand belde zelfs de Vpro en het verhaal werd onmiddellijk gekopieerd naar diverse sites.
Het liet mij evenmin los en ik dacht, laat ik het Bob gewoon vragen. Er was een officiële site, met een e-mail adres (foggy@bobdylan.com) en wie niet waagt, die niet wint, nietwaar?
Het duurde even, maar verdomd, ik kreeg een mailtje terug:

Dear, Mr. Herman Sandman,
The story is correct, though it happened quite a few years ago, in the early nineties maybe. We had a concert in the City of Groningen. Somebody knew I was fond of biking and that the area, wich you call highland, was like the landscape around my hometown,
Duluth, Minnesota. I remember names like Usquert, Stitswerd, Zandeweer. We drank coffee in a café, with a strange owner. He just sat there. But you know, I liked it, because it was the first place where people didn’t gaze at me. When paying my coffee I had the funny feeling that he didn’t trust me at all, not knowing who I was. And you are right: a white bearded man came in. He looked like a fiftie year old Jezus with a hangover. It was a druïde, I guessed. But the strangest thing happened the next day, when we where in a place called Beecham (is that correct?). We entered a bar and there was David Crosby… Very weird.

With respect, Bob.

Waarop ik weer antwoordde:

Dear Mr. Dylan,
The white bearded man was Henk Scholte. He is a famous storyteller and folksinger, in a band called Törf. The place is not Beecham, but Veendam, famous for its Jugendstil-houses. The name of the café was ‘t Aaierdoppie. It doesn’t exist anymore. The bartender who looks like a twin brother of David Crosby is Bé Wever. Thank you for your answer and good luck with your furthere carreer.’

Eddy, bassist en tekstschrijver van Törf vertelde me een week later dat Henk er bijkans knettergek van werd. Iedereen sprak hem aan over Bob Dylan en hij moest het verhaal steeds opnieuw vertellen. “Maar…”, zei Eddy, “Dylan is niet de enige die hier wel eens rondloopt. Weet je dat Meryl Streep Groningen ook kent, de stad dan?”
De Amerikaanse actrice bezocht – anoniem naar ik aanneem, anders was het mij niet op zo’n geheimzinnige manier verteld en anders had museumdirecteur Kees het wel aan de grote klok gehangen – het Groninger Museum. Het intrigerende was dat dit verhaal in brokjes bij mij kwam. Eerst hoorde ik dat ze iemand van het museum kende, later bleek het om een kunstenaar uit de stad te gaan, die haar had rondgeleid. Naarmate ik er vaker naar vroeg, kwamen meer en meer details los.
Op een vakantiereis in Thailand had de kunstenaar het echtpaar Streep ontmoet. Er was iets met de man van Meryl. Die werd ziek of zo en de Groninger had haar geholpen. Uit dat contact groeide een vriendschap en daarbij horen bezoekjes over en weer en zo kon het gebeuren dat Meryl langskwam in die prachtige stad, zo fraai gelegen in het al even schitterende ommeland.
Wat ze hier precies deed of gezien heeft, is onbekend. Dat zullen de gebruikelijke highlights zijn geweest: ‘t Peerd van Ome Loeks, de Grote Markt, Folkingestraat, Martinitoren, Martinikerk, Benzinebar en Groninger Museum. O ja, ze kocht een broek in een winkel in de Herestraat.
In dit geval vond ik één bron voldoende (je moest een verhaal nooit dood checken) en ook dit verwerkte ik in een column en toen ik even daarna Douwe weer sprak diende het volgende verhaal zich reeds aan. Terwijl ik een kopje bonensoep nuttigde in Leescafé Belcampo in de Openbare Bibliotheek, stelde Douwe (die bij de bieb werkte) zich de totaalbeleving voor, als ik met mijn zoon Hunter voor het eerst de bibliotheek van Slochteren zou betreden. In datzelfde pand zijn immers bank en artotheek gevestigd. Ik antwoordde dat we net bij ‘t Pannekoekschip hadden gegeten en dat we weer even vooruit konden, qua totaalbeleving. Hunter kreeg een kleurplaat met potloden, een Jip en Janneke-pannenkoek en tot slot een ballon. Van enthousiasme stond hij de hele maaltijd op de bank en kon met erg veel moeite bij de enorme pot stroop vandaan gehouden worden. We waren ’s avonds bekaf.
Ik was nog niet uitgesproken of Douwe priemde dreigend zijn vinger in mijn richting: “Weet je wie daar ook graag heen gaat?”
Geen idee, natuurlijk.
“Walter Trout!!!”
Dé Walter Trout. De bekende Amerikaanse bluesgitarist?
“Zal wel.”
“Ja, echt waar. Wanneer de man hier in de buurt optreedt, wil hij met alle geweld naar ’t Pannekoekschip.”
Gezien zijn postuur moet Trout een gezonde eter zijn, maar er was een grens aan hoever je een fantastisch verhaal kon oprekken. Na wat ik had opgeschreven over Dylan en Streep zou niemand deze anekdote geloven. Ik geloofde het zelf maar half.
“Toch is het zo”, ging Douwe verder, “Walter is dol op pannenkoeken. Zelfs als ie in Hamburg speelt, wordt er een auto met chauffeur geregeld en komt meneer naar Groningen, om aan het Schuitendiep pannenkoeken te gaan eten.”
Ook dit bleek te kloppen. Ik kreeg het verhaal bevestigd van Peter, sinds jaar en dag muziekprogrammeur van cultureel centrum De Oosterpoort en in die hoedanigheid bekend met de wensen van Trout.
Wat we leren van deze beroemdheden was dat in de Martinistad de nadruk werd gelegd op de verkeerde toeristische trekpleisters. Niet het Groninger Museum, de Martinitoren, de Folkingestraat, de diepenring of de Grote Markt hadden de interesse van celebrities als Dylan, Streep en Trout, maar ’t Zielhoes, de kledingwinkels in de Herestraat en ’t Pannekoekschip.
Dat Lou Reed en Laurie Anderson, tijdens een bezoek van een iets recenter datum aan de stad, plaatsnamen achter het carillon van de Martinitoren, verbaasde me niet.
Anderson was in oktober 2008 een van de drie componisten om wie het Americans Festival van Noord Nederlands Orkest en Stichting Prime draaide. Ze kwam naar Groningen en wat iedereen had gehoopt en gebeurde was dat echtgenoot Lou haar vergezelde. Hij deed zelfs tien minuten mee met het concert van zijn vrouw en zong nog een oud liedje. Hoewel het bijzonder was dat ie überhaupt in De Oosterpoort stond, hield het optreden eerlijk gezegd niet over. De man zag er niet uit. Gekleed in een zwarte spijkerbroek en zwarte T-shirt en met gymschoenen die totaal niet bij zijn leeftijd pasten, kreeg ik de indruk dat we zaten te kijken naar Gekke Henkie, die net bij de Josti Band zit en oké, wel op het podium mocht, maar alleen om een beetje mee te neuriën.
Van de directeur van het NNO hoorde ik ook dat het helemaal geen aardige man was. Hij dronk wel vijf espresso’s achter elkaar, had geen idee waar ie was en gromde en snauwde om zich heen, ook tegen Laurie. Terwijl zij heel aardig was en hem overal bij betrok. Reed leek het bewijs dat je niet jarenlang er maar een beetje op los kunt leven, onderwijl naar hartenlust snoepend uit de pot met geestverruimende middelen. Je betaalde een keer de rekening.
Wél intrigerend was dat Reed op dinsdag arriveerde, terwijl het concert, met de Nederlandse première van Homeland, pas zaterdag plaatsvond. Hij was hier zelfs eerder dan Anderson, die op woensdag werd verwelkomd. Toen ik dat hoorde vroeg ik me onmiddellijk af: wat heeft hij in die tijd gedaan?
“Beetje rondkijken”, zei de NNO-directeur.
Wáár hij precies rondkeek werd niet duidelijk. Ik had het wel willen vragen, maar het concert begon.
Wellicht zijn er mensen die Reed hebben zien rondbanjeren. Waarmee heeft ie zijn tijd gevuld? Met espresso’s drinken bij Talamini? Een visje bij Snip? Toch even kijken bij het Groninger Museum? Hij heeft in die vier, vijf dagen moeten eten en drinken en dat deed je niet steeds in je hotel en je bleef ook niet de hele dag op je kamer, dus hij heeft Groningen verkend en dus heeft Groningen hem gezien.
Wáár?
Dat was de vraag. Als je hem zag drong dat natuurlijk niet meteen door.
“Hé, kiek, die vent doar liekt wel wat op Loe Ried.”
“Riet doe die moar eem aine oaf. Wat mot dai hier in stad?”
Wáár?
Met Laurie achter het klavier in de Martinikerk, las ik in het Dagblad van het Noorden. Ze waren uitgenodigd door Dylan-fans Kris en Eddy en kregen een rondleiding van beiaardier Auke.
Maar dat duurde geen vijf dagen.
Wáár nog meer?
Ik wist het natuurlijk wel. Het lag eigenlijk voor de hand. Hij is gaan fietsen in de buurt van Noordpolderzijl.
Een tip van Bob.

vrijdag 30 maart 2012

Donald Duck en de Langeleegte

Vol trots presenteren de zwarte mannen een bijdrage van Siebrand Vos. Geboren en getogen in Börkomnij zitten de veenkolonies dieper dan diep in zijn genen. Inmiddels alweer jaren woonachtig in Maastricht en werkzaam voor de Limburger hebben wij unaniem besloten Siebrand toe te laten tot het zwarte mannen gilde. Iemand die jaren voor het Dagblad van het Noorden over muziek en film heeft geschreven en bij het horen van het fenomeen zwarte mannen spontaan in de pen klimt om een bijdrage te leveren en toezegt ons binnenkort te vergezellen op de tribune die wil je er bij hebben. Lees en begrijp.


Op de dag dat Veendam MVV zou ontvangen, vroeg Van der Veen mij om een bijdrage. Vanuit mijn hoedanigheid als Veenkoloniaal te Maastricht bij wie de Langeleegte in het systeem is gebrand. Ben in mijn middelbare schooltijd inderdaad duizenden keren de Langeleegte op en neer gereden, met halverwege de begraafplaats en iets verder het zwembad en het stadion van Veendam. Vrolijk werd ik daar niet van. Ergens begreep ik die trainers uit de eredivisie wel: niet degraderen jongens, dan moeten jullie naar de Langeleegte... Pas later ben ik de Langeleegte gaan cultiveren. Prachtige naam, vol symboliek, in zekere zin het leven zelf.

Anyway, wilde 's avonds juist aan mijn stukje beginnen, toen een Duitse Turk een andere Duitse Turk naar de Eeuwige Langeleegte schoot, pal voor een koffieshop in Heerlen. Weg vrije avond. En zo was er elke dag wel iets. Vandaar de vertraging. Moest intussen wel vaak denken aan de benaming Zwarte Mannen. Jullie zijn vast geen Oost-Groninger Al Jolsons. En vast ook geen would be Men in black. Wat dan wel? Ik ga voor de Johnny Cash-variant. Cash was tenslotte een Veenkoloniaal-At-Large. Die toevoeging is belangrijk, omdat Veenkolonialen van oudsher ook zeer specifieke 'mindere' trekjes hebben - trekjes die je overigens ook nogal eens bij Zuid-Limburgers herkent. Begrijp dat we die negeren en vooral groot gaan denken.

Een dag later omschreef een collega Veendam in De Limburger als het 'Scandinavië van het Nederlandse voetbal'. Nait best, dacht ik meteen. Taalkundig noch inhoudelijk. Scandinavië = Ikea & Volvo = Comfortabel & Saai. Bah! Het moet weer Siberië worden, mannen. Tsja, de tijden zijn veranderd. Ik kijk al meer dan dertig jaar routinematig naar de plaatsen waarop Veendam en de FC staan, maar zelden naar de opstellingen. Vandaag toch even gedaan. Mooie exotische namen prijken naast het oer-Veendammer Nienhuis. Namen die je niet met Siberië associeert. Wat voor MVV ook opgaat, al zegt het ook weer niet zoveel. Prince Rajcomar, de man die uw avond mogelijk vergalde, is de beste voetballer die de Maastrichtse nieuwbouwwijk De Heeg ooit heeft voortgebracht.

Verder zijn er weinig overeenkomsten tussen beide clubs. Toen ik voor het eerst een wedstrijd van MVV bezocht, werd ik in de pauze wel bevangen door een enorm déjà vu. In de westelijke tribune was een gat gemaakt, waarachter zich een zeer basale friture bevond. In het gat stond een man achter een enorme berg gebakken hamburgers die in rap tempo afkoelden zonder dat de man aanstalten maakte daar wat aan te doen. Ik moest denken aan de thuiswedstrijden van Veendam in de jaren '70, toen het eigenlijke hoogtepunt voor mij de dubbele frikandel speciaal was die je kon krijgen in de keet achter een van de doelen met precies net zo'n gat. Kan me nauwelijks nog herinneren wie er op het veld stonden. Geloof dat het Tijdperk Jetze Pascal - Jan Blijham net ten einde liep.

Toen ik in Maastricht kwam wonen, ging het met MVV net zo beroerd als met Veendam nu. ''Jongens, hoe kan dit'', vroeg ik dan. ''Ik kom uit de buurt van Veendam, een plaatsje met vier keer zo weinig inwoners en kijk eens waar wij staan? In het linker rijtje!'' Maar ja, dat was toen. Komen we bij Donald Duck. Kocht deze week het nummer Donald Duck in Limburg. Inmiddels een collector's item. U begrijpt waar ik naar toe wil. Zou het voor de Zwarte Mannen niet de ultieme uitdaging zijn een nummer met de titel Donald Duck in Groningen uitgebracht te krijgen? (Mocht dat nog niet gedaan zijn, heb het even gegoocheld, zag het niet een twee drie) En zorg dat SC Veendam daarin niet ontbreekt!!! Het is nog niet te laat. U prikkelt de fantasie van de schrijver-tekenaars bovenmatig als u met de Blauwe Stad en de Langeleegte schermt. Oom Donald bezoekt een wedstrijd van elf in het geel-zwart gehulde eenden. Spitsen Kwik, Kwek en Kwak en Oom Dagobert behoeden Veendam voor de ondergang. Misschien iets voor Heuvelman? Die heeft wel meer voor elkaar gekregen.

PS Een mooie, in de geest oud-veenkoloniale song die u vast wel kunt waarderen is Sometimes Good Guys Don't Wear White van de Standells.



En zag ik daar in de mail de namen van twee mannen voorbijkomen die ooit, ook toen al van top tot teen in het zwart gehuld, Vera aan de Oosterstraat onveilig hebben gemaakt?

Zwarte sleutels



Over serieuze zwarte mannen gesproken.

Afkomstig uit Akron Ohio, de plaats waar ook zwartfilmer Jim Jarmusch geboren en getogen is, geven deze zwarte mannen de wereld muzikaal een schop onder de kont. 'Zuvere' muziek zou de Groninger zeggen.

In het filmpje zien we beelden van Hamburg. Concertzaal 'Die Große Freiheit' ligt in de wijk St. Pauli. Ik zeg dat bij de volgende toernee de Langeleegte ook moet worden aangedaan. Hun laatste muzikale kunstje is simpelweg vernoemd naar een bus. 'El camino'. In Veendam rijdt al jaren een stratenmaker rond onder dezelfde naam. Het pad is geëffend, het dak gaat er nu al af. Wij zijn er klaar voor. Goud blinkt aan het plafond.

Rock is niet dood. Leve de zwarte man.

woensdag 28 maart 2012

Trips


Maandag was het voetbal niet om aan te zien. Gelukkig wordt het 'altied wel weer licht'. Zwarte mannen zijn niet zo van de kleur, maar willen u dit beeld niet onthouden. Coördinaten en tijd zijn de Compagnie en kwart over zeven.